Log in




Wachtwoord vergeten
Log in | Word lid | Service

Filosofie.nl

Filosofie Abonnement
19-02-2015

Bescheidenheid is makkelijker als je denkt

Met deze knop kunt u, als u lid bent, artikelen toevoegen aan een leeslijst op uw persoonlijke pagina. Klik hier voor uw abonnement op maat.

Coen Simon
filosoof, publicist

Al is de tocht in ruim een eeuw tijd slechts vijftien keer verreden, ieder jaar al bij de eerste nachtvorst is de Elfstedentocht korte tijd het gesprek van de dag, en daarmee dus ook Friesland, en vooral die nuchtere bescheidenheid van de Fries. De Friezen hebben een eigen vlag, een eigen taal, een eigen bank, en het Friese ‘terp’ is het abn voor ‘woonheuvel’ – terwijl alle regio’s beschikken over deze heuvels en er ook een eigen woord voor hebben. Komt dat allemaal omdat de Friezen zo bescheiden zijn? Hoe komen we toch aan dit beeld van de Friezen? Heel eenvoudig, ze zeggen het zelf.

Hoe kun je met zoveel aandacht ‘je nuchtere Friese bescheidenheid houden’, vraagt een nota bene Friese journalist van Hallo Leeuwarden aan Iris Kroes, de Friezin uit Drachten die in 2012 The Voice of Holland won. ‘Dat is vrij simpel: door gewoon mezelf te blijven. Ik ga geen rare dingen doen om in de belangstelling te blijven en maak geen gekke avonturen mee. Ik wil gewoon muziek maken en ik ben maar “in hiel gewoan famke”.’ Kun je jezelf bescheiden noemen zonder je bescheidenheid te verliezen?

Bescheidenheid is een lastige deugd, en heel moeilijk van valse bescheidenheid te onderscheiden. ‘We wimpelen lof af om nogmaals geprezen te worden,’ schreef de Franse denker La Rochefoucauld in de zeventiende eeuw, en dat is vandaag de dag nog niet anders. ‘Wat ontzettend leuk dat u dat...’ koketteerde Matthijs van Nieuwkerk in 2012 toen tafeldame Gerdi Verbeet de presentator van De Wereld Draait Door in zijn eigen programma feliciteerde met zijn benoeming tot Omroepman van het Jaar. ‘... euh ja, je hoort jezelf niet te feliciteren, maar als u het doet dan ben ik er zeer mee verguld.’ Behalve dat dit natuurlijk opzet was van een tot in de puntjes geregisseerde televisieshow, was het ook nog eens een opstapje tot een veel uitgebreidere zelffelicitatie. Van Nieuwkerk herhaalt de lovende woorden van John de Mol die de prijs eerder die dag aan hem had uitgereikt. ‘Hij zei iets van... en ik citeer nu dus hém, ik zeg dit niet zelf. Hij zei: het is knap als een programma acht seizoenen bestaat (en dat doen wij) dat het nog steeds zo op kracht, niet sleets, spraakmakend...’ In zijn eigen woorden wil Van Nieuwkerk nog wel even zeggen dat hij ‘slechts het gezicht van het programma’ is: ‘We zijn één grote familie, we doen het met z’n allen.’ De bal ligt klaar en Verbeet schiet ’m met gespeelde ontroering binnen: ‘Nou, ik vind dat wel heel goed dat je dat zo ziet, maar ik wil tóch een applaus voor je vragen.’
En zo is de mens door wellevende kunstgrepen in staat om met bescheidenheid in het middelpunt van de aandacht te komen. Maar hoe vals is deze bescheidenheid eigenlijk? Want ook de lof voor een ander ontkomt nooit aan eigen ijdelheid, volgens La Rochefoucauld. ‘We overdrijven graag de goede eigenschappen van anderen, maar we doen dat eerder om ons eigen oordeel op te hemelen dan hun verdiensten, en terwijl het lijkt of we hen lof toezwaaien, prijzen we onszelf.’ Niemand trekt de oprechtheid van de Nobelstichting in twijfel, maar als je bedenkt dat Alfred Nobel zelf testamentair bepaalde dat op zijn geboortedag de prijzen moeten worden uitgereikt aan ‘hen die in het afgelopen jaar aan de mensheid het grootste nut hebben verschaft’, dan blijken prijzen en zelfbeloning onlosmakelijk met elkaar verbonden. Ook de door Samuel Yin in 2012 in het leven geroepen ‘Aziatische Nobelprijs’, de Tang-prijs, is uiteindelijk een investering van Yin om Taiwan op wetenschappelijk en economisch gebied vooruit te helpen.


