Log in




Wachtwoord vergeten
Log in | Word lid | Service

Filosofie.nl

Filosofie Abonnement
03-09-2015

Damon Young: 'We denken vaak met ons hele lichaam'

Met deze knop kunt u, als u lid bent, artikelen toevoegen aan een leeslijst op uw persoonlijke pagina. Klik hier voor uw abonnement op maat.

Damon Young
filosoof, publicist

Chad is de fitnessinstructeur in de film Burn After Reading van de gebroeders Coen. Hij is een fictief personage, maar we herkennen hem onmiddellijk: gespierd, knap, energiek en altijd positief – en zo dom als een vat ruwe olie. Chad is eigenlijk erger dan oliedom, want olie heeft geen hersenen. Chad heeft zichzelf dom gemaakt. Hoe? Door het leven van het lichaam te leiden. Chad is een professionele sportieveling, zijn verstand heeft hij uitgeschakeld (‘Hard lichaam, zacht verstand,’ zo formuleerde een recensent van The New York Times het).

Chad is hiermee een symbool voor wat er tegenwoordig ontbreekt aan sporten en fitnessen. De karikatuur van de domme atleet zit zo diep in de populaire cultuur verankerd, dat we maar al te makkelijk vergeten waar die voor staat. Het gaat niet over deze voetballer of die tennisser, het is geen vooroordeel over opgepompte beroemdheden. Het gaat niet echt over Chad en andere fitnessinstructeurs. Het is een algemene opvatting over de menselijke natuur. Het stereotype waar Chad voor staat komt voort uit een conflict: tussen geest en lichaam, denken en doen, ziel en vlees.

Deze opvatting ligt aan de basis van de mythe dat sportsterren geen hersenen hebben, terwijl filosofen en schrijvers zwak en ongezond zijn. Volgens deze kijk zijn fysieke en geestelijke inspanning op de een of andere manier in strijd met elkaar. Niet omdat er te weinig tijd of energie voor beide is, maar omdat het bestaan zelf in twee delen lijkt te zijn opgesplitst. Er zijn ‘lichamelijke’ mensen en ‘verstandelijke’ mensen; plaatsen van het ‘vlees’ en plaatsen van de ‘geest’ – en wie voor de een kiest, keert de ander de rug toe. ‘Dualisme’ noemen filosofen dat en het kan de aantrekkingskracht van lichaamsbeweging ondermijnen.

Hoofdzaken en lijfzaken

Om meer inzicht te krijgen in het dualisme is het nuttig om ongeveer vierhonderd jaar voor de tijd van lycrashirts en fitnessmuziek terug te gaan. Chad is waarschijnlijk geen gretig lezer van zeventiende-eeuwse Franse filosofie. maar de filosoof René Descartes vatte het idee achter zijn hersenloze gesport elegant samen.

In zijn Meditaties stelt Descartes dat de geest en het lichaam twee verschillende substanties zijn. met substantie bedoelt een filosoof gewoonlijk iets fundamenteels: het ‘spul’ van de wereld. De mens is volgens Descartes van twee soorten spul gemaakt: denkende dingen en stoffelijke dingen. Daarmee maken geest en lichaam eigenlijk niet meer echt deel uit van dezelfde wereld. Ze worden, zo beweerde Descartes, gecoördineerd in de pijnappelklier. (Waarom? Deels omdat niemand goed wist waar de pijnappelklier voor was.)

Filosofen noemen dit het ‘substantiedualisme’ en het is een van de populairste ideeën uit de westerse geschiedenis. Het zegt dat de wereld, inclusief de mens, fundamenteel verdeeld is. ook al zijn lichaam en geest in het dagelijkse leven op de een of andere manier met elkaar verbonden (zoals Descartes ook erkende), toch staan ze ver van elkaar af.
Het dualisme brengt meestal een pikorde met zich mee: de geest staat aan de top, het vlees komt onderaan. Descartes wilde bijvoorbeeld weten wat zeker was, maar hij wantrouwde de lichamelijke zintuigen. Hij besefte wel dat de waarheid iets met de fysieke wereld te maken moest hebben, maar hij wilde zich niet verlaten op zicht, tast, reuk. In de Meditaties elimineerde Descartes alles wat hij vaag vond, tot hij alleen nog het zekerste ding over had: de geest. ‘Denken is een ander attribuut van de ziel,’ schreef hij, ‘hier ontdek ik wat echt van mij is. Alleen dit kan niet van mij gescheiden worden.’ Dat leidde tot zijn beroemde uitspraak: ‚Ik denk dus ik besta.’ Alleen de geest was de échte Descartes. De rest was onbetrouwbaar, twijfelachtig vlees.

