Log in




Wachtwoord vergeten
Log in | Word lid | Service

Filosofie.nl

Filosofie Abonnement
FM nr. 10/2014

Wat heet mooi?

Met deze knop kunt u, als u lid bent, artikelen toevoegen aan een leeslijst op uw persoonlijke pagina. Klik hier voor uw abonnement op maat.

Rebekka Reinhard
filosoof, psycho-therapeut

Is schoonheid objectief vast te stellen? Of is het een kwestie van smaak? Een kleine geschiedenis van de schoonheid, van Plato tot Umberto Eco. 

Het eerste filosofische onderzoek naar het mooie stamt uit de klassieke Oudheid. Plato’s dialoog Grote Hippias drukt een stempel op de discussies tot in de negentiende eeuw. Het gaat daarin om de vraag of het bij het mooie om iets absoluuts of om iets relatiefs gaat, of wat wij mooi noemen een onveranderlijk wezen heeft of niet meer is dan een kwestie van conventies.

Plato beschrijft hoe Socrates vraagt wat het mooie is. De sofist Hippias antwoordt dan: ‘Een mooi meisje is iets moois.’ Socrates is niet tevreden met dit voorbeeld. Had Hippias in plaats van ‘mooi meisje’ niet net zo goed ‘mooi paard’ of ‘mooie pot’ kunnen zeggen? Hippias snapt dat je niet alles op dezelfde manier als mooi (kalós) kunt beschouwen, dat er een rangorde bestaat. Een mooi meisje kan op zich mooi zijn, maar vergeleken met een mooie godin blijft ze ver achter.

Socrates gaat het niet om mooie vrouwen. Ook niet om mooie potten. Hij interesseert zich voor het algemene wezen van het mooie. Volgens hem is dat onafhankelijk van wat de meeste mensen mooi vinden. Iets wat objectief gezien helemaal niet mooi is, kan subjectief wel mooi lijken: ‘Bestaat daarover geen grote onwetendheid, en wordt daarover niet het meest van al gediscussieerd en gevochten, zowel op persoonlijk vlak als in het openbaar onder staten?’

Volgens Socrates kan het wezen van schoonheid nooit synoniem zijn met conventies, gebruiken of modes. Als mooi iets zou zijn wat volgens een bepaalde zede passend of behoorlijk is, zou het ‘voor iedereen en altijd mooi zijn en schijnen’. Maar dat is klaarblijkelijk niet het geval, en dus eindigt de dialoog tussen Socrates en Hippias onbeslist.

Plato zelf gaat ervan uit dat er iets moet zijn dat absoluut mooi is, iets dat als maatstaf geldt voor het relatief mooie, maar dat natuurlijk niet gedefinieerd kan worden, omdat zo’n definitie al van bepaalde conventies afhankelijk is. En de geldigheid van conventies verandert nu eenmaal voortdurend. In zijn dialoog Symposium beschrijft Plato het mooie als een gevolg van verschillende rangorden: van de laagste trede – de lichamelijk-zinnelijke schoonheid – via de schoonheid van de ziel, de deugdzaamheid en het inzicht, tot de hoogste trede – de idee van het mooie. Niet alleen bij Plato, maar ook in de hele Oud-Griekse cultuur is het mooie altijd alleen in samenhang met het moreel goede en ware te zien.

Verder lezen?



Welkom op filosofie.nl!

Speciaal voor nieuwe bezoekers selecteerden wij negen inspirerende artikelen. Lees waarom onderzoek naar geluk niet deugt, zes soorten vervreemding op de werkvloer, hoe Socrates de opkomst van Trump al voorspelde, en meer...

Lees meer
Ik lees graag later

Als u hier uw e-mailadres achterlaat, dan sturen wij het kennismakingsdossier naar u toe. U kunt het dan op ieder gewenst moment lezen.