Log in




Wachtwoord vergeten
Log in | Word lid | Service

Filosofie.nl

Filosofie Abonnement
31-10-2016

Achterblijven als het nieuwe avontuur

Met deze knop kunt u, als u lid bent, artikelen toevoegen aan een leeslijst op uw persoonlijke pagina. Klik hier voor uw abonnement op maat.

Marli Huijer
Hoogleraar publieksfilosofie, schrijver

In een tijd waarin mobiliteit hoog wordt geacht en steeds meer mensen de grens over gaan, is het niet verbazingwekkend dat achterblijven een negatieve klank heeft. Achterblijven staat voor onbeweeglijkheid, voor stilstand, voor het gevangen zitten in een lokale situatie. De ruimtelijke immobiliteit die het achterblijven kenmerkt, wordt gelijkgesteld aan een achterblijven op moreel, psychologisch, economisch of sociaal gebied. Achterblijvers zouden vanwege hun immobiliteit bekrompen en bijziend, weinig ambitieus en weinig avontuurlijk zijn.
 
Tegenover de veronderstelde myopie van de achterblijver staat de verziendheid van de mobiele mens. De homo mobilis is een avonturier, een held die de wereld in trekt en voor wie zich oneindige horizonten openen.
 
In de eeuwen die achter ons liggen was deze beweeglijke mens meestal een Europeaan, want geen continent baarde zo veel beweeglijke types als Europa. Die beweeglijkheid hing nauw samen met de Europese voorliefde voor het nieuwe, voor het ontdekken van nooit eerder geziene, gehoorde of zelfs maar gedroomde zaken of werelden. Vanaf de zeventiende eeuw waarde er, om met Hannah Arendt te spreken, een ‘vreemd pathos van noviteit’ door Europa. Vrijwel alle grote schrijvers, wetenschappers en filosofen legden vanaf dat moment een hartstochtelijke nadruk op het nieuwe, op het zien van wat nooit eerder was gezien of ontdekt.
 
Die beweeglijkheid was tot het begin van de moderniteit gericht op de ontdekking van verre, onbekende werelddelen en oceanen. Maar nadat de hele wereld was ontdekt en alle landen en zeeën in kaart waren gebracht, viel er op aarde steeds minder nieuws te ontdekken.
 
Toch nam de mobiliteit niet af, maar toe. Het langzame reizen met zware koffers en zware voertuigen als het stoomschip of de stoomtrein maakte plaats voor snelle vormen van reizen, met lichte bagage en transportmiddelen die van steeds lichtere materialen waren gemaakt. In zijn boek Liquid Modernity betitelt Zygmunt Bauman deze overgang als een transitie van de ‘zware, solide moderniteit’ naar de ‘lichte, vloeibare moderniteit’. De zware moderniteit werd geobsedeerd door massa en ruimte. Hoe meer massa of ruimte, des te beter. Deze mentaliteit leidde tot de productie van gigantische locomotieven en oceaanstomers en het veroveren van zo veel mogelijk land. Elk stukje ‘lege ruimte’ op de aarde moest worden bezet en met zwaar ommuurde forten en gevangenissen worden beschermd.
 

YOLO

 Het tijdperk van de lichte moderniteit daarentegen is meer gecharmeerd van vluchtigheid en snelheid. Hoe minder een mens zich aan spullen, werk of relaties hecht, des te meer kan zij van de ene gebeurtenis, plaats of relatie naar de andere fladderen. De licht-moderne mens leeft een light versie van het aloude adagium carpe diem. Liever dan op de lange duur richt zij zich op de korte termijn, waarin zij zo snel mogelijk zo veel mogelijk ambities wil realiseren en nieuwe ervaringen wil opdoen. Want, yolo, je leeft maar één keer.
 
Het gevolg van deze lichte levenshouding is dat mensen almaar beweeglijker worden en zich minder binden aan een vaste woon- of verblijfplaats. Geen mooier leven dan een bestaan zonder het gewicht van spullen, een groot huis of vaste relaties. Het nomadische neemt het in de lichte moderniteit over van het sedentaire. In de woorden van Bauman:
 
'Het tijdperk van onvoorwaardelijke superioriteit van het sedentaire over het nomadische en de dominantie van het gesettelde over het mobiele is over het geheel snel ten einde aan het komen. We zijn getuigen van de wraak van het nomadisme over het principe van territorialiteit en gevestigd-zijn.'
 
Deze nieuwe, lichte vorm van mobiliteit, die mensen levenslang beweeglijk houdt, creëert een specifiek soort mens: de nomadische of flexibele mens.
 
In zijn denken over vloeibaarheid bouwt Bauman voort op het werk van socioloog Richard Sennett, die in The Corrosion of Character uit 1998 de opkomst van de ‘flexibele mens’ beschreef. De flexibele mens is volgens Sennett het gevolg van een flexibel, op de korte termijn gericht, kapitalistisch systeem dat werknemers dwingt om van het ene tijdelijke arbeidscontract naar het andere te bewegen. Vaak betekent dit dat zij en hun gezinnen keer op keer moeten verhuizen. Zich voor langere tijd ergens vestigen is onmogelijk. Hun kinderen leren daardoor niet wat het is om duurzame sociale relaties op te bouwen. Vriendschappen blijven vluchtig, omdat door het gebrek aan tijd trouw en wederzijdse betrokkenheid geen wortel kunnen schieten.
 
