Log in




Wachtwoord vergeten
Log in | Word lid | Service

Filosofie.nl

Filosofie Abonnement
04-10-2015

Gezocht: waarheidssprekers

Met deze knop kunt u, als u lid bent, artikelen toevoegen aan een leeslijst op uw persoonlijke pagina. Klik hier voor uw abonnement op maat.

Ewald Engelen

Academici en media zijn nog steeds dienstbaar aan het grootkapitaal, aldus hoogleraar financiële geografie Ewald Engelen in zijn Socrateslezing van 4 oktober. Mede daarom leven we zeven jaar na de financiële crisis nog steeds in een Econocratie. Wat is de remedie? Engelen verwijst naar de Franse filosoof Michel Foucault: we hebben waarheidssprekers nodig. Mensen die oprechtheid, integriteit en moed verkiezen boven aanschurken tegen de macht. Hieronder een samenvatting van zijn lezing.

Zeven jaar na de grootste financieel-economische crisis sinds de jaren dertig moet de droevige constatering luiden dat we meer dan ooit in een Econocratie leven: een wereld waarin beheersing van het financieel-economische taalspel het toegangskaartje is voor de toppen van politiek, toezicht, banken en bedrijfsleven. De vraag is dan ook of wij ons wel voldoende rekenschap hebben gegeven van het massieve kennisfalen dat de Grote Financiële Crisis ook is geweest.
 
Daarmee heb ik meer op het oog dan de blinde vlekken van economen, hoe invloedrijk hun wereldbeeld op politiek en publiek debat ook is en hoe groot hun rol bij het veroorzaken van de crisis ook is geweest. Met kennisfalen bedoel ik het veel bredere onvermogen van academici, publieke intellectuelen en media om waarheid tegen financieel-economische macht te spreken en, net als in het sprookje van Andersen, te onthullen dat de bankier en zijn bankeconoom, de toezichthouder en zijn beleidseconoom, de politicus en zijn economische adviseur keizers zonder kleren zijn.
 
Voor de crisis bleken economen te vaak insiders die tegen betaling de theoretische legitimering verzorgden bij beleid dat vooral de belangen van grootbanken diende. Teveel hebben academici uit andere disciplines zich neergelegd bij een arbeidsdeling die onderzoek naar de economie tot het exclusieve domein van de econoom maakte, daarmee een lange geschiedenis van vruchtbare grensconflicten (ik noem Marx, Weber, Veblen, Hayek, Polanyi) onder het tapijt vegend. Te vaak bleken publieke intellectuelen de gevangenen van hun geesteswetenschappelijk paradigma, lieten zij zich door het numerieke jargon van de econoom afschrikken en trokken zij zich terug op de culturalistische debatgronden van voor de crisis.
 
En teveel bleek de pers kortademig, bevangen door een wanhopig gevecht om een slinkende schare kijkers, luisteraars en lezers. Terwijl de financiële pers leed aan het Stockholm syndroom en zich teveel had vereenzelvigd met het zo op het oog hyperrationele, hypercompetente wereldbeeld van de supranationale elite: mogen aanschuiven in Washington of Davos bij de groten der aarde doofde maar al te vaak de kritische vermogens.
 
Zeven jaar na de crisis is dat in grote lijnen nog steeds zo. Daarmee wil ik niet suggereren dat er niets is gebeurd. Van alle vergeten economen die sinds de crisis zijn herontdekt, zijn Keynes en Mynski veruit de sociaalwetenschappelijkste. Uit het curriculum geschreven in de vijftien jaar voor de crisis door fundamentalisten die meenden dat dé markt het pleit definitief had beslecht, heeft Keynes sinds de crisis op Internet, in de media en de boekhandels een terechte come back gemaakt. En ook Mynski, met zijn fasentheorie van financiële gekte, mag zich terecht op een herontdekking onder de cognoscenti verheugen.
 

Catastrofe

Al even verheugend is de hernieuwde aandacht voor economische geschiedenis. Dat heeft uiteraard alles te maken met de schaal van onze catastrofe, die vergelijkbaar is met de Grote Depressie van de jaren dertig. Zelfde oorzaak, even diep, even lang, en in het geval van Nederland zelfs langer. En dus gaat het werk van Peter Temmin, Barry Eichengreen, Charles Kindleberger, Milton and Rose Friedman, John Kenneth Galbraith en Ben Bernanke er weer als koek in.
 
Cognitieve winst is er ook op Internet. Terwijl sociologen, geografen en politicologen zo goed als onzichtbaar zijn op Twitter en Facebook, floreert sinds de crisis de economische blogosphere. Vrijwel iedere zichzelf respecterende econoom heeft een blog en gebruikt die om ongevraagd de laatste mutaties van de crisis bijna live van kritisch commentaar te voorzien en deze via Twitter en Facebook wereldkundig te maken, daarmee geïnteresseerde burgers een dienst bewijzend die democratisch van onschatbare waarde is.
 
