Log in




Wachtwoord vergeten
Log in | Word lid | Service | Ledenpagina

Filosofie.nl

Filosofie Abonnement
14-07-2017

Liveblog: Rechtszaak tegen de dood

Met deze knop kunt u, als u lid bent, artikelen toevoegen aan een leeslijst op uw persoonlijke pagina. Klik hier voor uw abonnement op maat.

Bart Coster
Freelance filosofiejournalist

Vrijdag 14 juli vond om 15.30 uur, in het Paleis van Justitie in Amsterdam, de rechtszaak tegen de dood plaats. Het was een fascinerende middag, en wij deden er verslag van via dit liveblog.

Lees hier een introductie op de rechtszaak, met een omschrijving van de aanklacht en een introductie van de hoofdrolspelers.

15:55: we zijn begonnen! Het is een zware zaak, dus er zijn drie rechters om de schuld en de eventuele straf voor de dood te bepalen. Er worden al interessante vragen uitgesproken: kunnen de rechters wel onafhankelijk zijn? Net als iedereen hebben zij namelijk ook met de dood te maken. 

​16:03: de aanklager legt ten laste: dat de dood willekeurig te werk gaat, en daardoor angst veroorzaakt. En de tweede aanklacht is dat de dood mensen van het leven beroofd. De vraag wordt al opgeroepen: doodt de dood mensen, of komt de dood door of ten gevolge van een ziekte, en is de ziekte de eigenlijke boosdoener? De dood op zich is niet het probleem, zegt de aanklager: maar de wijze waarop hij optreedt, dat wordt de dood wel verweten.

16:11: de advocaat van de dood, Eugene Sutorius, neemt het woord. Hij vertelt dat hij het moeilijk heeft gevonden zich in de dood in te leven.

16:15: de eerste getuige, mevrouw Sterrenburg, wordt naar voren geroepen. Ze vertelt over de dood van haar dochter, en verwijt de dood dat deze haar onnodig lang heeft laten lijden en in onzekerheid heeft gelaten. Uit haar verhaal lijkt naar voren te komen dat de dood alles voor niks lijkt te laten zijn.

16:28: De rechter vraagt naar eventuele postieve gevolgen van de dood van de dochter van mevrouw Sterrenburg, maar hier wil zij niet aan: de zogenaamde voordelen kunnen nooit opwegen tegen de dood van haar dochter. Ze zijn hooguit een 'doekje voor het bloeden'. 

16:29: mevrouw Sterrenburg vertelt dat het lastig is om over de dood na te denken als deze er echt aan komt, omdat de dood soms te erg is om aan te denken. Zelfs in die situatie is dus nog mogelijk om de dood te negeren.

16:33: de volgende getuige, een bergbeklimmer, ziet de dood als een oproep om het maximale uit het leven te halen. Zo geeft hij de betekenis aan de dood en aan het leven. Lees hier het verhaal van een andere bergbeklimmer die uit zijn ervaringen ongeveer dezelfde opvatting over de dood haalt.
Hij is niet bang voor de dood, want hij ziet de dood niet als een einde, maar als een nieuw begin. Hij heeft een cyclisch begrip van het leven, en dus ook van de dood.
Hij spreekt over zijn bergbeklimmen als een spel met de natuur en een spel met de dood. De rechter spreekt ook wel over een dans met de dood. 
Toch zegt hij: 'Ook ik wil 100 worden'.

16:46: De aanklager constateert dat wanneer je niet gelooft in de dood, bijvoorbeeld omdat je gelooft in reincarnatie, de dood een stuk minder te verwijten zou vallen. 

16:50: mevrouw Peters, de derde getuige, komt naar voren. Zij heeft een vriendin verloren. Ook haar zus is zij verloren. Ze beschrijft de lijdenswegen van hen. Het is natuurlijk de vraag: is dit de dood te verwijten, of bracht de dood juist verlossing? Of is het de dood te verwijten dat hij niet eerder was gekomen?
16:55: ze heeft ook een positief effect ervaren: ze leeft nu bewuster en intensiever. 

17:00: de vierde getuige treedt aan. Zij vertelt over haar nichtje Florine, dat op haar vijfde is overleden aan een hersentumor. Ze getuigt vanuit het gezichtspunt van Florine. Ze verwijt de dood dat hij haar heeft beroofd van alle ervaringen die ze anders nog gehad zou hebben, door haar hele toekomstige leven heen.