Dit is een oud idee met een nobele filosofische afstamming: de Griekse filosoof Plato geloofde ook dat zijn geest zijn ‘ware zelf’ was. In zijn Phaedo laat Plato Socrates het lichaam als ‘zwaar, neerdrukkend, aards en zichtbaar’ beschrijven, en dat in tegenstelling tot de lichte, bevrijdende, hemelse, onzichtbare ziel. maar bij Plato, en bij de christelijke kerken die zijn ideeën overnamen, ging het wantrouwen van Descartes vergezeld door minachting. Het lichaam was niet alleen verantwoordelijk voor feitelijke fouten, maar misleidde ook nog eens de goede ziel. Het vlees maakte de geest inhalig, grillig en wellustig – ‘bezoedeld en onzuiver’, zoals Plato het formuleerde.
 

Op benzine lopen

Waar komt het dualisme vandaan? Niet direct van de filosofen. Denkers als Plato en Descartes fatsoeneerden de ideeën, maar die hadden – en hebben – een heel gewone menselijke oorsprong. Zo is het dualisme voor een deel uit sociale en economische omstandigheden ontstaan. In het Westen werken de meeste mensen op kantoor. Managers, ‘kenniswerkers’ en laagbetaald ondersteunend personeel hebben één ding gemeen: net als ik zijn ze het grootste deel van de dag bezig met praten, lezen en typen, veel lichamelijk werk zit er niet bij.

Dat zou niet zo erg zijn als transport lichaamsbeweging betekende. Maar de meeste mensen rijden naar kantoor, in hun eigen auto of met het openbaar vervoer. En de afgelopen decennia is het alleen maar erger geworden, we lopen minder dan ooit. Hetzelfde geldt voor boodschappen doen en andere dagelijkse klusjes, de voeten raken vaker het gaspedaal en de rem dan de stoep. Wereldwijd is fietsen wel een sport in opkomst, maar het is in maar weinig landen een belangrijk transportmiddel, slechts een klein percentage van het aantal ritjes op aarde gebeurt met de fiets. Veel mensen kijken liever op televisie hoe anderen tegen de Alpe d’Huez op fietsen.

We krijgen zo het beeld van een beschaving van ‘hoofdwerkers’, voor wie lopen een korte transitie van huis naar auto, van parkeerplaats naar kantoor, van auto naar winkel betekent – terwijl er ondertussen op schermen en knoppen wordt gedrukt en telefoontjes worden gepleegd. We raken gewend aan een leven waarin werk – en vaak ook de identiteit – vooral geestelijk is en niet fysiek, en waarin interactie virtueel plaatsvindt. We hebben uiteraard nog een lichaam, maar zijn bijdrage aan ons leven is beperkt. We lijken kortom een lichaamloos leven te leiden. Dit veroorzaakt niet noodzakelijkerwijs dualisme, maar het bevordert het wel en wordt erdoor bevorderd.

Het wantrouwen van Plato en Descartes ten aanzien van het lichaam is te begrijpen, zelfs nu nog. Want ondanks de snelle vooruitgang op het medische vlak zijn we nog altijd broze, onbestendige wezens en begint en eindigt ons leven met pijn en zwakheid. ‘De juiste manier voor mensen om elkaar aan te spreken,’ zo schreef Arthur Schopenhauer, ‘zou niet [...] meneer, maar medelijder moeten zijn.’ Onze nobele motieven worden zomaar ondermijnd door honger, seksueel verlangen en ziekte. We kunnen ons voornemen om elke week te gaan joggen, maar in plaats daarvan hangen we op de bank, we kunnen een poging doen ons tot mager vlees en gestoomde groente te beperken, maar vervolgens eten we grote borden pasta en drinken er vele glazen syrah bij. De geest met zijn lichtende idealen en visioenen van geluk lijkt mijlenver verwijderd van ingewanden en hormonen – een huwelijk tussen uitersten.
 

Wij zijn lichamen

Maar dat is geen argument voor dualisme. De fout die Descartes, Plato en verwante denkers van nu maken, is dat ze het lichaam de schuld van onze gebreken geven, alsof het vlees gescheiden kan worden van een verder zuivere geest. Anderen nemen het tegenovergestelde standpunt in: het is de schuld van de geest dat het lichaam zwak en ongecoördineerd is – dat het ‘loopt te dromen’, alsof het vlees zonder psyche als een automaat kan functioneren. maar beide interpretaties van het dualisme zijn fout: er is geen ‘denkende substantie’ en denken is niet iets wat we ‘in onze geest’ doen, alsof het buiten het lichaam om gebeurt.

