Log in




Wachtwoord vergeten
Log in | Word lid | Service

Filosofie.nl

Filosofie Abonnement
FM nr. 4/2019

In Parijs is de filosofie tastbaar

Met deze knop kunt u, als u lid bent, artikelen toevoegen aan een leeslijst op uw persoonlijke pagina. Klik hier voor uw abonnement op maat.

Alec van der Horst

Filosofie Magazine organiseert een reis naar de meest filosofische stad: Parijs (2 t/m 5 juni 2019). Onze gids Alec van der Horst voert u alvast langs vier mythische plekken in de hoofdstad van Frankrijk.

Tekst loopt door onder afbeelding


Volgens de Roemeense filosoof Cioran was Parijs de verst verwijderde plek van het paradijs, maar was het er goed wanhopen. Parijs is ook een uiterst geschikte plek om te filosoferen, zou je daaraan kunnen toevoegen. Nergens ontstonden en bloeiden zoveel verschillende filosofische stromingen: scholastiek, Verlichting, positivisme, deconstructivisme En niet te vergeten de meest tot de verbeelding sprekende: het existentialisme van Jean-Paul Sartre en Simone de Beauvoir. Een korte introductie tot vier mythische plekken.
 

1. Café de Flore


Vlak bij metrostation Odéon, in een steegje waar je moet oppassen dat je niet struikelt over de ongelijke stenen, bevindt zich misschien wel het oudste café ter wereld: Le Procope, in 1683 gesticht door de Siciliaan Procopio. Het concept was revolutionair. Voor het eerst kon je zonder uitnodiging een openbare gelegenheid binnenlopen, aan een tafel gaan zitten met een kop koffie – destijds een nieuwe drank in Europa – en een gazet (de voorloper van de krant) lezen of met andere bezoekers in gesprek gaan. Vanaf dat moment zouden het intellectuele leven en het publieke debat langzaam maar zeker de gesloten wereld van de salon verlaten en de open wereld van de cafés binnentreden, en het is niet overdreven om te stellen dat de moderne wereld er zonder het café heel anders had uitgezien.

Zo’n tweehonderd jaar bleef Le Procope dé filosofische ontmoetingsplek van Parijs. Hier kregen nieuwe ideeën vorm en ondergingen ze een vuurproef in felle discussies. Eind negentiende eeuw verplaatste de Parijse intellectuele avant-garde zich naar een nieuwe plaats: het rond 1885 gestichte Café de Flore, op dertig meter van de oude klokkentoren van Saint-Germain. Sartre en De Beauvoir kwamen hier vanaf 1942 bijna elke dag. De eigenaar, monsieur Boubal, wist namelijk als geen ander aan thee en tabak te komen tijdens de moeilijke bezettingsjaren. En nog belangrijker: aan kolen. Vanaf de vroege ochtend installeerden ze zich ’s winters zo dicht mogelijk bij de kolenkachel aan een van de donkerbruine tafeltjes om te kunnen schrijven, urenlang terend op een kopje thee, tot grote ontevredenheid van monsieur Boubal. Zo nu en dan stond Sartre op om een peuk van de grond te rapen. Hier schreef hij, stoïcijns de honger verdragend, aan zijn magnum opus Het zijn en het niet. Heidegger bewonderde dit werk in eerste instantie (dat zou snel veranderen), omdat Sartre over alledaagse onderwerpen durfde te filosoferen. Zo illustreert hij zijn beroemde theorie over de kwade trouw aan de hand van de typische Parijse garçon de café (de ober). Dit type, gekleed in wit schort en zwarte broek, bestaat nog steeds in de meer klassieke etablissementen van de stad, waaronder de Flore. Iedereen die een Franse ober observeert kan Sartres analyse herhalen. Zien hoe de ober overdrijft. Hoe hij net iets te nadrukkelijk vooroverbuigt als hij de bestelling opneemt, net iets te zwierig het glas op tafel zet, net iets te energiek door de zaal loopt met zijn dienblad. Hij doet net alsof hij helemaal met zijn rol van ober samenvalt, hij doet net alsof hij die ober is, en daarmee probeert hij aan zijn vrijheid te ontsnappen. Precies zoals we allemaal ‘te kwader trouw’ zijn als we ons te veel vereenzelvigen met de rol die we spelen in het sociale verkeer of in onze eigen ogen. Filosofie schuilt voor Sartre in concrete, dagelijkse dingen en niets was jarenlang voor hem concreter dan de strenge, ontevreden blik van de hoofdober in Café de Flore.
 

