Log in




Wachtwoord vergeten
Log in | Word lid | Service

Filosofie.nl

Filosofie Abonnement
05-04-2016

Wim Brands interviewt René Gude

Met deze knop kunt u, als u lid bent, artikelen toevoegen aan een leeslijst op uw persoonlijke pagina. Klik hier voor uw abonnement op maat.

Wim Brands

René en ik zijn bevriend geraakt nadat ik hem al weer jaren geleden uitvoerig had geïnterviewd voor mijn radioprogramma over boeken. Het was aan de vooravond van de Nacht van de Filosofie. Een paar dagen voordien belde René op om te zeggen dat hij overwoog niet te komen; naar die Nacht – later op de avond – ging hij sowieso niet. Hij vermoedde dat hij weer ziek aan het worden was. Ik herinner me nog goed hoe rustig hij dat vertelde: hoe hij al weer jaren geleden een been leek te breken, dat het kanker was, hoe zijn intuïtie hem nu influisterde dat er weer iets goed mis was met het been dat hersteld leek.

Dagen na de geplande uitzending zou hij in het ziekenhuis worden gecontroleerd en we besloten dat de uitzending toch maar moest doorgaan. We hebben het niet gehad over wat hem te wachten stond. Maar toen ik het gesprek nadien terughoorde viel me op dat de dood voortdurend op de achtergrond aanwezig was. Dit klinkt dramatisch terwijl ik het tegenovergestelde probeer te zeggen.
Sein zum Tode – filosofeerde Heidegger. In het licht van de dood krijgen we vorm, maar als die dood eerst op kousenvoeten en dan geschoeid de kamer binnenkomt gaat het licht vaak uit. Ik heb daar verder geen oordeel over. Wel heb ik met toenemende bewondering gadeslagen hoe René na het Salomonsoordeel zijn leven als filosoof bleef vormgeven. Bleef zoeken naar de juiste woorden om zijn wereldbeeld over het voetlicht te brengen.
Onze gesprekken voor de uitzendingen van de Human verschilden niet van de gesprekken die we op zijn boot voerden. U kunt een samengevatte neerslag in dit boek lezen.
Der Mensch ist das Tier, dem man die Lage erklären muss, schreef zijn vriend Peter Sloterdijk. Onvermoeibaar ging René daarmee door. De dood die over zijn schouder meekeek, kreeg er zelfs een vriendelijk gezicht van.
 
Wim Brands
 

Reservetijd

 
René, hoe gaat het met je?
Nou, ik leef in reservetijd. In april 2011 kreeg ik te horen dat ik nog tien procent kans had om twee jaar te overleven. En dat is toch mooi al weer drie jaar geleden. Wel zijn de behandelingen die nu plaatsvinden niet meer bedoeld om mij te genezen, maar om het zaakje te rekken. Maar dat lukt tot nu toe dus goed.
 
Dat is wat ze palliatief noemen.

Er zijn wel twee rare dingen aan. Het eerste rare ding is dat ik me eigenlijk tussen die behandelingen door vrij goed voel, dus dat er dan niet zo veel met mij aan de hand is, behalve dat ik zwaar ziek ben. Het andere is dat ik al in 2012 in de rubriek ‘Het laatste woord’ van de NRC mijn laatste woord heb gedaan, en dat ik eigenlijk nog nooit zoveel gekletst heb als sindsdien. Ik ben Denker des Vaderlands geworden en word overal uitgenodigd. Dus als jij mij vraagt hoe het met mij gaat, dan moet ik zeggen dat ik doodziek ben en dat ik mij tegelijkertijd heel redelijk voel en heel veel doe. Dat wringt toch een beetje. Zouden de mensen niet langzamerhand van mij verwachten dat ik ergens sneu in een hoekje ga liggen?
 
