Log in




Wachtwoord vergeten
Log in | Word lid | Service

Filosofie.nl

Filosofie Abonnement
15-10-2016

Fragment: Leven in tijden van versnelling

Met deze knop kunt u, als u lid bent, artikelen toevoegen aan een leeslijst op uw persoonlijke pagina. Klik hier voor uw abonnement op maat.

Hartmut Rosa
Socioloog

Zoals we allemaal weten, is alleen de tijd zoals de klok die aangeeft exact en objectief meetbaar, terwijl de ervaring van de tijd, de ‘innerlijke duur’ van een gebeurtenis, al even subjectief als verschillend kan zijn. Al naargelang de handelingen of de omstandigheden waarin we verstrikt zijn geraakt, kan een half uur ongelooflijk kort zijn of juist een eeuwigheid duren.

Desalniettemin heeft het empirisch onderzoek naar de tijdsbeleving even consistente als interessante resultaten opgeleverd. Ik denk daarbij met name aan de zogenoemde ‘subjectieve tijdsparadox’, die we allen uit eigen ervaring en herinnering kennen. Die komt erop neer dat beleefde en herinnerde tijd als het ware omgekeerd evenredig aan elkaar zijn. Wanneer we iets doen waarvan we genieten en waardoor we een groot aantal stimulerende indrukken beleven, vergaat de tijd over het algemeen snel. Wanneer we echter aan het einde van de dag die we op die manier hebben doorgebracht, terugkijken, hebben we het gevoel dat het een bijzonder lange dag is geweest.

Denkt u maar eens aan een reis van bijvoorbeeld Berlijn naar de Rivièra. U vliegt ’s ochtends naar München, maakt een kort tochtje door de stad, brengt een paar uur door in de Alpen en zit ’s avonds in een fijn café aan de Middellandse Zee. Wanneer u later naar bed gaat, kan het zijn dat u het gevoel hebt dat het al weer twee à drie dagen geleden is dat u op reis ging. Een snel vervliegende, aangenaam doorgebrachte tijd levert dus een ‘lange’ herinnering op.

Het omgekeerde is echter ook waar. Wanneer we een ongelooflijk vervelende dag doorbrengen met voornamelijk saai wachten, bijvoorbeeld in een wachtkamer of bij een instantie, en daarvoor misschien al in de file, lijkt de tijd in onze beleving eeuwig te duren: het wachten lijkt uren te duren, terwijl we op ons horloge zien dat er net tien minuten zijn verstreken. De tijd verstrijkt bijzonder langzaam. En toch hebben we later ondanks (of juist: dankzij) dat feit het gevoel dat we nog maar net zijn opgestaan, alsof de dag op magische wijze ‘in een vloek en een zucht’ is voorbijgegaan. Een lange belevingstijd heeft dus een korte herinneringstijd tot gevolg.
 

Digitale tijdservaring

Tot zover niets bijzonders – het voorgaande is niet bepaald een nieuwe of choquerende constatering. Interessanter wordt het echter nu er aanwijzingen zijn dat er in de tijd van de digitale media een nieuwe vorm van tijdservaring is ontstaan die dwars tegen het zojuist geschetste ‘klassieke’, kort-lang- of lang-kortpatroon van de tijdsbeleving en de tijdsherinnering ingaat, omdat ze een kort-kortpatroon genereert. Bedenkt u maar eens wat er gebeurt wanneer u thuiskomt en gewoon even snel langs wat zenders wilt zappen. Dan kan het maar zo gebeuren dat u daar een paar uur lang mee bezig blijft en misschien zelfs nog een spannende misdaadfilm kijkt. Dan verloopt de tijd net zo snel en net zo onopgemerkt als tijdens de hiervoor beschreven reis. Net als in het geval van de reis is de tijd gevuld met een groot aantal stimuli, en uw hart begint harder te bonzen wanneer de moordenaar opduikt.

Maar wanneer we uiteindelijk de televisie uitzetten, begint de tijd zich terugblikkend ineens niet meer uit te strekken (zoals na de reis gebeurde), maar juist op een geheimzinnige manier ‘in te snoeren’ tot er bijna niets meer van overblijft. Uiteindelijk zal er van deze televisie-episode niet veel overblijven, net als bij de lang-kortervaring. Als u de hele dag televisie zou kijken, zou u ’s avonds nog steeds het gevoel hebben dat u nog maar net bent opgestaan. We hebben hier dus met een kort-kortpatroon van de tijd te maken: de tijd verloopt in onze beleving snel, maar krimpt in onze herinnering.

Als die tijdservaring nu tot de televisie beperkt zou blijven, zou het verder wellicht niet zo bijzonder zijn geweest; we wisten immers al dat de televisie een merkwaardige macht over ons heeft. Ik zou echter willen stellen dat het kort-kortpatroon in onze laatmoderne leefwereld veel algemener verbreid is. Het ontstaat bijvoorbeeld ook tijdens het websurfen of het spelen van computerspelletjes.
 

Herinneringssporen

Laten we eens een moment proberen te ontdekken welke oorzaken deze omkering van de tijdservaring kan hebben. Naar mijn idee zijn er twee belangrijke verschillen tussen de reis en het televisiekijken. Om te beginnen worden bij de reis alle zintuigen aangesproken en vormen ze in elk opzicht een lichamelijke totaalervaring. Een televisie-ervaring is daarentegen als het ware ‘ontzinnelijkt’. We bewegen ons hoofd nauwelijks, zijn gefixeerd op een zeer beperkte beelduitsnede en hebben geen zintuiglijke waarneming via onze huid of onze neus.