2. Cimetière de Montparnasse


Op een bemoste grafzerk ligt een kat te slapen, de paden tussen de graven zijn zo goed als verlaten. De grootste cimetière van de Linkeroever en de filosofenbegraafplaats van Parijs trekt weinig bezoekers. Sartre, De Beauvoir en Cioran liggen hier naast andere filosofen, maar ook Baudelaire en Beckett. Je zou je bijna op het platteland wanen als de ernaast gelegen Tour Montparnasse er niet zijn dreigende schaduw overheen zou werpen.

Sartre had geen goed woord over voor de dood. De dood was volgens hem de overwinning van alle anderen. Met de dood verdwijnt je vrijheid, word je een ding omdat je vanaf dat moment samenvalt met het beeld dat zij van je hebben en niets meer kunt doen om het bij te stellen. Op het eind van hun leven woonde zowel Sartre als De Beauvoir op een steenworp afstand van de begraafplaats; het appartement van De Beauvoir keek erop uit. Nu liggen de twee ‘noodzakelijke geliefden’ – zo noemden ze hun eigen relatie; hun minnaars en minnaressen waren contingente geliefden – voor eeuwig naast elkaar. Hun graven zijn bijna altijd bedekt met bloemen. Ze werden allebei begraven op 19 april, hij in 1980, zij zes jaar later. Veertigduizend mensen vormden zijn stoet, die van haar was beduidend minder lang.

De cimetière de Montparnasse is net als het veel bekendere Père-Lachaise – waar de trekpleisters Jim Morrison, Edith Piaff en Frédéric Chopin liggen – aangelegd in de tijd van Napoleon. De oude kerkhoven waren overbevolkt en onhygiënisch, en dus besloot Napoleon het voorbeeld te volgen van de oude Romeinen, en de doden voortaan buiten de stad te begraven (de terreinen lagen op dat moment net buiten de stadsgrenzen). Hij besloot er een soort parken van te maken, met glooiende en kronkelende lanen in de destijds modieuze Engelse stijl. In het begin waren ze weinig succesvol – mensen vonden de nieuwe terreinen te leeg en te ver. Maar nadat men in de jaren 1820 bij wijze van publiciteitsstunt op Père-Lachaise het beroemde middeleeuwse filosofenpaar Abélard en Héloïse had herenigd, groeide het aantal concessies gestaag. De legende wil dat de jonge Sartre en De Beauvoir ooit op een bankje voor het Louvre een pact sloten, al kijkend naar de rij beelden op het dak van het museum, waaronder die van de tragische middeleeuwse geliefden: Abélard et Héloïse ou rien. De Beauvoir, die als grondlegster van het moderne feminisme achteraf gezien invloedrijker is gebleken dan haar partner, stelde in haar voorlaatste autobiografie dat het leven al zijn beloftes had waargemaakt, maar dat ze zich toch niet los kon maken van het gevoel bedrogen te zijn. Een van de zeldzame voorbeelden van melancholie in haar verder zo strijdbare en optimistische oeuvre.
 

3. De hotelkamer


1943, Parijs is bezet door de Duitsers. Sartre en De Beauvoir wonen in Hotel la Louisiane, Rue de Seine, in het hart van Saint-Germain-des-Prés. Ze huren een kamer op dezelfde gang; die van De Beauvoir beschikt zelfs over een keukentje. Daarin bereidt ze maaltijden voor la famille: de groep vrienden en (ex-)minnaars die het stel in de afgelopen jaren om zich heen verzameld heeft en die grotendeels in hetzelfde hotel woont. De maaltijden zijn karig, de ingrediënten bijeengeschraapt met voedselbonnen of illegaal gekocht op de zwarte markt. De Beauvoir ontpopt zich tot haar verrassing tot een goede kok. Daarvoor had ze nooit gekookt; zelf koken was burgerlijk.

Vanaf de vroege jaren dertig, toen ze aan hun lerarenloopbaan begonnen, woonden Sartre en De Beauvoir in hotelkamers. Sartre zei tegen zijn leerlingen dat hij niets bezat. ‘Ik heb een bed, een wastafel, een tafel en een stoel, een grijs pak en wat boeken – dat is alles.’ Op een gegeven moment verkocht hij zijn boeken omdat hij die net zo goed bij de bibliotheek kon lenen.

Ook Cioran en Samuel Beckett woonden in die periode in hotelkamers. Een aanzienlijk aantal Franse dichters, schrijvers en filosofen woonde tussen 1850 en 1950 ooit in een hotelkamer. De hotelkamer is dus een cultureel instituut van formaat, al kan hij waarschijnlijk beter met een gemeubileerde studio vergeleken worden dan met een hotelkamer zoals wij ons die voorstellen.

