Log in




Wachtwoord vergeten
Log in | Word lid | Service

Filosofie.nl

Filosofie Abonnement
FM nr. 9/2014

Oefeningen in empathie

Met deze knop kunt u, als u lid bent, artikelen toevoegen aan een leeslijst op uw persoonlijke pagina. Klik hier voor uw abonnement op maat.

Roman Krznaric
cultuurhistoricus, filosoof

Het is niet eenvoudig om je echt in te leven in een ander. In zijn nieuwste boek geeft filosoof Roman Krznaric lessen in empathie. ‘Bedenk eens hoe een harde zakenman met zijn zoontje van drie verstoppertje speelt.’

Empathie verlept en sterft wanneer we de individualiteit en uniciteit van anderen niet zien en hen behandelen als wezens die inferieur zijn aan onszelf. Dat klinkt logisch. Maar wat betekent het werkelijk om iemand menselijk te behandelen, of om, zoals filosofen zeggen, de ‘ander’ te vermenselijken? En hoe moet dat precies? Het leven van Oskar Schindler zou hier als voorbeeld kunnen dienen. Hij veranderde van een onbesuisde nazistische zakenman met een voorkeur voor goede cognac en voluptueuze secretaresses (hij was een onverbeterlijke rokkenjager) in een van de beroemdste redders van mensenlevens tijdens de Holocaust.

Wat het geval van Schindler zo fascinerend maakt, is dat zijn transformatie zich volslagen onverwacht voltrok. Aan het begin van de Tweede Wereldoorlog was hij een echte nazi. Als trouw partijlid droeg hij het hakenkruis op zijn revers en was hij een informant voor de militaire inlichtingendienst. Schindler profiteerde van de onteigening van Joodse bedrijven in het bezette Polen door in Krakau een emailwarenfabriek te beginnen die benodigdheden voor Duitse soldaten produceerde. Hij had er geen moeite mee gebruik te maken van Joodse dwangarbeiders. Hun ‘loon’ werd rechtstreeks uitbetaald aan de SS, want dat was veel goedkoper dan Poolse arbeiders in te huren. Schindler hield zich ’s avonds op met hoge nazicommandanten en bureaucraten, voorzag hen van drank, bezorgde hun vrouwen en gaf hun steekpenningen om de militaire contracten binnen te halen, die zijn winstmarge op peil hielden en hem de luxe verschaften van dikke sigaren en mooie double-breasted pakken.

Schindler was geen kwaadaardige antisemiet, zoals Hitler en Goebbels. Zoals veel anderen stond hij onverschillig tegenover de Joden en beschouwde hij hen als een naamloze massa die gemakkelijk uit te buiten was voor zijn eigen doeleinden. In 1940 zou niemand bevroed hebben dat hij aan het eind van de oorlog zijn leven op het spel zou zetten en grote bedragen smeergeld zou betalen om zijn Joodse fabrieksarbeiders te behoeden voor de dood in Auschwitz.

Hoe is deze radicale omslag van hem te verklaren? In de tussenliggende jaren gebeurde er iets heel interessants met Schindler: hij ging de Joden beschouwen als mensen. Het begon allemaal met zijn Joodse boekhouder, Itzhak Stern. Wat oorspronkelijk een formele zakenrelatie was, veranderde allengs in een vriendschap. ‘Stern was de enige biechtvader die Oskar ooit had gehad’, aldus Thomas Keneally in zijn op nauwgezet onderzoek gebaseerde roman Schindler’s Ark. Door hun dagelijkse gesprekken kwam Schindler meer te weten over Sterns leven en traumatische ervaringen in het getto van Krakau: de honger, de angst en de willekeurige schietpartijen van Duitse soldaten. Het gevolg was dat Stern in Schindlers ogen veranderde van een van zijn vele werknemers in een uniek individu. Deze individualiteit begon hij daarna ook te zien bij zijn andere arbeiders. Hij leerde hun namen kennen en vernam aan welke vervolgingen ze blootstonden.

Op 8 juni 1942 beleefde Schindler een moment van empathische openbaring toen hij met zijn maîtresse Ingrid paardreed op een helling buiten Krakau. Ze lieten hun blik rusten op het getto beneden in de stad en zagen dat er een SS-razzia gaande was: een systematische poging om het getto te zuiveren van Joden. De mensen werden uit hun huizen gedreven, gebeten door honden, geslagen en op straat van dichtbij neergeschoten. Schindler werd misselijk van de brute slachtpartij. Zijn oog viel op een jong meisje met een rode jas en muts dat op de een of andere manier ongestoord ronddwaalde tussen de herrie en agressie van de tekeergaande SS-militairen. Hij zag dat het meisje halt hield en toekeek toen een soldaat zijn voet op de schedel van een jongen plantte en hem in de nek schoot. Op de een of andere manier werd dit meisje voor Schindler het symbool van de individualiteit en menselijkheid van de Joodse bewoners van Krakau. Door haar stond voor altijd in zijn gedachten gegrift hoe gruwelijk het geweld van de nazi’s was. ‘Na deze dag’, zei hij later, ‘kon het geen enkele weldenkende persoon nog ontgaan wat er zou gebeuren. Ik was nu vastbesloten om al het mogelijke te doen om het systeem te dwarsbomen.’

