Log in




Wachtwoord vergeten
Log in | Word lid | Service

Filosofie.nl

Filosofie Abonnement
FM nr. 7/2015

Seks, een kleine encyclopedie

Met deze knop kunt u, als u lid bent, artikelen toevoegen aan een leeslijst op uw persoonlijke pagina. Klik hier voor uw abonnement op maat.

Carolien van Welij
Filosoof, neerlandicus

Wat heeft de geslachtsdaad toch teweeggebracht dat de mens er niet onbeschroomd over durft te praten?’ vraagt Montaigne zich af. In deze filosofische encyclopedie gaan onder anderen Wollstonecraft en Levinas in op datgene waar ook filosofen vaak niet over durven te spreken: seks. 

 

Voorbij sterfelijke onzin

Plato (427-347 v. Chr.)
 

‘Erotiek is het enige waarvan ik verstand heb’, beweert Socrates in Symposium, Plato’s literaire meesterwerk over liefde en seks. ‘Eros’ heeft bij Plato een brede betekenis: van de seksuele lust tot het filosofische verlangen naar waarheid. Socrates heeft zijn kennis op dit gebied van de priesteres Diotima van Mantinea. Zij gebruikt het beeld van een trap om uit te leggen hoe je via lichamelijk verlangen uiteindelijk de algemene schoonheid kunt bereiken. Je begint bij één mooi lichaam, daarna zie je de schoonheid in alle lichamen. Bij de volgende trede richt je je op de schoonheid van de geest. En zo kom je steeds verder omhoog tot de schoonheid zelf: ‘Puur, zuiver, onvermengd, niet bedolven onder menselijk vlees en kleur en allerlei sterfelijke onzin.’

Genot bij de vrouw

Aristoteles (348 –322 v. Chr.)

‘Het genot dat aan de coïtus beleefd wordt, is te danken aan het feit dat niet alleen zaad wordt uitgestoten, maar ook lucht’, schrijft Aristoteles in Over voortplanting, zijn biologische werk waarin hij verslag doet van zijn studie naar de voortplanting bij dieren – inclusief de mens. Seksueel genot is niet alleen voor mannen weggelegd: ‘Sommige mensen denken dat een vrouw bij de coïtus zaad produceert, omdat ze soms net zoveel genot beleeft als een man en tegelijk met hem vocht afscheidt.’ Tussen haar genot en een zwangerschap is geen verband: het komt voor dat een vrouw niet zwanger wordt ‘ook als haar genot niet minder is dan dat van de man en man en vrouw hierin gelijke tred houden’.
 

Slaaf van zijn begeerte

Augustinus (354 –430)

‘Geef mij kuisheid en zelfbeheersing’, bad Augustinus als jongeling tot God. En hij voegde daar meteen aan toe: ‘Maar niet meteen.’ Hij moest er toen nog niet aan denken dat God hem onmiddellijk zou genezen van zijn ziekte van begeerte: ‘Die wilde ik liever verzadigen dan laten uitdoven.’ In zijn Belijdenissen beschrijft Augustinus zijn bekeringsproces. Hij begon als zondaar, ook op het gebied van de seksualiteit. Hij had een concubine, ‘een verbond op basis van lust’, en kreeg met haar een zoon. Toen hij later twee jaar moest wachten op een huwelijk met een vrouw van stand, nam hij in de tussentijd weer een andere maîtresse. Was hij aanvankelijk nog ‘slaaf van zijn begeerte’, na zijn bekering op zijn 32ste leefde hij in volledige onthouding.
 

Volledig bloot 

Michel de Montaigne (1533 –1592)

‘Al wat ik durf te doen, moet ik ook durven zeggen’, heeft Montaigne zichzelf tot regel gesteld. ‘En gedachten die ik niet kan publiceren, stuiten mij zonder meer tegen de borst.’ In het essay ‘De verzen van Vergilius’ staat – anders dan de titel misschien doet vermoeden – seksualiteit centraal. ‘Wat heeft de geslachtsdaad, deze zo natuurlijke, noodzakelijke en gerechtvaardigde daad, toch teweeggebracht in de mens, dat hij er niet onbeschroomd over durft te praten en het onderwerp niet aanroert in een ernstig en behoorlijk gesprek?’ vraagt hij zich af. In deze beschouwing legt hij zichzelf volledig bloot en beschrijft hij zijn beginnende impotentie. Zijn ‘geslachtsorganen’ kunnen volgens hem tegenwoordig ‘met recht beschamend en deerniswekkend worden genoemd’.
 

Lokroep van de natuur

Jean-Jacques Rousseau (1712-1778)
 

Voor de edele wilde uit de natuurstaat van Rousseau was seks een natuurlijke, onproblematische behoefte: ‘Iedereen wacht vredig op de lokroep van de natuur, geeft zich eraan over zonder dat er te kiezen valt, ondergaat deze meer met genoegen dan passie, en als de behoefte gestild is, is elke begeerte gedoofd.’ Pas in het maatschappelijk verband ontstaan seksuele rivaliteit en jaloezie, legt Rousseau uit in Vertoog over de ongelijkheid (1755). In Emile, of over de opvoeding (1762) typeert hij seksueel verlangen als een psychologisch verlangen: ‘Het is de verbeelding die de zinnen doet ontvlammen.’

Verder lezen?



Welkom op filosofie.nl!

Speciaal voor nieuwe bezoekers selecteerden wij negen inspirerende artikelen. Lees waarom onderzoek naar geluk niet deugt, zes soorten vervreemding op de werkvloer, hoe Socrates de opkomst van Trump al voorspelde, en meer...

Lees meer
Ik lees graag later

Als u hier uw e-mailadres achterlaat, dan sturen wij het kennismakingsdossier naar u toe. U kunt het dan op ieder gewenst moment lezen.