De enige manier om die beweeglijkheid en kortstondigheid te kunnen verdragen is door een flexibele mens te worden: een mens die slechts oppervlakkige contacten aangaat, nergens wortelt en steeds bereid is het verleden achter zich te laten en nieuwe horizonten te ontdekken. Het gevaar van die flexibele mens is volgens Sennett dat we karakterloos worden, omdat we niet de tijd hebben of nemen om een stabiele persoonlijkheid en stabiele relaties te ontwikkelen. Voor het maatschappelijke bestel is dat desastreus: ‘een bestel dat mensen geen goede redenen verschaft om om elkaar te geven, kan niet lang zijn legitimiteit bewaren’.
 
Voor zijn diagnose baseerde Sennett zich op de Amerikaanse middenklasse van de jaren tachtig van de vorige eeuw. Maar deze beweeglijke mens bevolkt nu ook grote delen van Europa. Nu kunnen de wereld en de mensheid enige karakterloosheid en gebrek aan duurzame relaties wel aan. Maar wat als iedereen zich losmaakt van de aarde, iedereen een migrant wordt en niemand zich meer hecht of achterblijft?
 
Het is goed mogelijk dat emigranten alleen konden vertrekken omdat er altijd mensen waren die achterbleven en zorg droegen voor de conservering van de achtergelaten omgeving. En wie weet deden achterblijvers dat vooral omdat ze diep in hun hart bleven geloven dat de emigrant op een dag zou terugkeren. Het verdriet werd weggeslikt en omgezet in hoop op terugkeer. Maar wat zal er gebeuren als er wereldwijd geen enkele blijver of achterblijver meer is, als iedereen voortdurend onderweg is, niemand zich meer wortelt en geen mens meer verlangt naar de terugkeer van een ander?
 
Voorlopig hebben we het stadium waarin iedereen beweeglijk kan zijn, nog niet bereikt. Voor de hoge en middeninkomens in Europa mag dan gelden dat hun beweeglijkheid is toegenomen, voor de lage inkomens geldt misschien juist het omgekeerde. Meer dan voorheen lijken zij gedwongen tot immobiliteit. Niet alleen omdat er geen geld is voor reizen en vakanties, maar ook omdat arme of talentloze Europeanen minder welkom zijn op andere continenten dan voorheen.
 

Het belang van achterblijvers

Als er geen mensen meer zijn die geworteld zijn in de lokaliteit en zich actief inzetten voor het behoud ervan, is er voor emigranten geen thuis om naar terug te keren. Er zijn geen goed onderhouden omgevingen en geen politieke of sociale gemeenschappen meer waarin nieuwkomers een plaats kunnen vinden. En de nomadische mens zou, wanneer ook alle achterblijvers hun lokaliteit verlaten, steeds minder aantreffen wat de moeite waard is om te ontdekken of te beleven.
 
Achterblijvers en blijvers hebben dus niet alleen een conserverende functie, omdat ze zorgen voor het behoud van de omgeving en de gemeenschap die door de vertrekkers worden achtergelaten, ze worden ook gedwongen om open te staan voor en zich aan te passen aan de nieuwkomers die nu de lege plekken van de vertrekkers komen opvullen. Anders dan de vroegere emigrant, die het nieuwe elders zocht uit onvrede met het bestaande, moet de achterblijver het nieuwe kunnen toelaten en accepteren binnen het bestaande.
 
Waarom bleven mensen achter in de tijd dat emigratie voor Europeanen nog relatief makkelijk was, terwijl anderen in hun naaste omgeving vertrokken of steeds op reis waren? En waarom binden mensen zich nu nog aan een lokaliteit, terwijl die in een mum van tijd kan worden verlaten of bereikt?
 
In de geschiedenis van Europa is de emigrant vaak neergezet als een avontuurlijke en leergierige persoon. Het leven van de achterblijvers stak daar mager bij af. Hun bestaan zou zo veel minder waard, minder interessant en minder rijk zijn geweest dan dat van de vertrekkers. De Europese cultuur hecht ook nu nog aan vooruitgang en innovatie. Stilstand of achteruitgang wordt weinig gewaardeerd. Maar is die negatieve karakterisering terecht? Bestaat migratie niet bij de gratie van mensen die de omgeving koesteren en tijd en energie besteden aan het behoud van de lokale omgeving en gemeenschap? 

Dit is een fragment uit het nieuwe boek 'Achterblijven' van Denker des Vaderlands Marli Huijer, Boom Filosofie, € 19,90

Welkom op filosofie.nl!

Speciaal voor nieuwe bezoekers selecteerden wij negen inspirerende artikelen. Lees waarom onderzoek naar geluk niet deugt, zes soorten vervreemding op de werkvloer, hoe Socrates de opkomst van Trump al voorspelde, en meer...

Lees meer
Ik lees graag later

Als u hier uw e-mailadres achterlaat, dan sturen wij het kennismakingsdossier naar u toe. U kunt het dan op ieder gewenst moment lezen.