Log in




Wachtwoord vergeten
Log in | Word lid | Service

Filosofie.nl

Filosofie Abonnement
09-03-2018

De bescheiden profeet van de nieuwe aarde

Met deze knop kunt u, als u lid bent, artikelen toevoegen aan een leeslijst op uw persoonlijke pagina. Klik hier voor uw abonnement op maat.

Florentijn van Rootselaar
Filosoof, journalist, schrijver

Peter Sloterdijk


De Mercedes — het S-type, de topklasse van het Duitse auto­ mobielmerk — beweegt zich bijna de hele rit met een flinke snelheid over de linkerbaan. Op de achterbank, met leren bekleding, zetelt Peter Sloterdijk, groot Duits denker. Voorin — naast de chauffeur — zit zijn nieuwe vriendin, die het interview op de achterbank aandachtig volgt. De grapjes van Sloterdijk, die zijn duidelijk voor haar bestemd.
 
We praten verder over het tijdperk waarin overal op aarde de sporen van de mens zichtbaar zijn. Het tijdperk ook waarin de mens niet meer onbekommerd kan verbranden, waarin ons afval niet zomaar meer opgenomen wordt door de aarde. De menselijke afvalstoffen komen in het kwadraat terug naar ons, en bedreigen zelfs het voortbestaan van mens en natuur op aarde — denk aan het broeikaseffect.
 
Het antropoceen is er onmiskenbaar, zegt Sloterdijk, die zelf een hybride auto bezit. ‘Wat wil je ook, als elke dag een stoet van meer dan honderd miljoen auto’s over de wegen raast, als elke dag in minstens twee tot drie miljard huizen op de aardoppervlakte een open vuur wordt aangestoken, als meer dan honderdduizend schepen met zware olie over de oceanen varen, als elke dag een luchtvloot van vijftigduizend vliegtuigen dankzij kerosine de lucht in gaat, als mensen in de gebieden met een gematigd klimaat minstens de helft van het jaar hun woning verwarmen? 'Dan heb je werkelijk alles gedaan wat nodig is om het broeikas-effect tevoorschijn te roepen.’
 
De hedendaagse aanslag op onze wereld vloeit volgens Sloter-dijk voort uit onze typisch menselijke lust om te verbranden. ‘De voornaamste bezigheid van de mens op aarde is verbranden. Dat begon in de middeleeuwen met houtskool; die werd toen niet gevonden, maar door mensen gemaakt. Dan komt de tijd van de bergmensen, die de kolen halen uit de diepten van de aarde. Zo volgt een reusachtige, infernotechnische beschaving, die gebouwd is op verbranding. Vanaf 1850, 1900 volgt het aardolietijdperk. Olie is na de kolen een tweede titaan die uit de aarde oprijst om arbeid te verrichten.
 
Die ontwikkeling is tot op heden niet opgehouden. Tegenwoordig leven we in een nucleair regime, en er zijn ook weer andere regimes. Ondanks de afwisseling van regimes blijft de hoofdgedachte hetzelfde: we winnen energie die we verbranden.’
 
De bedoelingen van de verbrandende mens zijn misschien best goed, maar de effecten zijn desastreus. Dat is de tragiek van de moderne mens. ‘Sinds 1700 ziet de mens zichzelf als een wezen met een missie — maar we zijn vooral een wezen met een emissie, met uitstoot; we leven in het tijdperk van de bijwerkingen. De ironie van onze samenleving is dat we denken dat we een doel hebben, dat we iets voor elkaar kunnen krijgen. Dat klopt ook, maar ondertussen zijn de bijwerkingen sterker dan de werkingen. Al die bijwerkingen stapelen zich op tot een effect dat niemand wilde.
 
Om dat effect te karakteriseren gebruiken we in de natuurwetenschap het woord “antropoceen”: door de mens geschapen machines veranderen de metabole processen van de aarde.’
 