Schrijft een filosoof met een eigen huis en een hypotheek andere boeken dan een filosoof die in een hotelkamer woont? Volgens de Sartre van voor de Tweede Wereldoorlog was dat ongetwijfeld het geval. Iemand die in een hotelkamer woont schrijft betere boeken. Hij heeft geen eigendommen, is nergens aan gebonden; hij is vrij. Een buitenstaander op een veilige afstand. Om dezelfde reden wilde hij nooit trouwen en kinderen krijgen. Dat zou hem verplicht hebben om mee te doen.

De Beauvoir installeerde zich begin jaren vijftig als eerste in een eigen appartement. Niet veel later ging Sartre weer bij zijn oude moeder inwonen, die net weduwe was geworden. Ze keerden nooit terug naar een hotel. Waarom kwam er een einde aan de bloeitijd van de hotelkamer? Doordat in de jaren vijftig de consumptiemaatschappij ontstond?

Er zijn in Parijs nog een paar hotels waar mensen wonen. Ze bevinden zich aan de randen van de stad; elk jaar neemt hun aantal af. Je betaalt er niet per nacht, maar per maand. Halve zwervers en marginalen hokken daar in aftandse en karig gemeubileerde kamertjes, een stap verwijderd van het leven op straat – de laatste existentialisten?
 

4. Jardin du Luxembourg


De Jardin du Luxembourg is ongetwijfeld een van de mooiste tuinen van Parijs. Aangelegd aan het begin van de zeventiende eeuw door een Italiaanse koningin die heimwee had naar haar geboortestad Florence, ligt hij precies in het hart van de Linkeroever. Het voormalige paleis van Maria de Medici doet ook een beetje Italiaans aan met de terrassen op het dak. Het kijkt uit over bloemperken, rechte lanen en perfect geknipte grasvelden die glanzen in de zon. De typische groene ijzeren stoelen staan rond de vijver waar opeenvolgende generaties kinderen uit de buurt schijnbaar al honderden jaren met dezelfde houten bootjes spelen. Afhankelijk van waar je staat kun je in de verte het Panthéon, het bovenste stuk van de Eiffeltoren of – helaas – de Tour Montparnasse zien. De Jardin du Luxembourg is misschien de plek waar op een zonnige lentedag de schoonheid van de stad de meest verpletterende indruk maakt.

De Beauvoir hield van de natuur. Toen ze in de vroege jaren dertig doceerde in Marseille, maakte ze weekendlange trektochten door de omgeving. Sartre was ongevoelig voor natuurschoon; hij voelde zich altijd meer op zijn gemak in grote steden. Een stadspark is geen natuur, of beter gezegd: het is natuur die door de mens in een bepaalde vorm is gegoten. Nergens is dat proces zo geslaagd als in de Jardin du Luxembourg: hier is de natuur in een kunstwerk veranderd. Zoveel schoonheid kan ook bedrukkend werken. Cioran, die vlak in de buurt woonde, noemde het zijn foltertuin. Elke dag maakte hij er een wandeling. Soms zag hij in de verte Beckett op een bankje zitten. Dan ging hij naar hem toe om een praatje te maken, maar soms vond hij Becketts blik zo ver weg en afwezig dat hij liever een andere kant op liep. Cioran en Sartre waren tijd- en buurtgenoten, en toch volmaakte tegenpolen. De pessimistische Roemeen vergeleek de wereldberoemde Sartre – waarschijnlijk is er nooit een filosoof geweest die zo beroemd was – met een denkende Napoleon die de hele werkelijkheid wilde veroveren met zijn concepten en daar bijna in was geslaagd. Hijzelf was immuun voor de verlokkingen van de collectivistische utopia’s die de latere Sartre in hun ban hielden, al was het maar omdat zijn familie achter het IJzeren Gordijn woonde in de heilstaat van Ceausescu.

In de nabije omgeving van dit park bloeiden ooit de scholastiek, de Verlichting en het existentialisme. De filosofiefaculteit is nog altijd om de hoek. Nog steeds zie je regelmatig op een van de groene stoeltjes, meestal in een laan van het buitenste Engelse gedeelte, een student verdiept in een boek van Rousseau of Pascal, een sigaret bungelend tussen de vingers. Dan is de Jardin du Luxembourg even de plek waar Parijs en filosofie op een sublieme manier samenvallen.

Mee naar Parijs om in de voetsporen van De Beauvoir, Sartre en Camus te treden? Klik hier voor meer informatie. 

Welkom op filosofie.nl!

Speciaal voor nieuwe bezoekers selecteerden wij negen inspirerende artikelen. Lees waarom onderzoek naar geluk niet deugt, zes soorten vervreemding op de werkvloer, hoe Socrates de opkomst van Trump al voorspelde, en meer...

Lees meer
Ik lees graag later

Als u hier uw e-mailadres achterlaat, dan sturen wij het kennismakingsdossier naar u toe. U kunt het dan op ieder gewenst moment lezen.