Hulde ook voor het IMF. Ooit verguisd vanwege zijn slagersrol in Latijns-Amerika en Zuidoost-Azië, verwijst de eigen onderzoeksafdeling sinds kort het ene na het andere heilige huisje rücksichtslos naar de schroothoop der geschiedenis. De aanpak van de Griekse crisis was desastreus, en dat lag aan het economisch fundamentalisme van ECB en Commissie. Ongelijkheid is slecht voor de economische groei. Een te grote financiële sector remt economische ontwikkeling. Flexibilisering van de arbeidsmarkt beschadigt het verdienvermogen van economieën. Om er een paar te noemen. En daarmee is het IMF nu al een paar jaren progressiever dan de Pvda.
 
Maar dit alles heeft de academische economiebeoefening zelf, die bovenin de kennispiramide de toon van het financieel-economische taalspel bepaalt, nauwelijks beroerd. Curriculum, onderzoeksprogramma’s, tijdschriftredacties, papers: reflectie op de crisis en de eigen rol er in schittert door afwezigheid. De enige aanwijsbare vernieuwing is de definitieve doorbraak van de gedragseconomie: een al langer bestaande mix van economie en sociale psychologie, die de bedenkers ervan, Kahneman en Tversky, in 2002 de Nobelprijs opleverde. De grote aandacht voor emoties, oogkleppen en vuistregels is onmiskenbaar een verrijking van de gedragsaannames van de economie. Tegelijk reproduceert het het individualistiche perspectief op de werkelijkheid dat de economie al zo lang parten speelt. Politiek, instituties, sociale normen, ideëen – ze komen in het universum van de econoom alleen voor als prikkels die het keuzegedrag van actoren beïnvloeden. En dat is in Kahnemans sociale psychologie niet anders. Toegepast op de crisis levert dat een buitenproportionele aandacht op voor hebzucht, kuddegedrag en zelfoverschatting en verdwijnen zaken als macht, politiek, lobbyen en ongelijkheid uit beeld.
 
Daarmee zijn ook de pathologieën nagenoeg dezelfde gebleven. De vanzelfsprekendheid waarmee economen de eigen conventies voor universele normen houden en inzichten uit andere disciplines als onwetenschappelijk afwijst. Het gemak waarmee in 2010 aan mijn eigen Alma Mater bezuinigingen zijn afgewenteld op de uitmuntend presterende vakgroep Geschiedenis en Methodologie van de Economie. Het anti-intellectuele ingenieurendom. De geringe belezenheid. De arrogantie, de hubris, het machismo: zeventig procent van de economen is man. Het gebrek aan zelftwijfel, zelfonderzoek, aan filosofische reflectie op de grondslagen van de eigen discipline. De trotse viering van het eigen isolationisme: geen discipline met minder verwijzingen naar andere disciplines dan de economische. De doofheid voor de terechte klachten van studenten over het anemische karakter van economie als mathématique manquée. Zeven jaar na de crisis zijn dat nog altijd de kenmerken.


Topeconoom 

En natuurlijk helpt het overdreven ontzag van de media voor de vermeende expertise van de econoom daar niet bij. Volgens LexisNexis hebben Nederlandse media sinds 1980 zo’n duizend maal het adjectief ‘topeconoom’ gebruikt. De eerste keer was in 1991. Toen viel Larry Summers die eer te beurt. Tot aan de crisis is het adjectief een ruime driehonderd keer gebruikt. Met de crisis ging het hek pas goed van de dam. Meer dan zevenhonderd keer heeft sindsdien een Nederlandse journalist een econoom ‘top’ genoemd; een eer die in diezelfde periode maar vijf sociologen, geen politicoloog, geen antropoloog, vijf historici, zes filosofen (waaronder Cruijff) en geen enkele geograaf te beurt is gevallen.
 
De Britse antropologe en journaliste, Gillian Tett, heeft er op gewezen dat technocratie, jargon en overcomplexiteit een financiële wereld hebben gecreëerd waar democratie geen greep op heeft. Het is de sociale stilte die over de bancaire sector hing, die het wangedrag mogelijk heeft gemaakt. Samenlevingen als de onze zijn gedoemd de fouten uit het verleden te herhalen als we niet voldoende intellectuele tegenmacht mobiliseren. Nimmer was de mate van financialisering van ons leven zo groot: pensioen en hypotheek; private equity in kinderopvang, vuilverwerking en grootwinkelbedrijf; vastgoed en derivaten in de semi-publieke sector; aandeelhouderswaarde in het grootbedrijf. En nimmer was de financiële geletterdheid zo klein. Daarmee bedoel ik niet dat je het fenomeen van rente-op-rente begrijpt maar dat je een gezond wantrouwen koestert jegens de verkooppraatjes waarmee de bancaire sector ons, onze toezichthouders en onze politici ervan probeert te overtuigen dat de status quo de beste van alle mogelijke werelden is.
 
