Log in




Wachtwoord vergeten
Log in | Word lid | Service

Filosofie.nl

Filosofie Abonnement
FM nr. 3/2016

Het spel van de filosofie

Met deze knop kunt u, als u lid bent, artikelen toevoegen aan een leeslijst op uw persoonlijke pagina. Klik hier voor uw abonnement op maat.

Naciye Karaalioglu

Zet een filosofiespel aan tot filosoferen? Filosofie Magazine-redacteur Naciye Karaalioglu test het net verschenen filosofiespel Nomizo. Niet alleen denken is belangrijk, vindt ze uit, soms moet je ook met de vuist op tafel slaan. 

'In de categorie Natuur en Techniek: is alles in de wereld maakbaar?’, lees ik hardop voor van het kaartje dat ik zojuist heb getrokken. Mijn gedachten springen alle kanten op: van ‘nee, natuurlijk niet!’ naar ‘of toch wel?’. Voordat ik aan het rad mag draaien en de pijl bepaalt of ik vóór of tégen moet argumenteren, kies ik een tegenstander. Ik kies iemand met een bèta-achtergrond, denkend dat ik wel van een uitdaging houd en dit een interessante redevoering zal opleveren. Ik draai aan het rad en hoop dat de pijl aan de gunstige kant zal stoppen. Hoe kan ik immers argumenteren voor iets waar ik instinctief niets bij voel? 

Het is donderdagavond en we spelen met de redactie van Filosofie Magazine en New Scientist het filosofiespel Nomizo - Oudgrieks voor ‘ik denk’. Op de doos van het spel staat een belofte: je hoeft geen filosoof te zijn om te filosoferen. Maar bij een filosofiespel zou je wel verwachten dat een filosoof het spel wint, toch? 

Retorica
Nadat de stelling is getrokken, de tegenstander is uitgekozen en er aan het rad is gedraaid, krijgen mijn tegenstander en ik een minuut de tijd om na te denken over hoe we de stelling verdedigen dan wel ontkrachten. Dit blijkt met tien spelers soms nog wel een uitdaging, omdat de opgelezen stelling veel reacties losmaakt. Wanneer de minuut voorbij is, moet de persoon die de kaart heeft getrokken eerst een minuut een betoog houden. Soms heb je aan een minuut niet genoeg tijd en soms heb je genoeg aan 30 seconden. Vervolgens is het aan de jury om te bepalen wie het sterkste of meest originele argument heeft en worden de stemmen geteld. Maar wat maakt nu een goed argument? Daar is geen vast criterium voor en dat maakt van Nomizo niet alleen een filosofisch maar ook een politiek spel.

Terug naar mijn kaartje. Ik moet argumenteren waarom de wereld wél maakbaar is. Ik gooi mijn natuurkundige argumenten in de strijd. Erg overtuigend zijn ze niet. Misschien moet ik het over een andere boeg gooien, ik heb tenslotte nog een halve minuut. Aristoteles onderscheidde in Retorica drie middelen om te overtuigen: ethos, pathos en logos. Ondanks dat mijn lot me niet mee zit en ik geen natuurkundige ben, heb ik nog wel andere middelen om de deelnemers te overtuigen van mijn gelijk. De gedachte dat de meest logische redenering – logos – altijd wint is allang achterhaald, nietwaar? Zo kan het enorm helpen als de spreker overkomt als een betrouwbaar figuur. Ik doe een beroep op mijn eigen autoriteit en probeer mijzelf als een sterke denker neer te zetten.

Aristoteles noemde dit beroep op de eigen kwalificatie ethos. Ik maak nog wat handgebaren om mijn woorden meer kracht te geven. Dat moet overigens niet te overdreven gebeuren; met de vuist op tafel slaan helpt niet als je geen woede of frustratie uitstraalt. De juiste maat vinden is ook van belang. Ik kijk elk jurylid nog even afzonderlijk aan, als een advocate in een Amerikaanse rechtszitting, en sluit mijn redevoering. Hoewel mijn initiële gedachten en woorden mij niet konden overtuigen, doen mijn handelingen toch iets met me. Ik begin mijzelf te overtuigen. En dat al na een halve minuut. Nu mijn medespelers nog. 

Echte filosofen
Inmiddels zijn we ruim anderhalf uur aan het spelen. Dat is veel langer dan wat op de doos staat. En dan te bedenken dat we het spel niet helemaal volgens de regels spelen. Zo lieten we het aspect waarin elk jurylid een argument geeft voor zijn keuze voor de ene of de andere spreker buiten beschouwing. Met het maximum aantal van tien spelers was het om vaart in het spel te zetten noodzakelijk. Bovendien moesten we het spel wel uitspelen, want er viel wat te bewijzen: bij een filosofiespel hoort een filosoof te winnen! 

Opvallend was hoe creatief de spelers een stelling interpreteerden. Zo trok een redacteur van Filosofie Magazine de kaart ‘filosofen kunnen de wereld meer leren dan dichters’, ze koos strategisch voor een collega van New Scientist en hield een bevlogen betoog waarom filosofen beter zijn in het bevragen van de wereld en het scheppen van ideeën. Maar zij, en niet alleen zij, kon niet op tegen de poëtische voordracht waarmee de redacteur van New Scientist onverwacht terugsloeg. 

Dit spel brengt niet alleen de filosoof in ons naar boven, maar ook de dichter, de advocaat (van de duivel) en de politicus. Ook dat maakt Nomizo een politiek spel. Het helpt om onverwachts terug te slaan, of in een lastige positie eerst het gras voor de voeten van de ander weg te maaien. Een minuut om voor of tegen te argumenteren, biedt niet veel ruimte voor uitwerking. De echte diepgang kwam daarom pas na afloop van het spel, toen iedereen ondertussen in de filosoof-modus werd gezet. Dat doet Nomizo goed. Nadenken over standpunten waarmee je het niet eens bent, is volgens Aristoteles tenslotte ook waarmee een ontwikkelde geest zich onderscheidt.

Toegegeven, de winnaar kwam niet uit de hoek van Filosofie Magazine. Misschien moeten we dit omdenken en zeggen dat de filosoof niet direct een winnaar is, maar de winnaar van dit spel wel filosoof.

Wilt u toegang tot alle artikelen van filosofie.nl? Word dan lid.