17:34: na een pauze gaan we weer verder, en de vierde getuige treedt aan. Deze mevrouw is bang voor de dood: ze zegt gemiddeld tien keer per dag over de dood na. Ze wil geen kinderen, deels omdat ze bang is om deze dan weer kwijt te raken aan de dood. Ze is bang dat verdriet niet aan te kunnen. Ze beschrijft dat juist wanneer ze rustig en gelukkig is, de dood om de hoek komt kijken en dit geluk vergalt door haar angst aan te jagen. 
Deze mevrouw verwijt de dood dat hij het leven wegneemt en te kort maakt.

17:50: Damiaan Denys, filosoof en psychiater, komt als eerste deskundige naar voren, op verzoek van de verdediging. Hij zegt nog weinig over de dood te hebben gehoord, en vooral over de ziekte. De ziekte is een eigenschap van het leven, zegt hij, en dan zou dus eerder het leven aangeklaagd moeten worden. 
'Om goed te kunnen leven hebben we betekenis nodig', zegt Damiaan Denys, en iets kan alleen maar betekenis hebben als iets eindig is. Eindigheid is een voorwaarde voor betekenis.
Damiaan Denys zegt dat het probleem niet bij de dood ligt, maar bij ons onvermogen om menselijke beperkingen te accepteren. Mensen doen alsof ze het recht hebben op hun toekomstige jaren, nadat ze dood zijn gegaan, maar volgens Damiaan Denys veroorzaakt dit juist het lijden, en niet de dood zelf. 
'De dood is een stuk van het leven': als het leven een fles wijn is, is de dood de laatste slok. De dood zit dus inbegrepen in het leven, zegt Damiaan Denys. 
Op vraag van de rechter gaat Damiaan Denys ook in op de redeloosheid van de dood. Hij draait het om: zouden we liever hebben dat de dood wel met rede handelde? Zouden we willen dat de dood niet willekeurig was? Wie zou dan moeten bepalen wie de dood doodt? Uiteraard antwoordt de rechter niet.
'Er hangt eigenlijk, vanaf het moment dat je geboren wordt, een betonblok aan een dun draadje boven je hoofd'.

18:10: Bert Keizer treedt aan, als tweede deskundige. Eerder, in Filosofie Magazine, heeft hij gezegd dat hij het liefst de dood zou willen afschaffen. De belofte van de geneeskunde is dat de dokter de dood niet toe zal laten, maar het sterftepercentage van de mens is toch 100%. Hij verwijt in de rechtszaal dat dokters de dood in de weg lopen en het lijden verlengen. Waarom ze dit doen volgens Bert Keizer? 'De dokter is net zo bang voor de dood als de patient.' Hij is het met de advocaat van de dood eens dat het verkeerde optreden wat de dood wordt verweten, dat de dood vaak te laat komt, voor een groot deel veroorzaakt wordt door de dokters.
18:17: Bert Keizer bespreekt ook de willekeurigheid van de dood. Maar hij zegt dat elk systeem dat de dood zou kunnen gebruiken, zoals alle 80'ers doden, niet zou kunnen werken; elk systeem zouden we oneerlijk vinden. Daarom is het beste systeem wat de dood zou kunnen gebruiken de willekeur is. 
'Wij zijn het enige dier dat z'n kop zover boven het maaiveld kan uitsteken dat ie het graf in de verte kan zien liggen.'
18:27: De aanklager stelt een kritische vraag: als de dood niks te verwijten valt, heeft de Levenseindekliniek, waarbij Bert Keizer werkzaam is, dan wel zin? Hij geeft toe dat de dood soms twijfelt en treuzelt, en dat juist daarom de Levenseindekliniek in het leven is geroepen.

18:32: de vijfde getuige treedt aan, op verzoek van de verdediger van de dood. Zij vertelt dat zij werd geconfronteerd met de sterfelijkheid van mensen toen zij hoogzwanger was. Het kind zou op elk moment kunnen overlijden, zelfs nog voor het  geboren zou worden. Met deze geboorte haalde zij ook de dood binnen, voelde zij. En ze moest de dood wel omarmen. 'Iedereen die aan het leven begint, begint ook aan de dood.'