En dat deed hij. Toen de Joden in de stad in de herfst van 1942 werden overgebracht naar een nieuw werkkamp in het nabijgelegen Płaszów, waar de sadistische commandant Amon Goeth de scepter zwaaide, betaalde Schindler functionarissen smeergeld om zijn buiten de poort gelegen fabriek te behouden. Hij zorgde ervoor dat zijn arbeiders extra rantsoenen kregen en niet werden afgetuigd door SS-bewakers met honden. Om gezinnen bij elkaar te houden maakte hij SS-functionarissen wijs dat hij kinderen nodig had die met hun dunne, vlugge vingers de binnenkant van granaathulzen konden schoonmaken. Ook vertelde hij hun sterke verhalen over een man met één arm die volgens hem een uitstekende monteur was.

Bedrieglijk eenvoudig
Toen Płaszów tegen het einde van de oorlog werd gesloten en de gevangenen werden overgebracht naar vernietigingskampen zoals Auschwitz, getroostte Schindler zich enorme financiële offers om Goeth en anderen om te kopen. Zo kreeg hij voor elkaar dat zijn arbeiders en hun gezinnen naar een nieuwe munitiefabriek werden gestuurd die Schindler aan de andere kant van de grens, in Brinnlitz in Tsjecho-Slowakije, aan het bouwen was. Dit waren de elfhonderd mensen wier namen terechtkwamen op de lijst die befaamd werd door Steven Spielbergs film Schindler’s List (die gebaseerd was op Keneally’s boek Schindler’s Ark). In opdracht van Schindler maakten ze granaten en rakethulzen die niet goed werkten. Toen nazifunctionarissen daarover in een telegram hun beklag deden, riep hij tegen Stern uit: ‘Dit is het mooiste verjaardagscadeau dat ik heb gekregen. Want nu weet ik dat er geen arme drommels zijn gesneuveld door mijn product.’

De dramatische en gevaarlijke overtocht naar Brinnlitz leverde het ultieme resultaat op: toen uiteindelijk de vrede werd uitgeroepen, was het merendeel van de mensen op de lijst nog in leven. Vandaag de dag leven er in Polen minder dan vijfduizend Joden, maar zijn er wereldwijd ruim zesduizend nazaten van de Joden van Schindler.

Waarom offerde Schindler zijn fortuin op om de mensen op de lijst te redden? Waarom hielp hij Joodse families uit het getto in Krakau en nam hij daarmee het risico gevangengenomen en geëxecuteerd te worden? Wat hij deed, was voor sommigen niet te begrijpen. ‘Naar zijn drijfveren kon je alleen maar gissen’, zei een van de Schindlerjuden die de oorlog overleefden. Kunnen er godsdienstige motieven achter gezeten hebben, zoals bij veel andere mensen die in de oorlog Joden redden? Dat is onwaarschijnlijk. Schindler was net als zijn vader een katholiek die zich weinig gelegen liet liggen aan zijn geloof. Zijn voornaamste motief stipte hij aan in de opmerking die hij maakte toen hem werd gevraagd zijn handelwijze te verklaren: ‘Ik kende de mensen die voor me werkten. Wanneer je mensen kent, moet je hen behandelen als mensen.’

Hierin ligt het bedrieglijk eenvoudige antwoord: mensen kennen. Schindlers verhaal laat ons zien dat empathiseren begint met anderen in de ogen kijken, hun een naam geven en hun individualiteit erkennen. Het houdt in dat we hun menselijkheid onderkennen in weerwil van vooroordelen en stereotypes, en dat we weigeren autoriteiten te gehoorzamen die ons bevelen anderen te kleineren. De kracht van een menselijke benadering van een individu is dat het een springplank kan zijn om te empathiseren met een grotere kring van mensen, zoals gebeurde bij Schindler, die door zijn persoonlijke relatie met Stern en andere werknemers in algemenere zin oog kreeg voor het lijden van de Joden. Verder herinnert Schindler ons eraan dat ons vermogen om te empathiseren geen vaststaand, onveranderlijk gegeven is, maar zich in de loop van ons leven kan ontwikkelen: zelfs mensen van wie je het totaal niet verwacht kunnen in de juiste omstandigheden in hun verbeelding de sprong maken en gestimuleerd worden om actie te ondernemen.

