Log in




Wachtwoord vergeten
Log in | Word lid | Service

Filosofie.nl

Filosofie Abonnement
28-06-2018

Column: Wereldbeker

Met deze knop kunt u, als u lid bent, artikelen toevoegen aan een leeslijst op uw persoonlijke pagina. Klik hier voor uw abonnement op maat.

Simon J. Bellens

Vanavond speelt België op het Wereldkampioenschap voetbal zijn laatste groepswedstrijd tegen een jong en vinnig Engeland. Beide teams zijn al geplaatst voor de knock-outfase, hun onderlinge resultaat bepaalt wie groepswinnaar en wie tweede wordt.

Als Belg ben ik hier vanzelfsprekend uitermate opgewonden over. (Als echte Belg denk ik ook: ‘We kunnen het niet, we zijn niet goed genoeg.’ Dat is de Belgische kleinheidswaan, die overigens even narcistisch is - zou Freud zeggen - als de Nederlandse grootheidswaan.) Mijn eerst vrolijke opwinding over de Rode Duivels werd echter in verwarring gebracht.
 

Lekker verliezen

Nu de knock-outfase van het Wereldkampioenschap steeds meer vorm krijgt, doet zich namelijk een door voetbalanalisten druk becommentarieerde situatie voor: de weg naar de finale in Moskou lijkt veel gemakkelijker voor de tweede van Groep G (de groep van België en Engeland) dan voor de groepswinnaar. In het geval dat de Belgen slechter doen dan The Three Lions moeten ze het in de volgende ronde opnemen tegen het zogezegd zwakkere Colombia, Japan of Senegal. Daarna wacht Zwitserland of Zweden in de kwartfinale en in de halve finale wellicht Spanje of Kroatië.

Aan de andere kant van de boomstructuur naar de finale strijden een uitgekookt Portugal, het technisch sterke Frankrijk en Brazilië, het snelle Mexico en het Argentinië van Messi. Niet dat die landen voorlopig allemaal de pannen van het dak spelen, maar als je kan kiezen tussen Brazilië of Zwitserland in de kwartfinale, dan is de opportunistische keuze snel gemaakt.

De bondscoach van de nationale ploeg, Roberto Martinez, maakte dezelfde berekening. ‘Winnen is niet onze prioriteit’, zei hij. Het Engelse team verlekkert zich minder opzichtig op een tweede plaats, maar denkt er ongetwijfeld net zo over.

Het is dus mogelijk dat beide landen vanavond de wedstrijd ingaan met de gedachte dat het eigenlijk wel lekker zou zijn om te verliezen. Tot overmaat van ramp wil het FIFA-reglement dat bij een gelijke stand in het aantal punten, het doelsaldo en het aantal gemaakte doelpunten, de fair-playregel van kracht is. Het land dat het kleinste aantal kaarten gekregen heeft, wordt dan groepswinnaar. Voorlopig voeren de Engelsen daarom de groep aan.
 

Eigendoelpunt

Engeland – België. Het is 0-0 en er zijn al tachtig minuten gespeeld. De Engelse houthakker Eric Dier maakt een vuile overtreding: geel. Nu hebben de Belgen en de Engelsen evenveel gele kaarten. Fellaini trapt na op een treuzelende Raheem Sterling. Mooi. Rood. Niet erg, Fellaini hebben we toch niet meer nodig en nu zijn we weer tweede in de groep… Het zou zomaar kunnen dat de wedstrijd Engeland-België een robbertje kaartenpakken wordt, omdat het nu eenmaal minder afzichtelijk is om een overtreding te maken dan om de bal in het eigen doel te trappen. Dat is ook de reden waarom de FIFA waarschuwde voor opzettelijke fouten. Ze zouden erger bestraft worden, maar wat maakt dat uit als het toch maar wisselspelers zijn die de fouten begaan?



En waarom geen eigendoelpunt maken? Fellaini heeft rood. Lekker. ‘Zo vuil kunnen we het niet maken’, denken de Engelsen. Met nog twee minuten te spelen trapt John Stones dan maar vertwijfeld de bal voorbij de eigen doelman. Engeland weer tweede. Gejuich in Londen: great banter. Dat kunnen de Belgen natuurlijk ook. Vincent Kompany, terug van blessure en een held zowel in België als over het kanaal, krijgt de nationale eer om de bal in eigen goal te passen. Dat willen de Engelsen vermijden, dus nu gaan zij het doel van de Belgen verdedigen om Kompany te beletten een eigendoelpunt te maken. 

Dit absurde scenario zou niet eens een primeur in het voetbal zijn. In 1994 moest Barbados met twee doelpunten verschil winnen van Grenada om zich te kwalificeren voor de eindronde van de Caribbean Cup. Bij een gelijkspel zou een golden goal de wedstrijd in verlengingen beslissen. De organisatie had beslist dat dit gouden doelpunt dubbel telde. Barbados scoorde tweemaal, maar in de 83ste minuut maakte Grenada de aansluitingstreffer. Toen bedachten de spelers van Barbados dat het gemakkelijker was om voor het einde een eigendoelpunt te maken en in de verlengingen een doelpunt te scoren dat voor twee gold. Een verdediger trapte de bal dus maar in eigen doel. Daarop bedacht ook Grenada razendsnel een nieuw tactisch plan. Een normaal doelpunt zou Grenada naar de eindronde brengen en een eigendoelpunt zou Barbados tenminste diskwalificeren. In de absurde laatste minuten probeerde Grenada daarom te scoren in het doel van Barbados én in het eigen doel. De spelers van Barbados moesten twee doelen verdedigen.
 