Valse bescheidenheid

Aristoteles’ deugdenethiek hanteert voor alle deugden het juiste midden. Dat wil zeggen dat iedere deugd het midden houdt tussen twee kwaden. Dat is minder obligaat dan het klinkt. Aristoteles geeft het voorbeeld van beheersing. Men is ‘in het algemeen van mening dat beheerstheid alleen tegengesteld is aan onbeheerstheid’, maar het houdt het midden tussen tomeloosheid en ongevoeligheid. Wat betekent dat iedere beheerstheid zich ook altijd een beetje laat meevoeren. En voor bescheidenheid geldt dus ook dat zij een midden houdt tussen twee kwaden, tussen twee vormen van valse bescheidenheid. De eerste cijfert zich weg om beter voor de dag te komen, de ander cijfert zich zodanig weg uit angst iets verkeerds te doen, dat hij zich geheel onttrekt aan de sociale situatie. Bescheidenheid wordt dan asociaal.

Kunnen we het in alle bescheidenheid dan nooit goed doen? Jazeker wel, maar alleen als we het juiste midden houden ergens tussen ijdelheid en zelfkritiek. ‘Bescheidenheid is lang niet altijd misplaatst,’ merkte Cornelis Verhoeven licht ironisch op. Hij vergelijkt het met het Griekse adagium ‘Ken u zelf’, dat we niet op onze eigentijdse psychologiserende wijze moeten opvatten: ‘Het wees de mens zijn bescheiden plaats aan in een wereld waarin de goden en andere baasjes het voor het zeggen hadden. En het is waarschijnlijk ook niet helemaal toevallig dat het Latijnse “discretus” of “onderscheiden” in de loop van zijn lange geschiedenis dezelfde weg heeft bewandeld en “discreet” is geworden.’ Wie bescheiden is, meent Verhoeven, is in staat zichzelf letterlijk te onderscheiden. Hij kent zijn maatschappelijke plaats en handelt daarnaar. Dat betekent dus niet per se je koest houden en wachten tot iemand anders jou prijst, maar je plaats kennen en op het juiste moment jezelf naar voren schuiven. Dat vereist zowel kennis van de wereld als van jezelf. En voor dit laatste is een vleugje ijdelheid onontbeerlijk.

In onze tijd wordt bescheidenheid als deugd sterk op de proef gesteld. Vrijwel alle handelingen op de sociale media zijn gereduceerd tot zelfpromotie en het prijzen van anderen (liken). Opvallend is dat als iemand een post of tweet plaatst over een succes dat ook maatschappelijke waardering krijgt, de ‘likes’ dan meteen de pan uitrijzen. La Rochefoucauld zou daar cynisch over zijn: ‘In zekere zin delen we in de nobele daden die we prijzen.’ Maar het werkt natuurlijk evengoed de andere kant op: het aantal likes geeft de handeling ook meer maatschappelijk gewicht, net als het prijzen met een Nobelprijs. De voorbije generatie ziet waarschijnlijk een hoop ijdelheid op internet, maar het jezelf onderscheiden ‘in een wereld waarin de goden en andere baasjes het voor het zeggen’ hebben, dwingt vast en zeker ook het leven in de nieuwe media vanzelf tot het juiste midden. Anders lig je eruit. Dat wil niet zeggen dat de oudere generatie de jongere niets te leren heeft. Leen Huijzer (1946) gaf de regisseur Hans Heijnen alle vrijheid voor de biografische documentaire Lee Towers, The Voice of Rotterdam. Tijdens een televisietalkshow werd hem gevraagd of hij er geen voorwaarden aan had verbonden. Dat zou geen juist beeld geven, zei Huijzer. ‘Ik ben nogal redelijk dominant, al zeg ik het zelf.’ Bescheidenheid op zijn best.

Dit is een voorpublicatie uit Filosoferen is makkelijker als je denkt van Coen Simon, Uitgeverij Ambo|Anthos € 18,99

Welkom op filosofie.nl!

Speciaal voor nieuwe bezoekers selecteerden wij negen inspirerende artikelen. Lees waarom onderzoek naar geluk niet deugt, zes soorten vervreemding op de werkvloer, hoe Socrates de opkomst van Trump al voorspelde, en meer...

Lees meer
Ik lees graag later

Als u hier uw e-mailadres achterlaat, dan sturen wij het kennismakingsdossier naar u toe. U kunt het dan op ieder gewenst moment lezen.