Log in




Wachtwoord vergeten
Log in | Word lid | Service

Filosofie.nl

Filosofie Abonnement
WP nr. 1/2010

Ten geleide: Vrije wil

Met deze knop kunt u, als u lid bent, artikelen toevoegen aan een leeslijst op uw persoonlijke pagina. Klik hier voor uw abonnement op maat.

Gerben Meynen

Wat is de vrije wil, en hebben we er een? Dit zijn twee vragen die filosofen eeuwenlang hebben beziggehouden. Er wordt wel gezegd dat de motivatie om over de vrije wil na te denken is dat we menen dat we zonder vrije wil mensen niet verantwoordelijk kunnen houden voor daden en beslissingen. De grond om anderen te prijzen of ergens schuldig voor te houden – en eventueel te straffen – zou zonder vrije wil wegvallen. De vrije wil lijkt dus ten nauwste samen te hangen met hoe wij onszelf en anderen begrijpen en waarderen.

Tegelijkertijd heeft men gemeend dat er goede redenen zijn om aan te nemen dat we geen vrije wil kunnen hebben. Lange tijd was het idee dat God bij de schepping al wist wat er daarna allemaal ging gebeuren. De toekomst was bepaald. Het idee dat de toekomst vastligt heet ‘determinisme’. Men vroeg zich af of er, gegeven deze goddelijke alwetendheid, wel een vrije wil kon zijn. Vanaf de Verlichting kwam de vraag of de vrije wil er wel kon zijn in een natuurwetenschappelijk perspectief te staan. Het probleem was nu niet langer het religieuze determinisme, maar het natuurwetenschappelijk determinisme. Als alles wat er gebeurt bepaald is door het verleden in combinatie met de natuurwetten, kunnen we dan nog vrij zijn? Tegenwoordig is de kwestie vooral: kunnen we vrij zijn gezien alles wat de neurowetenschappen zeggen over ons gedrag? Laten die niet overduidelijk zien dat de hersenen bepalend zijn voor ons denken en doen – en wat hebben wij dan nog vrij te willen? Kortom, doordat velen meenden en menen dat onze wereld op de een of andere manier gedetermineerd (bepaald) is, is een centrale filosofische vraag geweest in hoeverre deze bepaaldheid, hetzij door goddelijke alwetendheid, hetzij door natuurwetten, hetzij door het brein, nog ruimte laat voor een vrije wil. Met andere woorden, of vrije wil en determinisme verenigbaar, ‘compatibel’ zijn.

In de filosofie van de vrije wil wordt vaak gebruikgemaakt van  gedachte-experimenten. Klassiek zijn  gedachte-experimenten  waarbij men inzoomt op een enkele beslissing, met een onherroepelijke, moreel gezien heldere uitkomst, zoals wanneer iemand een ander neerschiet. Vervolgens wordt gekeken hoe je de condities kunt veranderen waaronder deze beslissing wordt genomen. Bijvoorbeeld in het geval dat de hersenen geen andere keuze toelieten. Onder deze veranderende condities kun je je dan steeds afvragen: is er nog sprake van vrije wil en van verantwoordelijkheid voor de daad? Op grond van zulke experimenten zijn bijvoorbeeld heel wat filosofen tot de conclusie gekomen dat het voor vrije wil en verantwoordelijkheid niet nodig is om alternatieve mogelijkheden te hebben. Het punt van de alternatieve mogelijkheden is een centraal punt in het filosofische debat. Op zich is het misschien een vreemde gedachte dat er in een wereld waarin geen alternatieve mogelijkheden zijn (omdat alles gedetermineerd is) toch verantwoordelijkheid en vrije wil kunnen zijn. Kunnen we iemand verantwoordelijk houden, ook al kon hij niet anders handelen dan hij deed? Maureen Sie bespreekt enkele belangrijke argumenten die binnen deze discussie worden gebruikt. Ze belicht ook het nut van het verantwoordelijk houden van mensen al konden ze niet anders dan ze deden en benadrukt de communicatieve functie van onze morele sentimenten.