Die machines zijn de hefbomen van de mens, zegt Sloterdijk. Dankzij de hefboom verandert onze muizenkracht in een reusachtig vermogen — om te produceren, maar tegelijkertijd om uit te stoten, te vernietigen. ‘Je kunt zeggen dat we de hefboomwerking in onze tijd voor de tweede keer hebben ontdekt. In de klassieke oudheid hadden we het over mechanè, het idee van de hefboom, waar de hele mechanica uit voortkomt. Een hefboom betekent: met een kleine kracht een grotere last bewegen. In de moderne technologie doen we niet anders: de mensheid gaat in wezen niet anders om met de eigen kracht dan vroeger; we zijn alleen handiger geworden, onder meer door de vele robotachtige slaven die we in dienst hebben. De stoommachine — een krachtsysteem gecombineerd met een uitvoeringssysteem — was al echt een robotslaaf, al ontbrak de intellectuele component nog die je wel in moderne robots ziet.’
 
Het probleem is dat niemand schuldig lijkt te zijn aan de vernietiging van de aarde. ‘Ieder individu kan zeggen: ik was het niet. Het waren de titanen. We leven werkelijk in een tijdperk van objectief titanisme. De reusachtige energiesubjecten kool en aardolie, die voor het grootste deel onder de aarde gebonden waren, komen naar boven. Het heeft alles weg van een aardse mythologie. In de jaren twintig [van de twintigste eeuw] sprak men in Duitsland werkelijk over de titanen. Er was een nieuwe burgerlijke mythologie uitgevonden. In het bijzonder Friedrich Georg Jünger, de broer van Ernst Jünger, bleef maar met de titanen dwepen, omdat hij eindelijk een metafoor had gevonden om het reusachtige te bezweren, het reusachtige dat was opgedoken in de moderne transacties tussen mens en aarde.’
 
Het woord ‘antropoceen’ gebruiken we volgens Sloterdijk vooral om een schuldige aan te wijzen voor de levensbedreigende veranderingen op aarde. ‘ “Antropoceen” wordt dan wel gebruikt als geologisch begrip, maar in werkelijkheid is het juridisch of moreel geladen. Voor het eerst in de geschiedenis wijzen we een schuldige aan voor de evolutie die heeft geleid tot de huidige staat van de wereld.
 
Die aanklager heeft een grote toekomst, want het aanklagen wordt in eenentwintigste eeuw nog epidemischer dan in negentiende of twintigste eeuw. Dat plezier in het aanklagen gaat terug tot de Franse Revolutie, op de voorstelling dat men de aanstichter van het ongeluk kent en weet waar hij woont, dat men als het nodig is er zelfs een beul op af kan sturen. Sinds de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens zijn de middelen om aan te klagen ongewoon sterk toegenomen.
 
In de eenentwintigste eeuw kan het woord “antropoceen” dus gebruikt worden om een macrocrimineel aan te pakken. Maar dan zul je iets zien wat we al wisten: wie te veel aanklaagt, klaagt niets aan. Dat zou met het antropoceen ook weleens zo kunnen gaan. Wil de aanklacht werken, dan zul je preciezer moeten zijn.’

U kunt het volledige interview met Peter Sloterdijk en vele andere gesprekken met grote denkers lezen in 'Filosofisch veldwerk', het pas verschenen boek van redacteur bij Filosofie Magazine Florentijn van Rootselaar.
 

Welkom op filosofie.nl!

Speciaal voor nieuwe bezoekers selecteerden wij negen inspirerende artikelen. Lees waarom onderzoek naar geluk niet deugt, zes soorten vervreemding op de werkvloer, hoe Socrates de opkomst van Trump al voorspelde, en meer...

Lees meer
Ik lees graag later

Als u hier uw e-mailadres achterlaat, dan sturen wij het kennismakingsdossier naar u toe. U kunt het dan op ieder gewenst moment lezen.