Met deze knop kunt u, als u lid bent, artikelen toevoegen aan een leeslijst op uw persoonlijke pagina. Klik hier voor uw abonnement op maat.

Weekendlijstje: Hoop

Hoop. Is er een begrip in de filosofie dat heftiger reacties oproept? Voor de een maakt ze het leven dragelijk, terwijl de ander haar ziet als de oorzaak van al onze ellende. 

De religie binnen de grenzen van de rede – Immanuel Kant

In De religie binnen de grenzen van de rede staat de kwestie van het kwaad centraal. De problematiek in het boek is onverminderd actueel: als iemand een slechte gewoonte heeft ontwikkeld, kan hij die nog wel doorbreken? Kun je van een zware alcoholist verwachten dat hij op eigen kracht van zijn verslaving afkomt? Nee, dat kun je niet volgens Kant. Het enige wat de alcoholist kan doen, is hopen op hulp van de morele wet, de bron van al het goede voor Kant. Voorwaarde is wel dat hij oprecht zijn leven wil beteren en niet een tijdelijke opwelling tijdens een korte nuchtere periode.


Menselijk, al te menselijk – Friedrich Nietzsche

Er zijn weinig filosofen die zo’n verschrikkelijke hekel hebben aan het idee van hoop als Friedrich Nietzsche. Hij ziet het als een zoethoudertje van het christendom om de ongelukkige massa’s onder controle te houden. In Menselijk, al te menselijk bespreekt Nietzsche de doos van Pandora. Toen die geopend werd, kwamen alle ziektes en rampen in de wereld, maar als compensatie kwam tegelijkertijd ook de hoop in de wereld. Nietzsche ziet haar niet als compensatie, maar zoals hij het zelf zegt: ‘De hoop is de grootste van alle kwaden, omdat het lijden van de mens erdoor verlengd wordt.’


De mythe van Sisyphus – Albert Camus

Als het leven betekenisloos blijkt te zijn, is zelfmoord dan de enige logische conclusie? Hoger kan Albert Camus in zijn boek De mythe van Sisyphus niet inzetten. Volgens hem zoekt de mens continu naar betekenis, maar is die niet te vinden in het universum. Uit de botsing tussen de vragende mens en het zwijgende universum ontstaat het absurde. Dit is de fundamentele waarheid van Camus en die mag hij dus ook niet verloochenen. Mensen die toch hopen dat er betekenis gevonden kan worden, plegen volgens hem ‘filosofische zelfmoord’. De absurde mens realiseert zich dat al zijn handelen betekenisloos is, maar besluit toch een zo’n rijk mogelijk leven te leiden en uit elk moment de hoogst mogelijke voldoening te halen. ‘Ik hoop niks, ik vrees niks, ik ben vrij.’

 
Wilt u toegang tot alle artikelen van filosofie.nl? Word dan lid.
Met deze knop kunt u, als u lid bent, artikelen toevoegen aan een leeslijst op uw persoonlijke pagina. Klik hier voor uw abonnement op maat.