18:41: Rene ten Bos komt als laatste deskundige aan het woord. Hij observeert dat er wordt gedaan alsof het leven voor ons bestaat, terwijl het leven ons gegeven wordt. Dat neemt niet weg dat het leven soms ellendig is, geeft hij ook toe. Maar: 'de werkelijkheid is doof voor onze verlangens'. Filosofie is voor hem een manier om zich met deze absurditeit van het bestaan te verhouden. 
Maar ook hij geeft toe: filosofie biedt niet alle troost die nodig is bij de tragiek die voorbij is gekomen in de afgelopen uren. 
18:58: Rene ten Bos beveelt ons allemaal aan om elke keer te zoenen alsof het onze laatste zoen is. Zo geeft het besef van sterfelijkheid een soort intensiteit aan ervaringen.

19:00: de aanklager begint aan zijn requisitoir. We verzinnen volgens hem allerlei dingen waarmee de wereld proberen te rechtvaardigen, ook al is deze onrechtvaardig en kunnen we daar niks aan doen. Zo gaan we ook met de dood om; alleen zo kunnen we met de dood leven, beweert hij. Dit maakt volgens hem de verdedigers van de dood minder geloofwaardig.
Hij somt het onprofessionele handelen van de dood op, dat naar voren is gekomen in de verhalen van de getuigen. Hij haalt het bestaan van de Levenseindekliniek aan als bewijs voor het onprofessionele handelen van de dood: waarom zouden we dit anders moeten verbeteren?
En waarom gaan sommige mensen dood en anderen niet, die het veel meer lijken te willen of verdienen? Het antwoord is willekeur. En door deze willekeur boezemt de dood angst in, die het leven kan vergallen. 
Volgens de aanklager moet de rechtbank uitspreken: 'Zo dus niet'. De dood moet netter gaan optreden, vindt de aanklager, zodat hij ook minder angst aanjaagt. Er moet een signaal komen. De aanklager eist dat de dood schuldig wordt bevonden aan de aanklachten, maar eist geen straf. 

19:19: de advocaat van de dood begint aan zijn pleidooi. Volgens de advocaat is deze strafzaak een uiting van hoogmoed om ons rechtssysteem te gebruiken om de dood te dagvaarden en te beoordelen. Hij zegt dat de taal van het strafrecht niet geschikt is om inzicht te krijgen in wat voor rol de dood heeft in onze leven. De strafzaak vindt hij een prima format, maar een uitspreken van een straf gaat de advocaat te ver. De dood doet niks met opzet, en de dood heeft geen regels waar hij zich aan zou moeten houden. De tragiek van de dood en het lijden dat daaraan vooraf gaat is volgens de advocaat niet te vatten in het strafrecht. Een veroordeling zou hier niks zinnigs over kunnen zeggen, vindt hij.
Hij observeert ook dat wij al het negatieve, al het lijden en ziekte, afschuiven op de dood, en niet zien als onderdeel van het leven, wat het volgens hem eigenlijk is. 
We moeten de dood niet veroordelen in het strafrecht, vindt de advocaat, maar we moeten andere manieren vinden om ons tot hem te verhouden. 

19:35: de aanklager reageert. We zijn hier om de dood te behandelen als rechtssubject; dat is volgens hem het hele idee. Daarom vindt hij het pleidooi van de advocaat onterecht. Er zijn mensen die vinden dat hen onrecht is aangedaan, en iemand daarvoor veroordeeld willen zien. Daarom zijn we in de rechtbank op dit moment, stelt de aanklager. 

19:38: de rechters gaan in beraad. Een uitspraak vandaag zal er waarschijnlijk niet in zitten, helaas, in verband met tijdgebrek. 

19:50: het vonnis van het tribunaal zal volgende week vrijdag bekend worden.

21 juli: Het vonnis is onderhand uitgesproken. Bekijk het vonnis hier terug

Benieuwd naar andere opvattingen over de dood? Bekijk dan ons dossier over de dood.
 

Welkom op filosofie.nl!

Speciaal voor nieuwe bezoekers selecteerden wij negen inspirerende artikelen. Lees waarom onderzoek naar geluk niet deugt, zes soorten vervreemding op de werkvloer, hoe Socrates de opkomst van Trump al voorspelde, en meer...

Lees meer
Ik lees graag later

Als u hier uw e-mailadres achterlaat, dan sturen wij het kennismakingsdossier naar u toe. U kunt het dan op ieder gewenst moment lezen.