De filosoof Gilbert Ryle schrijft in The Concept of Mind dat het in wezen om een gebrekkige metafoor gaat: we zien denken als een soort privégesprek met onszelf. We geloven dat gedachten woorden zijn die zwijgend ‘hierbinnen’ worden gesproken om vervolgens door keel, tong en lippen of door de vingertoppen in openbare woorden te worden vertaald.
Dit beeld, stelt Ryle, is onjuist. Zo is spreken zelf al een vorm van denken – veel ideeën worden beter ontwikkeld in gezelschap. neem nu een voortkabbelend gesprekje terwijl we samen over het trottoir of op een loopband joggen. We denken niet ‘in onze geest’ om het resultaat vervolgens in spraak te gieten: het gesprek vormt de ideeën – ze zijn openbaar en worden gezamenlijk ontwikkeld, terwijl we stappen en ademen.

In feite denken we vaak met ons hele lichaam: we gebaren, tellen op onze vingers, ijsberen door de kamer. Aan de hand van Charles Darwin zullen we zien dat sommige ideeën beter te voet dan achter het bureau uitgedacht kunnen worden. Als Descartes had gewandeld tijdens het werk, in plaats van uren in bed te liggen filosoferen, waren zijn meditaties misschien minder bloedeloos geworden. (‘Alleen ideeën die tijdens het wandelen worden bedacht,’ schreef de filosoof Friedrich Nietzsche met zijn gebruikelijke aplomb, ‘hebben enige waarde.’) Ook onze taal is vlezig. Veel metaforen die we dagelijks gebruiken zijn ontleend aan de algemene menselijke fysiologie. Zo hebben we het over een hardloper die ‘stijgt’ in het klassement of over een ‚terugval’ in de carrière van een voetballer. maar deze sportmensen stijgen of vallen niet letterlijk. Het zijn metaforen waarvoor men grip op de lichamelijke werkelijkheid moet hebben: hoe het voelt om een steile heuvel te beklimmen of achterop te raken bij een hardloopwedstrijd op het schoolplein. (Denk ook eens na over mijn gebruik van het woord ‘grip’.) Filosofen vergeten dit maar al te makkelijk. Toen Descartes over het ‘ter hand nemen’ van het werk van zijn Meditaties schreef, refereerde hij naar het oppakken van een gewicht: iets wat onbegrijpelijk is voor iets anders dan een geest in een lichaam, dat zwaar is in een wereld van materie en zwaartekracht.

Ook gevoelens worden belichaamd. Denk aan de opvliegende tennisser John McEnroe in de jaren tachtig van de vorige eeuw. Zijn woedeaanvallen waren niet gewoon tekenen van een of andere inwendige kwaadheid – symbolen van onzichtbare emotie. Zijn boosheid verspreidde zich over zijn vertrokken gezicht, gebalde vuisten en de gebogen arm waarmee hij zijn racket kapotsloeg. De Franse filosoof Maurice Merleau-Ponty, die de ideeën van Descartes bekritiseerde, maakte dit punt in De wereld waarnemen. ‘maar waar bevindt de kwaadheid zich? Men zal mij antwoorden: de kwaadheid bevindt zich in de geest van mijn gesprekspartner. Dit is echter nog geen afdoende verklaring,’ schreef hij. ‘De kwaadheid voltrekt zich niet buiten de wereld in één of andere afgelegen heilige plaats aan gene zijde van het lichaam van de kwade mens.’ De kwaadheid, zo zegt Merleau-Ponty, ‘bewoont’ het lichaam, en hetzelfde geldt voor vreugde, verlegenheid, trots en nederigheid.
Descartes had het dus mis. We zijn niet geesten die een lichaam hebben. ‘Lijf ben ik geheel en al, en niets buiten dat,’ schreef Nietzsche in Aldus sprak Zarathoestra, ‘en ziel is slechts een woord voor een iets aan het lijf.’ Denken en voelen gebeurt altijd in, met en door het vlees.

Het punt is niet dat we de Meditaties van Descartes voortaan niet meer moeten lezen. De filosoof fatsoeneerde enkel een erg oude en algemene opvatting. Het punt is dat zelfs de grootste geesten maar al te makkelijk van hun vlees vervreemd raken. Descartes was zo gewend aan zijn lichaam dat hij vergat hoezeer zijn geest belichaamd was.

Dit is een voorpublicatie uit Filosoferen over beweging en sport, Damon Young, Uitgeverij Ten Have, € 16,99.
Wilt u toegang tot alle artikelen van filosofie.nl? Word dan lid.

Welkom op filosofie.nl!

Speciaal voor nieuwe bezoekers selecteerden wij negen inspirerende artikelen. Lees waarom onderzoek naar geluk niet deugt, zes soorten vervreemding op de werkvloer, hoe Socrates de opkomst van Trump al voorspelde, en meer...

Lees meer
Ik lees graag later

Als u hier uw e-mailadres achterlaat, dan sturen wij het kennismakingsdossier naar u toe. U kunt het dan op ieder gewenst moment lezen.