Met deze knop kunt u, als u lid bent, artikelen toevoegen aan een leeslijst op uw persoonlijke pagina. Klik hier voor uw abonnement op maat.

Intuïtie volgens Spinoza

Volgens Spinoza heeft iedereen een aangeboren intuïtie die je onmiddellijk inzicht geeft in de waarheid, aldus Spinoza-kenner Maarten van Buuren. Toch dwalen de meeste mensen hun leven lang in verwarring rond, stelt hij. Hoe kan dit?
 
Kennis bestaat volgens Spinoza uit drie onderdelen: verbeelding, logisch denken en intuïtie. Verbeelding is een verwarde en onware vorm van kennis. Ze bestaat uit onzuivere waarnemingen die het best te omschrijven zijn als drogbeelden.
   
Het logische denken is de kritische reflectie op de waarnemingskennis. We kunnen ons deze kritische reflectie voorstellen als een computer die op de tweede verdieping de vervuilde waarnemingsbeelden zuivert die op de begane grond binnenkomen, en ze vervolgens in de juiste volgorde van oorzaak en gevolg plaatst. Deze gezuiverde vorm van kennis is ware kennis.

Over de derde vorm van kennis, de intuïtie, zegt Spinoza heel weinig. Intuïtie is een zondoorschenen, maar raadselachtig perspectief. Volgens Spinoza geeft de intuïtie onmiddellijk inzicht in de waarheid. Toch dwalen de meeste mensen hun leven lang in verwarring rond. Spinoza geeft maar één teleurstellend voorbeeldje van hoe dit kan. Er moeten betere voorbeelden te geven zijn van deze intrigerende intuïtie.
    
Een eenvoudig voorbeeld uit mijn dagelijkse praktijk. Rond mijn dertigste liep mijn leven vast. Ik was een paar jaar daarvoor gescheiden. Eerlijk gezegd begreep ik niet waarom we uit elkaar moesten; ik wist alleen zeker dat we dit moesten doen, omdat ik anders een wanhoopsdaad zou begaan. ‘Aan jou ligt het niet’, zei ik verontschuldigend tegen mijn ex. ‘Waarom gaan we dan uit elkaar?’ vroeg ze. Op deze logische vraag kon ik geen antwoord geven. Ik stond met een mond vol tanden.

Na de scheiding leerde ik een andere vrouw kennen. We begonnen een relatie die een maand of vijf duurde, daarna verflauwde mijn belangstelling en was ik terug bij af. Vervolgens kwam ik een andere vriendin tegen. Na een maand of vier kwam ook aan deze relatie een eind. Zo ging het een keer of vijf achter elkaar. Het drong tot me door dat ik een probleem had, en zette mezelf letterlijk voor de spiegel. ‘Waar zijn we mee bezig?’ vroeg ik mijn spiegelbeeld. De vraag stellen was hem beantwoorden. Wat ik zocht was niet een vrouw met wie ik mijn leven wilde delen. Dat had ik mezelf en mijn vriendinnen wijs gemaakt. Wat ik werkelijk zocht was een lege ruimte waarin ik me terug kon trekken en tot mezelf kon komen; een ruimte waarin ik voor niemand bereikbaar was. Als mijn vriendinnen zich zo vertrouwd met mij begonnen te voelen dat ze dachten mijn innerlijke ruimte te kunnen betreden, maakte ik een eind aan de relatie, omdat ze deze ruimte betraden.

Intuïtief heb ik deze waarheid altijd geweten. Maar ik had mijn confrontatie voor de spiegel nodig om deze weinig vleiende waarheid onder ogen te zien.
    
Volgens Spinoza beschikt iedereen over een aangeboren intuïtie. Ze geeft ogenblikkelijk inzicht in de waarheid. Maar dat wil nog niet zeggen dat iedereen zich in zijn denken en handelen door dit inzicht laat leiden. Verre van dat. We laten ons leiden door drogbeelden die zoveel vleiender en luidruchtiger zijn dan de waarheid die de intuïtie in ons achterhoofd fluistert. Om tot de waarheid te komen moeten we ons volgens Spinoza door een hele korst misleidende beelden bijten die ons wereldbeeld en zelfbeeld onder normale omstandigheden bepalen. Alleen dan kunnen we de drogbeelden vervangen door minder vleiende beelden die, omdat ze waar zijn, ons leven reinigen en ons brengen op de weg naar waarheid en geluk.
 
Dit betekent niet dat intuïtie de hoogste en meest ware vorm van kennis is volgens Spinoza. Volgens de meeste Spinozakenners heeft Spinoza’s kennismodel de vorm van een trap. De wanordelijke kennis op de eerste trede wordt gereinigd door het logische denken op de tweede. En als we ons verstand voldoende trainen, gaat ons verstandelijk inzicht uiteindelijk zo snel dat we tenslotte het niveau van het ogenblikkelijke, intuïtieve inzicht bereiken. Deze voorstelling stemt niet overeen met datgene wat Spinoza zegt.

Spinoza houdt de lezer een kennismodel voor waarvan de drie delen zich tot elkaar verhouden als de panelen van een drieluik. Het drieluik heeft twee ingangen, waarvan de eerste zich bevindt bij zijpaneel één (waarneming), en de tweede bij zijpaneel drie (intuïtie). De twee buitenste panelen staan in voortdurende interactie met het middenpaneel van het logische denken, maar niet met elkaar. Dat verklaart waarom het centrale paneel (het verstand) vrijwel alle aandacht krijgt van Spinoza en hij de twee zijpanelen (waarneming en intuïtie) ten opzichte van het verstand in de marge laat.
 
Ware kennis is niet kennis die zich naar boven bewegend verfijnt tot intuïtie. Ware kennis is verstandelijke kennis die gevoed wordt door waarnemingen aan de ene kant en intuïtie aan de andere kant. Deze kennis vormt de grondslag voor ons handelen, dat wil zeggen voor de ethiek. Het verstand is volgens Spinoza geen aansporing tot bespiegeling, maar tot handeling. 

Maarten van Buuren gaf een collegereeks over Spinoza voor de Internationale School voor Wijsbegeerte te Leusden. Bovenstaande is uit deze lessen afkomstig. Recent verscheen ook zijn boek 'Spinoza. Vijf wegen naar de vrijheid'.
Wilt u toegang tot alle artikelen van filosofie.nl? Word dan lid.
Met deze knop kunt u, als u lid bent, artikelen toevoegen aan een leeslijst op uw persoonlijke pagina. Klik hier voor uw abonnement op maat.