Geïnstitutionaliseerde argwaan dus, liefst geschraagd door een forensisch ethos: Waar gaat het geld heen? Wie wordt er rijk van? Wie betaalt het gelag? Hoe wordt het verdient? Hoe wordt dat verdoezeld? En, vooral, hoe wordt het gelegitimeerd? Wat zijn de metaforen, gelijkenissen en verhalen waarmee hebzucht van zijn politieke angel wordt ontdaan? Wie vertelt die verhalen? Waarom vertellen zij die verhalen? Wat is hun belang?
 
Begrijp me niet verkeerd: het wordt gedaan. Neem de grote journalistieke onderzoeksproducties van NRC Handelsblad, Vrij Nederland en de Groene Amsterdammer; kijk naar de muckraking van Internetplatforms als Follow-the-Money en De Correspondent; of neem de kritische reportages en documentaires van Radar, Zembla, Argos en Nieuwsuur. Maar het is allemaal te incidenteel, graaft vaak niet diep genoeg, en, vooral, vergeet de structurele, maatschappelijke voorwaarden voor de misstanden die zij aan de kaak stellen, bloot te leggen.
 
Libor is niet een op zichzelf staande gebeurtenis, maar komt voort uit een door en door verrotte bancaire cultuur, die zelf weer het effect is van financialisering: een economische orde waarin financial engineering profijtelijker is dan het maken van goederen en diensten voor burgers. En het ontstaan van die orde heeft alles te maken met de erosie van de onderhandelingsmacht van de factor arbeid als gevolg van het politieke besluit, eind jaren zeventig genomen, om grootbedrijven verregaande mobiliteitsprivileges te geven zonder daar maatschappelijke voorwaarden aan te verbinden.
 
Dàt blootleggen vereist een andere taakopvatting van media en academia dan hun huidige. Voor media: niet amuseren, maar informeren; niet verpozen maar aanklagen; niet aanschurken tegen de macht maar de macht unverfroren de waarheid zeggen. Voor Academia: niet dienstbaar zijn aan overheid, arbeidsmarkt, grootkapitaal en de bespottelijke ranglijstjes, maar aan burgers. Als er namelijk iets is waaraan burgers in het gefinancialiseerde kapitalisme behoefte hebben, is het een constante, onverbiddelijke, nietsontziende kritiek van de status quo. Dat kan alleen als we die kraamkamer van intellectualiteit, de universiteit, transformeren van een technocratenmachine in een instelling waar waarheidssprekers worden gevormd.
 
Michel Foucault  zegt over deze waarheidssprekers dat de waarheid van hun uitspraken gewaarborgd is door hun oprechtheid, hun integriteit en hun moed. Wat zij uitspreken wijkt af van de communis opinio en is daarmee gevaarlijk voor de waarheidsspreker zelf. Vandaar Foucaults nadruk op deugden en karaktervorming: hier sta ik, dit zeg ik, ik kan niet anders. Tegelijk is de ongemakkelijke waarheid die de waarheidsspreker verkondigt van eminent belang voor de vitaliteit van elk democratisch leven; de waarheid die zij spreekt, kan de gemeenschap behoeden voor collectieve dwalingen.
 
Wat zou het fraai zijn als dat de missie van economieopleidingen was. Niet langer gelobotomiseerde technocraten opleiden die het financieel-economische taalspel voldoende beheersen om toegelaten te worden tot Econocratië. Maar studenten kneden tot waarheidssprekers die zijn geoefend in het leveren van fundamentele maatschappijkritiek, geïnformeerd door het emancipatoire inzicht dat de status quo niet aan natuurwetten beantwoordt maar een mensenmaaksel is en dus veranderd kan worden, wat zeg ik: moet worden.

De Socrateslezing wordt georganiseerd door het Humanistisch Verbond. Lees op de website van het Humanistisch Verbond een interview met Ewald Engelen. De lezing is op zondag 4 oktober om 15.00 uur in de Rode Hoed in Amsterdam. Meer informatie vindt u hier.

Welkom op filosofie.nl!

Speciaal voor nieuwe bezoekers selecteerden wij negen inspirerende artikelen. Lees waarom onderzoek naar geluk niet deugt, zes soorten vervreemding op de werkvloer, hoe Socrates de opkomst van Trump al voorspelde, en meer...

Lees meer
Ik lees graag later

Als u hier uw e-mailadres achterlaat, dan sturen wij het kennismakingsdossier naar u toe. U kunt het dan op ieder gewenst moment lezen.