Log in




Wachtwoord vergeten
Log in | Word lid | Service

Filosofie.nl

Filosofie Abonnement
13-07-2018

Weekendlijstje: IJdelheid

Met deze knop kunt u, als u lid bent, artikelen toevoegen aan een leeslijst op uw persoonlijke pagina. Klik hier voor uw abonnement op maat.
IJdelheid zet aan tot alle andere zonden. De ijdele is volledig in zichzelf gekeerd en het welzijn van de ander doet er niet meer toe. Dit weekendlijstje vertelt waarom we onze ijdele daden toch moeten waarderen en dat bescheidenheid een ondeugd kan zijn.

Claudia Galgau
‘Soms helpt ijdelheid om weer grip op de wereld te krijgen’ (Uit: In elke spiegel ter wereld zal ik een selfie maken)
Het wordt millennials dikwijls verweten te veel met hun uiterlijk bezig te zijn. Ze nemen elke dag maar selfies en plaatsen die op Instagram. Dit is echter geen oppervlakkige ijdelheid volgens Claudia Galgau. In de huidige samenleving is het heel makkelijk om vervreemd te raken van jezelf. We zijn altijd druk bezig, we studeren of werken in verschillende steden, en de wereld raast aan ons voorbij. Er ontstaat een fragmentatie van plekken, groepen, activiteiten, en uiteindelijk ook van de persoon die je bent, of was. IJdelheid kan dan een uitkomst bieden. Het maken van selfies en het bewust bezig zijn met je uiterlijk biedt een rode draad in je leven. Het verdiept de band die je met jezelf hebt. Zo voorkom je dat je op een dag voor de spiegel staat en je afvraagt naar wie je aan het kijken bent. Hoe meer foto’s we van onszelf delen, hoe minder gefragmenteerd ons idee van ons zelf is. Galgau benadrukt dat als we op deze manier ijdel bezig zijn we een coherent levensverhaal creëren. Ze citeert hierbij Kierkegaard: ‘Het leven kan alleen achterwaarts begrepen worden, maar moet voorwaarts geleefd worden’.
U kunt hier Galgaus volledige pleidooi voor ijdelheid lezen.

Jean-Jacques Rousseau
‘Een man die geen dwaas is kan zich bevrijden van elke zotheid behalve ijdelheid’
Bij de filosofie van Rousseau kunnen we ijdelheid en trots vinden in zijn idee van amour propre, eigenliefde. Dit gevoel van eigenwaarde hangt af van de erkenning en het respect van anderen. Volgens Rousseau ontstond deze eigenliefde pas in de moderne samenleving, samen met het vermogen om ons te vergelijken met anderen. Bij een individu komt de eigenliefde tot uiting in de puberteit, wanneer men bewust wordt van de seksuele competitie. Omdat we anderen dan als rivalen zien, willen we niet alleen door hen erkend worden, maar ook superieur zijn aan hen. Deze rivaliteit corrumpeert ons volgens Rousseau en de amour propre uit zich dan als trots of ijdelheid. Dit aspect van eigenliefde zorgt ervoor dat het vaak wordt gezien als een volledig negatief iets. Er zijn echter ook interpretaties die enkele positieve aspecten belichten. Het kan bijvoorbeeld onze rationele vaardigheden stimuleren en het leert onszelf begrijpen als een sociaal wezen. Rousseau benadrukt dat eigenliefde een overweldigende neiging heeft om zich giftig te uiten, maar dat de mogelijkheid bestaat om de samenleving zo vorm te geven dat het goedaardige invloeden kan hebben.

Frank Meester
‘Is een kunstwerk werkelijk mooier als het niet uit ijdelheid gemaakt is?’ (Uit: ‘Ik ben ijdel. Net als u’)
Frank Meester vraagt zich het volgende af: ‘Stel nu eens dat ijdelheid inderdaad geen zonde is, maar zelfs een deugd, wat dan?’ Hij maakt deze gedachte aannemelijk door ijdelheid voor te stellen als een Aristotelische deugd: het juiste midden tussen twee extremen. Maar waar is ijdelheid dan het midden van? Aan een kant kunnen we de aandachtzoeker vinden, de narcist, die alleen maar met zichzelf bezig is. Dat is echter niet wat de ijdele doet. Deze houdt zich weldegelijk bezig met de ander, al is het maar omdat hij of zij diens erkenning zoekt. Het andere extreem is dus diegene die helemaal opgaat in de ander en zichzelf verwaarloost. IJdelheid is dan het juiste midden tussen jezelf afsluiten en openstellen voor de wereld. Het motiveert ons niet alleen om onszelf te verbeteren, maar ook om anderen te helpen, kunstwerken te scheppen, en medicijnen uit te vinden. De bron van deze daden kan dan misschien als een zonde gezien worden, maar we moeten ze wel waarderen. We moeten nu eenmaal erkennen dat we ijdele wezens zijn.
U kunt hier het volledige artikel lezen
 
David Hume
‘Elke trots of verhevenheid, is ons onaangenaam, slechts omdat het onze eigen trots aanstoot geeft’ (Uit: Traktaat over de Menselijke Natuur)
Trots en bescheidenheid zijn bij Hume passies van de geest. Wat deze twee passies uniek is dat ze altijd op het ‘zelf’ gericht zijn. Ook al ben jij het niet waar je direct trots op bent, dan heeft het alsnog een connectie naar jou toe. Bijvoorbeeld wanneer je trots bent op je kinderen. Jij hebt ze de wereld in geholpen en opgevoed en daarom kun je trots op hen zijn. Volgens Hume kunnen trots en bescheidenheid zowel een deugd als ondeugd zijn. Dit is afhankelijk van hoe anderen onze uitingen van deze passies ervaren. Enerzijds voelen mensen met ons mee en kunnen met het aangename gevoel van onze trots sympathiseren. Anderzijds vergelijken we ons altijd met de ander. Wat betekent dat wanneer onze trots te groot wordt, de ander dit juist negatief zal ervaren wanneer hij of zij het vergelijkt met diens eigen trots. Dit is het punt waarop trots omslaat in verwaandheid en ondeugd. In het algemeen is Hume positief over trots: dapperheid en heldenmoed zijn vormen van trots en zelfvertrouwen is een natuurlijke deugd. Slechts een overmaat doet het omslaan naar een zonde. Daarom uit Hume  zich negatief over het christelijke idee dat bescheidenheid altijd deugdelijk is. Het kan terechte trots en daarmee een gevoel van eigenwaarde in de weg staan.
 

Welkom op filosofie.nl!

Speciaal voor nieuwe bezoekers selecteerden wij negen inspirerende artikelen. Lees waarom onderzoek naar geluk niet deugt, zes soorten vervreemding op de werkvloer, hoe Socrates de opkomst van Trump al voorspelde, en meer...

Lees meer
Ik lees graag later

Als u hier uw e-mailadres achterlaat, dan sturen wij het kennismakingsdossier naar u toe. U kunt het dan op ieder gewenst moment lezen.