Log in




Wachtwoord vergeten
Log in | Word lid | Service

Filosofie.nl

Filosofie Abonnement
15-09-2017

Confucius weet wat een goede regering is

Met deze knop kunt u, als u lid bent, artikelen toevoegen aan een leeslijst op uw persoonlijke pagina. Klik hier voor uw abonnement op maat.
Confucius is onze filosoof van de maand. Hij leefde in tijden van chaos en wilde graag wat doen aan de ordeloosheid. Helaas vond hij weinig weerklank. Zo waren zijn laatste woorden: ‘Geen heerser staat op, en niemand in het rijk wil mij als leraar. Het uur van mijn dood is gekomen.’ Na zijn dood waren daar gelukkig nog een aantal volgelingen die zijn leer konden verspreiden. Zijn leer vond langzaam ingang in het antieke China, en langzaamaan begonnen Chinese keizers zich aan confucianistische maatstaven te meten. Wat hielden deze maatstaven dan precies in? Filosoof Karl Jaspers legt dit uitgebreid uit in zijn boek Socrates, Boeddha, Confucius, Jezus:

‘Goed regeren is alleen mogelijk in de toestand, welke door de li [rituelen], de goede muziek en de menselijke omgangsvormen is gestempeld tot een heilzame samenleving. Die toestand moet groeien. Hij kan niet worden gemaakt, wel kan men hem bevorderen of verstoren.
Een middel om te regeren zijn wetten. Maar wetten hebben maar een beperkte werking; en op zichzelf beschouwd zijn ze heilloos.
 
Beter is het voorbeeld. Want waar wetten het leven moeten bepalen, zal het volk zich zonder schaamte aan de straffen onttrekken. Waar echter het voorbeeld de richting aangeeft, zal het volk schaamte gevoelen en zich verbeteren. Als een beroep wordt gedaan op de
wetten, is er al iets niet in orde. «In het aanhoren van rechtszaken ben ik niet beter dan enig ander. Er is mij alles aan gelegen een situatie tot stand te brengen, waarin geen rechtszaak ontstaat.»
 
Voor drie dingen moet een goede regering zorg dragen: voor voldoende voedsel, een goed leger en het vertrouwen van het volk in zijn regering. Moet men van een van deze dingen afzien, dan kan men het eerst afstand doen van het leger, vervolgens van het voedsel («van oudsher moeten de mensen sterven»), maar nooit van het vertrouwen: «Wanneer het volk geen vertrouwen heeft, is regeren onmogelijk. » Dat is de rangorde van het essentiële.
 
Maar bij het uitwerken van de gedragslijn kan men niet beginnen met vertrouwen te eisen. Vertrouwen kan niet worden geëist; men kan alleen de voorwaarden scheppen waaronder het vanzelf ontstaat. Voor de gedragslijn is het eerste: «Het volk welvarend maken» – het tweede: «Het volk vormen».
 
Bij de goede regering behoort de goede vorst. Hij laat de natuurlijke bronnen van de rijkdom stromen. Hij overweegt voorzichtig met wat voor werk de mensen moeten worden belast; dan morren ze niet. Hij is verheven zonder hoogmoedig te zijn, dat wil zeggen, hij behandelt de mensen niet laatdunkend, om het even of hij met velen of met weinigen, met aanzienlijken of met kleine luiden te maken heeft. Hij roept eerbied op zonder zich druk te maken. Hij staat stil als de poolster en laat alles om zich heen naar de orde bewegen. Omdat hij zelf het goede wil, wordt ook het volk goed.'
 
Karl Jaspers, Socrates, Boeddha, Confucius, Jezus: De maatgevende mensen (Bijleveld: 2015), 96-97. 

Welkom op filosofie.nl!

Speciaal voor nieuwe bezoekers selecteerden wij negen inspirerende artikelen. Lees waarom onderzoek naar geluk niet deugt, zes soorten vervreemding op de werkvloer, hoe Socrates de opkomst van Trump al voorspelde, en meer...

Lees meer
Ik lees graag later

Als u hier uw e-mailadres achterlaat, dan sturen wij het kennismakingsdossier naar u toe. U kunt het dan op ieder gewenst moment lezen.