Als de mensen dat mochten denken, dan verbied ik hen dat meteen. Je hebt het over de rubriek ‘Het laatste woord’. Herinner je je nog wat je toen gezegd hebt?
Ik ben toen vrij uitvoerig ingegaan op het idee dat mensen twee aandriften hebben. De aandrift om erbij te horen en de aandrift om een beetje bijzonder te zijn. Dat zijn aandriften die op gespannen voet met elkaar staan, want als je erbij wil horen moet je je individualiteit een beetje opgeven, terwijl als je een beetje bijzonder wilt zijn, of ergens eer mee wilt inleggen, dan moet je je individualiteit natuurlijk juist wat aanzetten. Mensen die ziek worden hebben ook allerlei aandriften. Lance Armstrong bijvoorbeeld raadt mensen aan om te doen alsof het allemaal niet uitmaakt en gewoon door te gaan, te vechten, te strijden en er niet mee op te houden. Dat komt voort uit ontkenning. Je hoort dat je doodziek bent en dan ga je doen alsof dat niet zo is. Het vervelende is dat je daarmee een hele rare indruk op je omgeving begint te maken, want iedereen vindt dat gek. Die mensen weten allemaal dat je doodziek bent terwijl jij doet alsof dat niet zo is. Dat lijkt mij dus niet zo’n handige reactie. En de andere extreme reactie is dat je meteen de handdoek in de ring gooit en helemaal niks meer doet. Dus dat je je ook op die manier terugtrekt uit het sociale leven.
 
Heb je die aanvechtingen gehad?
Allebei, ja.
 
En welke was het sterkst?
Ik ben eerder geneigd om te doen alsof er niets aan de hand is dan om op de bank te gaan liggen huilen. Het is ontzettend lastig om je er steeds van bewust te zijn dat er iets aan het aflopen is. Daar hebben we in het dagelijks leven eigenlijk geen categorieën voor. We leven altijd alsof onze tijd oneindig is. Dat ben ik toch maar weer grotendeels gaan doen, met dit verschil dat ik af en toe, met name met mijn vrouw Babs, het onderwerp echt op tafel gelegd heb en er uitvoerig over ben gaan kletsen.
 
Wat betekent dat, leven alsof onze tijd oneindig is? Hoe leef je dan?
Nou, bijvoorbeeld alle uitnodigingen aannemen om weer naar dingen toe te komen, maar grappig genoeg ben ik mij ook zorgen blijven maken over allerlei kleine onbenullige dingen, zoals het onderhoud aan het huis. Eigenlijk houdt oneindig leven in dat je net zo kneuterig bent als je altijd bent geweest. Je zou toch zeggen dat als iemand doodziek is, dat diegene zich dan nergens meer zorgen om hoeft te maken – in ieder geval niet over onderhoudsklusjes aan het huis – maar dat ben ik toch gewoon blijven doen. Intussen sta ik mezelf dat ook maar toe. Ik begin ook aan allerlei projecten – boekjes maken – terwijl ik niet zeker weet of ik ze allemaal afkrijg.
 
Waarom ben je je blijven ergeren aan die kleine dingen? Dat die ergernis toch blijft, is heel interessant.
Wie te horen krijgt dat hij doodgaat, zou zijn leven schoon moeten vegen van alle kleine pietluttigheden, zou je denken. Dat geneuzel is voor de levenden. De stervenden hoeven zich daar niet meer druk om te maken. Maar het interessante is dat er helemaal geen leven overblijft als je dat doet. Het leven zit nu eenmaal zo in elkaar: je ondervindt frictie van dagelijkse kleine fluttigheden en daar maak je je verschrikkelijk druk om. Dus ik ben onbeperkt door blijven tobben, terwijl dit een ideaal moment zou zijn om dat allemaal uit handen te laten vallen.

Wim Brands overleden

Radio- en televisiemaker Wim Brands is maandag op 57-jarige leeftijd overleden. Hij was niet alleen een groot dichter en interviewer, maar ook een van de belangrijkste pleitbezorgers van de publieksfilosofie in Nederland. Dat deed hij aanvankelijk op de radio met Brands met boeken en later op tv met VPRO boeken – twee programma’s waarvoor  hij vaak filosofen interviewde. Ook was hij jaarlijks aanwezig op de Filosofie Nacht, waar hij de uitreiking van de Socratesbeker – de prijs voor het beste filosofische boek – had getransformeerd in een echt boekenprogramma in de stijl van Wim Brands. 

Bovenstaande publicatie komt uit het boek 'Sterven is doodeenvoudig. Iedereen kan het.' waarvoor René Gude door Wim Brands geïnterviewd werd. 

 

Welkom op filosofie.nl!

Speciaal voor nieuwe bezoekers selecteerden wij negen inspirerende artikelen. Lees waarom onderzoek naar geluk niet deugt, zes soorten vervreemding op de werkvloer, hoe Socrates de opkomst van Trump al voorspelde, en meer...

Lees meer
Ik lees graag later

Als u hier uw e-mailadres achterlaat, dan sturen wij het kennismakingsdossier naar u toe. U kunt het dan op ieder gewenst moment lezen.