Log in




Wachtwoord vergeten
Log in | Word lid | Service

Filosofie.nl

Filosofie Abonnement
28-02-2020

Weekendlijstje: Kunst door de ogen van filosofen

Met deze knop kunt u, als u lid bent, artikelen toevoegen aan een leeslijst op uw persoonlijke pagina. Klik hier voor uw abonnement op maat.

Emma Krone

Of het nou gaat om het realistisch nabootsen van een feestmaal of om het opwekken van hysterische horror, kunst wordt in veel gevallen gezien als een vriend van filosofie. In dit weekendlijstje leest u vijf analyses door verschillende filosofen, over de meerwaarde (of niet!) van kunst.

Schopenhauer over verrukkelijke stillevens

Tijdens de ‘Gouden Eeuw’ werden stillevens razend populair binnen de Nederlandse schilderkunst. Voornamelijk voedsel en drank was een thema dat maar al te graag werd afgebeeld. Het kunstwerk Stilleven met ham, kreeft en vruchten van Jan Davidsz de Heem is een goed voorbeeld van zo een pronkstilleven. Roze hamlappen liggen sappig naast een knalrode kreeft – en dat te midden een berg exotisch fruit en goudkleurige wijn. Door de realistische afwerking wekt het schilderij de smaakpapillen en loopt het water ons al in de mond.

Arthur Schopenhauer was kritisch op deze ontwikkeling in de schilderkunst. Voor deze Duitse filosoof is kunst waardevol omdat het de wil – de menselijke drijfveer die continu en onverzadigbaar voort ‘wil’ en ons ondertussen een flinke bak ellende bezorgt – tijdelijk sust. Goede kunst laat een glimp van de werkelijkheid zien los van onze verlangens en lusten. Precies om deze reden bekritiseert Schopenhauer de Nederlandse schilderkunst. De behoefte om te eten is namelijk een expressie van die lijdende wil, en deze wordt door dit soort schoon eerder aangewakkerd dan gekalmeerd.

Jan Davidsz de Heem, Stilleven met ham, kreeft en vruchten ca. 1652.
 

Foucault over de hofdames van Vélazquez

Terwijl ons oog over het canvas danst op zoek naar het onzichtbare onderwerp van Vélazquez’ schilderij, worden we zelf door meerdere ogen gevangen en zo getransformeerd tot getuige in plaats van slechts passieve toeschouwer. Links zien we de schilder Diego Vélazquez zelf afgebeeld. Maar wie of wat zijn aandacht heeft, is onvindbaar. Zijn wij zelf het onderwerp van zijn doek? Wie verder kijkt, ziet dat de daadwerkelijke geportretteerden zijn weergegeven in de spiegel op de achterste wand: Koning Filips IV en zijn vrouw Mariana.

De Franse filosoof Michel Foucault analyseerde Las Meninas  en gebruikte het als voorwoord voor zijn werk De woorden en de dingen. Hierin probeerde Foucault de opkomst van de menswetenschappen te duiden. Hij zag in deze wetenschappen een ‘verdubbeling van de mens’: de mens als subject én object van onderzoek en kennis. Vélazquez’ schilderij liet hem nadenken over deze ontdekking van de mens als object van studie en als product van weten. Vélazquez schudt de toeschouwer eerst wakker als onverwacht object, transformeert hem vervolgens tot actieve deelnemer waardoor uiteindelijk de grens tussen subject en object verdoezelt. Volgens Foucault staat deze dynamiek die het schilderij belichaamt parallel aan hoe de mens zichzelf de wetenschap in trok. 

Diego Vélazguez, Las Meninas 1656.

Heidegger over de schoenen van Van Gogh

Volgens Martin Heidegger is het belangrijk om de essentie van een kunstwerk te benaderen vanuit het kunstwerk zelf. Hij legt dit uit aan de hand van de door Vincent van Gogh geschilderde schoenen. Wie het werk ziet, ziet schoenen. Er is geen context zichtbaar die de situatie verduidelijkt en die is ook niet nodig. Volgens Heidegger zien we in het schilderij direct een paar boerenschoenen die na een dag hard werk op de mat zijn geslingerd.

