Log in




Wachtwoord vergeten
Log in | Word lid | Service

Filosofie.nl

Filosofie Abonnement
09-04-2018

De nieuwe apartheid

Met deze knop kunt u, als u lid bent, artikelen toevoegen aan een leeslijst op uw persoonlijke pagina. Klik hier voor uw abonnement op maat.

Kees Vuyk

Dankzij de democratisering van het onderwijs konden intelligente kinderen uit lagere klassen gaan studeren. Dit vervreemde hen echter ook van hun lager opgeleide families en buurten. Daardoor is de kloof tussen hoog- en laagopgeleiden nu dieper dan ooit, stelt filosoof Kees Vuyk.

Dat ik als intelligent jongetje uit de lagere burgerij (de ‘kleine luyden’) in 1965 in de brugklas van het lyceum terecht was gekomen, was geenszins vanzelfsprekend. Mijn zus en broer waren mij weliswaar voorgegaan, maar mijn zus was er na drie jaar hbs mee gestopt, omdat zij net als haar vriendinnen geld wilde gaan verdienen, terwijl mijn broer er een tijdlang best moeite mee had gehad, wat mijn ouders sterkte in de twijfel of dit wel een geschikt schooltype was voor ‘ons soort mensen’. Maar toen ik na een jaar het advies gymnasium kreeg toen raakten mijn ouders echt in de war. Dat zij ermee instemden dat ik dat advies zou volgen, heb ik te danken aan mijn broer, die inmiddels met het hbs-diploma op zak wereldwijs genoeg was om mijn ouders ervan te kunnen overtuigen dat dit een goede keuze was. Uiteindelijk waren ze ook best trots op mijn prestaties. Mijn vader, die als zijn vader en grootvader en generaties daarvoor boomkweker was, had niet zo’n liefde voor zijn vak, dat hij wilde dat ik het zou voortzetten. Mijn moeder, die zoals ik al vertelde, zelf van haar vader niet had mogen doorleren, heeft voor haar kinderen altijd aspiraties gekoesterd. Zij droomde van een toekomst voor mij als dominee, advocaat of misschien wel dokter. Het laatste nam ik over. Maar ik gaf er geleidelijk een eigen draai aan doordat ik – mede onder invloed van mijn broer en zijn vriendin (later mijn schoonzus), die een opleiding tot leraar volgden – boeken ging lezen over psychologie en psychiatrie, over Freud en Jung. Die voedden mijn belangstelling. Psychiater dat wilde ik worden.

Het tweede drama tussen mijn ouders en mij deed zich voor toen ik de stap moest maken om mij in te schrijven voor de universiteit en ik tot het inzicht kwam dat de medicijnenstudie me tegenstond. Het vele stampwerk zag ik niet als intellectuele uitdaging en het vooruitzicht te moeten snijden in dode lichamen riep bijna walging op. Ik besloot me in te schrijven voor psychologie, zeer tegen de zin van vooral mijn moeder, maar zij kon mij daar niet meer van afhouden. Een twistpunt was ook waar ik zou gaan studeren. Leiden, vonden mijn ouders, dicht bij huis, dan hoefde ik niet op kamers. Ik zette mijn zinnen op Amsterdam, op dat moment (1971) de plek waar, onder invloed van de jeugdrevoltes die ik eerder al noemde, een nieuw Nederland gistte en borrelde. Mijn geluk was dat zich in Amsterdam de Vrije Universiteit bevond. Als trouwe gereformeerden hadden mijn ouders die universiteit altijd met bescheiden giften gesteund. Dat ik daar wilde gaan studeren konden zij niet afkeuren. Hun geld zou nu zijn bestemming vinden in het onderwijs voor hun zoon.
 
Het werd dus de VU. Natuurlijk leidde mijn studie daar in het bruisende Amsterdam tot een verdergaande verwijdering tussen mij en het milieu van mijn afkomst. In de jaren zeventig groeide de VU – net als alle universiteiten – snel en verloor haar karakter van een instelling waarin het gereformeerde volksdeel zichzelf in eigen kring ontwikkelde. Toen ik vervolgens ervoor koos om mijn studies uit te breiden en ook filosofie ging studeren en me daarnaast ging bewegen in de wereld van de kunsten, werd de kloof steeds breder. Tot een harde breuk is het niet gekomen. Maar veel om over te praten was er lange tijd niet als ik met mijn ouders was. Ik wist dat ik ze teleurgesteld had. Terwijl er bij mij soms iets broeide als dat ik ook wel alles alleen had moeten uitzoeken. Echt verwijten kon ik dat mijn ouders natuurlijk moeilijk, maar ik dacht weleens na over hoe het met me zou zijn gegaan wanneer ik van huis uit meer vertrouwd was gemaakt met de wereld waarin ik terecht was gekomen. Dat tobben werd uiteraard gevoed door het feit dat ik in mijn carrière in aanraking kwam met medestudenten, later collega’s en vrienden, die niet deze worsteling met het ouderlijk milieu hadden doorgemaakt, maar rustig het pad hadden gevolgd dat hun ouders voor hen hadden geplaveid en die nog altijd bij hun ouders terechtkonden voor raad en hulp. Hoe ontspannen leek mij hun leven. Hoe vanzelfsprekend was hun optreden in elk milieu waarin ze zich begaven. Geen aarzeling op de drempel, geen kat-uit-de-boom-kijkgedrag, geen twijfel, maar altijd weten wie je bent en in elke omstandigheid de overtuiging bezitten dat je er mag zijn.
 
Ik vertel dit verhaal omdat het exemplarisch is voor de levensverhalen van vele kinderen die geboren zijn in de eerste decennia na de oorlog en die de vruchten konden plukken van de grote rol die het onderwijs onder invloed van het meritocratische ideaal had gekregen. Het aantal hoogopgeleiden is daardoor in betrekkelijk korte tijd spectaculair gestegen. Had begin jaren zestig nog slechts 5% van de beroepsbevolking een diploma hoger onderwijs, op het ogenblik ligt dat aandeel op ruim een derde. De stijging is veroorzaakt doordat er na de Tweede Wereldoorlog geleidelijk een eind gekomen is aan de situatie dat vrijwel alleen kinderen uit de hogere standen toegang hadden tot het gymnasium en de hbs en daarmee tot vormen van hoger onderwijs. Voor die tijd werd aan kinderen van lagere komaf, ongeacht hun intelligentie, die scholing onthouden. Ze waren er natuurlijk wel, die intelligente kinderen, en velen gebruikten die intelligentie ook ondanks hun gebrek aan scholing. Maar dan wel op de bescheiden positie die hun in de maatschappelijke hiërarchie op basis van hun afkomst was toegewezen.

Onder deze foto kunnen leden verder lezen over democratisering en een groeiende ongelijkheid tussen hoger- en lageropgeleide mensen.

Verder lezen?



Welkom op filosofie.nl!

Speciaal voor nieuwe bezoekers selecteerden wij negen inspirerende artikelen. Lees waarom onderzoek naar geluk niet deugt, zes soorten vervreemding op de werkvloer, hoe Socrates de opkomst van Trump al voorspelde, en meer...

Lees meer
Ik lees graag later

Als u hier uw e-mailadres achterlaat, dan sturen wij het kennismakingsdossier naar u toe. U kunt het dan op ieder gewenst moment lezen.