Antoine Mooij bediscussieert de rol van de vrije wil in het strafrecht, meer specifiek bij de forensische rapportage. De rechter kan een psychiater vragen een verdachte te onderzoeken vanuit de vraagstelling of de verdachte voor de daad toerekeningsvatbaar is. Het niet of verminderd toerekeningsvatbaar beoordelen van een verdachte kan tot gevolg hebben dat de rechter besluit tot een terbeschikkingstelling (tbs). Mooij richt zich op de relatie tussen psychiatrische stoornissen, vrije wil en toerekeningsvatbaarheid. Hij stelt dat vrije wil in dit verband inhoudt dat er alternatieve mogelijkheden zijn. Ook bepleit hij het belang van het begrip toerekeningsvatbaarheid in het strafrecht.

Marc Slors richt zich op het invloedrijke boek van Dan Wegner, The Illusion of Conscious Will. Volgens Wegner zou een veelheid aan psychologisch en neurobiologisch onderzoek laten zien dat de bewuste/vrije wil een illusie is. Slors ontwikkelt een eigen visie op Wegners bevindingen. Eigenlijk betekenen Wegners onderzoeksresultaten, aldus Slors, niet zozeer dat we anders moeten gaan kijken naar de vrije wil, maar vooral anders naar ons zelf: we moeten inzien dat het zelf (ook) onbewust is.

Jacques De Visscher kiest een fenomenologische benadering om te laten zien dat de wil eigenlijk altijd een vrije wil is. Hij gaat na hoe het willen zich vanaf de kindertijd tot in de volwassenheid ontwikkelt. Zo is volgens De Visscher de wil van een kind eigenlijk een ‘gril’ of een (uitgesproken) ‘wens’. Uiteindelijk ontwikkelt zich de wil van gril tot vrije wil. Belangrijk in filosofische discussies is steeds weer of de definitie die van de vrije wil gegeven wordt ons inderdaad in staat stelt om mensen moreel verantwoordelijk te houden en hen, zo nodig, hun daden in het strafrecht te kunnen toerekenen. De filosoof Derk Pereboom meent niet alleen dat zo’n vrije wil (een die ons verantwoordelijk maakt voor wat we doen) er niet is, hij meent ook dat het onderkennen van dit feit voordelen heeft. Een ervan is dat mensen minder boos op elkaar zullen zijn.
 
Anderzijds, de psychologen Vohs en Schooler vonden dat als mensen in een experiment teksten te lezen kregen waarin stond dat de vrije wil niet kon bestaan (omdat alles gedetermineerd is), zij makkelijker vals gingen spelen dan de groep mensen die teksten las die aangaven dat de vrije wil wel bestond. Het ondermijnen van het geloof in de vrije wil liet mensen dus makkelijker vals spelen, zeggen Schooler en Vohs. Misschien moet u dus voorzichtig zijn met wat u leest.
 

Literatuur

Kane, R. (2005). A contemporary introduction to Free Will. Oxford: Oxford University Press.
Meynen, G. (2008). Vrije wil en neurowetenschap. In J.A. den Boer,G. Glas & A.W.M. Mooij (red.),Kernpro- blemen van de psychiatrie (pp.  266-298).  Amsterdam: Boom.
Pereboom, D. (2001). Living without free will. Cambridge: Cambridge University Press.
Vohs, K.D.& J.W.Schooler (2008).The Valueof Believing in Free Will. Encouraging a Belief in Determinism Increases Cheating. Psychological Science, 19(1):  49-54.

Welkom op filosofie.nl!

Speciaal voor nieuwe bezoekers selecteerden wij negen inspirerende artikelen. Lees waarom onderzoek naar geluk niet deugt, zes soorten vervreemding op de werkvloer, hoe Socrates de opkomst van Trump al voorspelde, en meer...

Lees meer
Ik lees graag later

Als u hier uw e-mailadres achterlaat, dan sturen wij het kennismakingsdossier naar u toe. U kunt het dan op ieder gewenst moment lezen.