Ten tweede zijn verhalen die we op een beeldscherm (van de computer of de televisie, dat maakt niet uit) zien in de regel ten opzichte van ons eigen leven ‘gedecontextualiseerd’: ze houden geen enkel verband met wie of wat we zijn, met onze gevoelens of met de rest van ons leven. Ze vormen geen ‘antwoord’ op onze innerlijke toestanden en ervaringen op een manier die nog van enige betekenis zou kunnen zijn. Daarom zijn dergelijke activiteiten opzichzelfstaande handelings- of belevingsepisodes. Ze laten geen herinneringssporen achter in onze hersenen: omdat ze voor onze identiteit en ons leven op zich niet relevant zijn en ook niet geschikt zijn om tot een eigen ervaring te worden, kunnen we ze ook meteen weer vergeten (en dat doen we dan ook).

Het vermogen om irrelevante herinneringssporen uit te wissen (of zelfs niet eens aan te leggen) is een welhaast levensnoodzakelijk vermogen in de laatmoderne versnellingssamenleving, waarin ervaring toch al voortdurend als anachronistisch wordt afgedaan en we steeds weer op iets nieuws en onvoorziens bedacht moeten zijn.

Het lijkt echter nu juist het bestaan of nietbestaan van dergelijke sporen in de herinnering te zijn dat de lengte van de herinnering bepaalt. Als dat waar is, hebben we goede redenen om vast te stellen dat er inderdaad een algemeen kort-kortmodel is verschenen in de laatmoderne tijdservaring: we hebben steeds vaker te maken met handelingen en contexten die volledig losstaan van elkaar. We gaan eerst naar de sportschool, vervolgens naar een pretpark, bezoeken een restaurant en een bioscoop of een dierentuin. We nemen deel aan een conferentie of een dinertje met vrienden, gaan ook nog even snel langs de supermarkt om boodschappen te doen.
 

Walter Benjamin

Al deze activiteiten vormen uitsluitend geheel opzichzelfstaande belevingsepisodes die op geen enkele betekenisvolle manier met elkaar verband houden. Dat maakt dan ook dat we ze ons vaak nauwelijks nog kunnen herinneren. Walter Benjamin voorspelde die tendens al honderd jaar geleden, en hij maakte een onderscheid tussen belevenissen (die episodisch zijn) en ervaringen (die ons vormen, zich met onze identiteit en geschiedenis verbinden en hiervoor ook relevant zijn; ze raken of veranderen ons). Het moderne leven heeft naar mijn idee de neiging rijk aan belevenissen maar arm aan ervaringen te zijn.

Het verschil tussen deze twee vormen laat zich eenvoudig illustreren door eens naar onze eigen herinneringen te kijken. Volgens Benjamin hebben we souvenirs nodig als een soort externe herinneringssporen, zodat we ons deze louter episodische belevenissen kunnen herinneren, terwijl we echte ervaringen nooit zouden vergeten. Het is daarom geen toeval dat souvenirwinkels voor de moderne reiziger zo belangrijk zijn geworden. Ik moet inderdaad ook toegeven dat ik wel erg vaak in mijn dagboek moet nakijken of ik wel in een bepaalde stad (of op een bepaalde conferentie) ben geweest. Mijn ‘interne geheugen’ geeft daarover geen uitsluitsel.

Wat Benjamin echter nog niet kon voorzien, is de omstandigheid dat zelfs dergelijke externe opslagmedia als souvenirs alleen voor ons werken wanneer we in elk geval nog over resten van emotionele herinneringssporen kunnen beschikken. De foto’s en souvenirs die u herinneren aan uw eerste liefde of uw eerste zelfstandige reis naar het buitenland, wilt u vast wel bewaren. Alle andere souvenirs en foto’s voelen daarentegen als een last: ze zeggen ons niets meer en laten ons letterlijk ‘koud’. Ze hebben niet het vermogen om iets in ons los te maken, omdat ze niet meer zijn dan externe sporen van episodische belevenissen die inmiddels elke betekenis voor ons hebben verloren.

Zoals Benjamin al voorspelde, zijn we inderdaad steeds rijker aan belevenissen en steeds armer aan geleefde ervaringen geworden. Het resultaat van die ontwikkeling is een tijdservaring waarin de tijd ‘aan beide uiteinden’ als een razende lijkt te verlopen: hij vergaat snel in het ademloze beleven en krimpt of verdwijnt in de herinnering. Dat zou inderdaad weleens de wortel kunnen zijn van het hedendaagse gevoel dat de tijd maar voortraast. En net als in het geval van onze handelingen en spullen, is het probleem ook hier te wijten aan een tekortschietende ‘toe-eigening van de tijd’: we slagen er niet in de beleefde tijd tot de ‘onze’ te maken. De belevingsepisodes en alle tijd die we eraan hebben besteed blijven ons vreemd. Een mislukte toe-eigening van onze handelingen en ervaringen kan echter alleen maar tot een sterkere vervreemding van ons zelf leiden.

Dit is een fragment uit het nieuwe boek van Hartmut Rosa 'Leven in tijden van versnelling', Boom Filosofie, € 20,00

Lees ook het interview met Hartmut Rosa in onze special over Tijd. 

Welkom op filosofie.nl!

Speciaal voor nieuwe bezoekers selecteerden wij negen inspirerende artikelen. Lees waarom onderzoek naar geluk niet deugt, zes soorten vervreemding op de werkvloer, hoe Socrates de opkomst van Trump al voorspelde, en meer...

Lees meer
Ik lees graag later

Als u hier uw e-mailadres achterlaat, dan sturen wij het kennismakingsdossier naar u toe. U kunt het dan op ieder gewenst moment lezen.