Wat interessant is aan de schoenen op het schilderij, is dat we normaal gesproken nooit op die manier naar een paar schoenen kijken. We trekken ze aan, gebruiken ze, zonder erbij stil te staan. Door ze af te beelden op een schilderij tonen de schoenen zich tegelijkertijd als vertrouwde onderdelen van onze alledaagse wereld en als mysterieuze dingen die nooit helemaal voor ons toegankelijk zijn.


Vincent van Gogh, Schoenen 1886.
 

Merleau-Ponty over de vreemdheid van Cézanne

De vlugge penseelstreken en de grote rol van kleur en licht maken de schilderijen van Paul Cézanne levendig. Merleau-Ponty benoemt dat Cézanne de waarheid zoals die te vinden is in de natuur nastreeft zonder ooit een andere gids te gebruiken dan de onmiddellijke impressie ervan. Ook gebruikt hij veel warm-koud contrasten en negeert hij contouren volledig. Zoals in het portret van Gustave Geffroy te zien is bij de werktafel, klopt er vaak niets van het perspectief. Daar staat tegenover dat wat Cézanne afbeeldt, wel volledig trouw is aan de geleefde ervaring.

En dit is nou zo bijzonder, aldus Merleau-Ponty. We ervaren de chaos van vormen en kleuren geordend zodra we ze waarnemen. In plaats van een vage vlek zien we een ‘neus’ of een ‘oog’. Cézanne probeert geen natuurgetrouwe weergave van Geffroy te schilderen, maar recht te doen aan zijn ervaring van Geffroy op dat moment in zijn studeerkamer. Ondanks dat hij is ontdaan van bijvoorbeeld contouren, lijkt er toch iets essentieels gevangen. Het is een ontleding van onze ervaring opnieuw opgebouwd vanuit chaos.


Paul Cézanne, Portrait of Gustave Geffroy 1895.

Deleuze over de hysterie van Bacon

In 1981 verscheen Francis Bacon, logica van de gewaarwording van de Franse filosoof Gilles Deleuze. In het werk laat Deleuze aan de hand van zeventien hoofdstukken zien wat het werk van Bacon betekent voor de structuur van onze ervaring. De hysterie die Bacon in zijn gruwelijke portretten wist te vangen greep Deleuze volledig. Volgens hem was het oeuvre van Bacon een representatie van de absolute aanwezigheid van het lichaam – een lichamelijk lichaam – gemaakt van vlees en bloed. De stuiptrekkingen van een hysterische episode zijn een poging van het lichaam om aan zijn eigen vleselijke grenzen te ontsnappen. Bacons werk is het bewijs dat alleen de schilderkunst erin slaagt om het lichaam ook daadwerkelijk te bevrijden van deze hysterie.

Door de smerende en tegelijkertijd afgebroken toets valt het lichaam op het doek uiteen. Deze ontbinding is een expressie van een vorm van geweld – getekend door ‘horror’ – die via oppervlakkige kleuren buiten het schilderij zelf treedt. Zo wordt de toeschouwer geconfronteerd met iets wat hij niet herkent omdat het ons een niet-intellectuele sensatie opdringt die alleen gevoeld kan, als een samenkomst tussen lichaam en geest.

Francis Bacon, Three Studies of the Portrait of Lucian Freud 1965.

Welkom op filosofie.nl!

Speciaal voor nieuwe bezoekers selecteerden wij negen inspirerende artikelen. Lees waarom onderzoek naar geluk niet deugt, zes soorten vervreemding op de werkvloer, hoe Socrates de opkomst van Trump al voorspelde, en meer...

Lees meer
Ik lees graag later

Als u hier uw e-mailadres achterlaat, dan sturen wij het kennismakingsdossier naar u toe. U kunt het dan op ieder gewenst moment lezen.