Sportsmanship

Tegen de geest van het spel? Volgens filosoof en sportfanaat David Papineau niet. Hij zegt dat de teams net creatief met de regels omgingen en een innovatieve manier bedachten om te winnen. Sport is winnen. Hoe doet er eigenlijk niet toe. In De regels van het spel schrijft hij: ‘Elke serieuze sporter streeft er altijd naar om verlies te vermijden en tot winst te komen. Als hij een nieuwe manier bedenkt om die doelen dichterbij te brengen is hij wel gek als hij daar niet naar handelt. Een sporter die een gebaand pad naar de overwinning links laat liggen is een sporter die zijn sport niet serieus neemt.’

Als België en Engeland dus allerlei gekke manieren bedenken om tweede te worden in hun groep, moeten we niet zeggen dat ze geen sportiviteit uitstralen, maar net dat ze als echte sportmannen alles over hebben voor de hoogste overwinning, de wereldbeker. De logica van de sport is de winst, niet het goede spel. Net zoals in de echte wereld.

De vraag die hier op het spel staat is wat authentiek sportsmanship inhoudt. Is het sportiever om sluw zwakkere tegenstanders op te zoeken met het oog op het uiteindelijke doel, een doel bovendien dat alle middelen heiligt? Of is het sportiever om uit te gaan van eigen sterkte, erin te geloven dat je elke tegenstander aankan en onverschrokken en vol inzet altijd - elke wedstrijd, elke seconde – proberen te winnen?

Intuïtief denk ik dat we geneigd zijn om de tweede optie te verkiezen. Maar wat betekent dit? Sportiviteit wordt zo veel meer verbonden met moed en krijgerschap dan met sluwheid en berekening. De sportman is een dapper strijder, geen rekenkundig genie. Rinus Michels’ adagium voetbal is oorlog slaat niet alleen op de strijd op het veld, maar evenzeer op de oorlogsmoed die we van de sporter verwachten. Dat de oorlog zelf een rekenkundige en koelbloedige affaire is, en niets met Achilles’ moed of de heroïsche zelfopoffering van de soldaat te maken heeft, toont dat zelfs de beeldspraak een romantisch ideaal voorstaat. Voetbal is een gesublimeerde vorm van een op zich al geromantiseerd oorlogsbeeld.

Dat willen we dus van de sportman: dat hij dit beeld hooghoudt, deze romantiek, en zich niet laat verleiden door het utilitaire rekenideaal van een door winstmaximalisatie gedreven samenleving. Ondanks de logica van de sport dus. Eén ding staat vast: hoewel voetbal entertainment is, ondanks de hallucinante bedragen die erin de ronde doen, op het veld moet de voetballer zich in een andere wereld wanen, een lang vervlogen en misschien nooit bestaande wereld van idealen van eerbaarheid - moed, strijd, dapperheid.
 

Toevalligerwijs

Voetbal is een sport waarin toeval een buitenproportionele rol speelt. Hierdoor kan het zwakste team een wedstrijd lang geen bal goed raken en toch met één snelle aanval Goliath verschalken. Al het rekenwerk ten spijt kan de tweede in Groep G na vanavond zich danig mispakken.



Op het Europees Kampioenschap deelden de Belgen dezelfde euforie. Tweede worden in de groepsfase betekende een achtste finale tegen een doldwaas Hongarije, een kwartfinale tegen een stug, maar beperkt Wales en een halve finale tegen een sputterend Portugal. We waanden ons al in de finale. Maar – en niemand had gedacht dat de woorden ‘Robson-Kanu’ en ‘schitterende schijnbeweging’ ooit in één zin zouden voorkomen: de Welshman Robson-Kanu maakte een schitterende schijnbeweging en trapte Wales voorbij België naar de halve finale.

Op papier wacht de tweede in Groep G een gemakkelijker parcours, maar Johan Cruijff heeft vast ooit stellig gezegd dat voetbalwedstrijden niet op papier en wel op gras gespeeld worden. (Ik hoop tenminste dat het Cruijff was, want anders was het godbetert Wesley Sonck.) En hoe potsierlijk wordt al het voorbarige rekenwerk dan? Omdat toeval zo’n grote rol heeft, houden de schijnbare waardeverhoudingen vaak geen stand. Vraag maar aan de Duitsers.    

Welkom op filosofie.nl!

Speciaal voor nieuwe bezoekers selecteerden wij negen inspirerende artikelen. Lees waarom onderzoek naar geluk niet deugt, zes soorten vervreemding op de werkvloer, hoe Socrates de opkomst van Trump al voorspelde, en meer...

Lees meer
Ik lees graag later

Als u hier uw e-mailadres achterlaat, dan sturen wij het kennismakingsdossier naar u toe. U kunt het dan op ieder gewenst moment lezen.