Stereotyperingen
Oskar Schindler was een uitzonderlijke persoon die leefde in een uitzonderlijke tijd, maar de boodschap van zijn leven is nu relevanter dan ooit. Door de herrijzenis van het rechtse populisme duikt in heel Europa het oude spook van het antisemitisme weer op en worden er discriminerende maatregelen genomen tegen zigeuners (Roma) en moslims. En daar komt bij dat er onder invloed van het neoliberale individualisme en de uitholling van publieke diensten voor het eerst sinds de negentiende eeuw een cultuur van onverschilligheid aan het ontstaan is, waarin we steeds ongevoeliger worden voor sociale tragedies zoals kinderarmoede. Het gevaar bestaat dat we toeschouwers van menselijk leed worden. Oskar Schindler was, ondanks al zijn fouten en tegenstrijdigheden, geen toeschouwer. Een van de vele humanitaire lofbetuigingen die Schindler na de oorlog in ontvangst mocht nemen was de Martin Buber-prijs, die vernoemd is naar de in Oostenrijk geboren theoloog en filosoof die in de jaren dertig nazi-Duitsland ontvluchtte. In de ideeën van Buber is, meer dan in die van enige andere denker uit de twintigste eeuw, de essentie van de verbeeldingsvolle, empathische daad van het vermenselijken van de ‘ander’ vervat.

In zijn boek Ich und du schrijft Buber dat we twee soorten relaties kunnen aangaan. Het ene soort duidt hij aan als ‘ik-het’, waarvan sprake is wanneer we anderen behandelen als een object, als een ‘het’ zonder menselijkheid of individualiteit. Dit gebeurt met name wanneer we minachtende stereotyperingen gebruiken om mensen te voorzien van een etiket of in gevallen van vooringenomenheid.

Het tweede soort relatie noemt Buber ‘ik-jij’. Dit behelst dat je een andere persoon tegemoet treedt als een uniek wezen dat gelijk is aan jezelf, en dat je je inspant om de wereld door zijn ogen te bekijken en zijn gedachten en gevoelens te begrijpen. Hij spreekt over een ik-jij-dialoog als een poging om ‘tot een relatie te komen’ met anderen en te ontdekken wie ze werkelijk zijn. We kunnen alleen volledig menselijk worden, zegt Buber, wanneer we ‘echte gesprekken’ voeren die het ik-jij-ideaal belichamen en pogingen doen om ons de werkelijkheid van andere mensen voor te stellen. Je verbeeldt je wat een ander mens op dit moment wenst, voelt, waarneemt en denkt in zijn eigen werkelijkheid, als een levend proces. Innerlijke groei wordt niet bereikt in de relatie van de mens tot zichzelf, maar in de relatie tussen de een en de ander, tussen mensen.

Hoe kunnen we de lessen van Bubers filosofie inpassen in ons eigen leven, zodat we net als Schindler in staat zijn anderen te vermenselijken en een ik-jij-relatie met hen te ontwikkelen? Een van de manieren is persoonlijke gesprekken aan te knopen die ons helpen de ik-het-barrière te doorbreken. Maar er zijn nog drie andere manieren om het proces in gang te zetten. Een eerste stap is onze verbeelding te vermenselijken door ons bewust te worden van alle individuen die achter het oppervlak van ons dagelijkse leven verborgen zijn. De religieuze denker Karen Armstrong oppert dat we dit kunnen doen door een aan het boeddhisme ontleende oefening uit te voeren, waarbij we ons een dag lang iedere persoon voor de geest halen die in verband staat met wat we dagelijks doen. Dus denk wanneer je ’s morgens opstaat aan degenen die de katoen van je lakens hebben gezaaid, geplukt en gesponnen, en aan degenen die de bonen die je maalt voor je ochtendkoffie hebben verzameld, bewerkt en geëxporteerd. Je geniet van hun product, dus je draagt verantwoordelijkheid voor hen, vooral als ze in slechte omstandigheden werken. Sta wanneer je vertrekt naar je werk stil bij de duizenden arbeiders en ingenieurs die de wegen, auto’s, spoorbanen, vliegtuigen, treinen en metro onderhouden waarop je vertrouwt. Ga de hele dag door met deze oefening. Op deze wijze leer je volgens Armstrong begrijpen hoe afhankelijk je bent van mensen die je nog nooit hebt ontmoet en die misschien ver weg wonen. Misschien leidt het er uiteindelijk toe dat je actie onderneemt ten behoeve van hen.

Karakterspelletjes
Een tweede benadering is in je verbeelding ‘karakterspelletjes’ te spelen. Stel, je bent op een congres en ontmoet een schijnbaar emotieloze, harde zakenman – een persoon die je als vanzelf zou behandelen als een ‘het’. Bedenk eens hoe hij er in een andere, meer menselijke gedaante uitziet, bijvoorbeeld wanneer hij met zijn zoontje van drie verstoppertje speelt of een liedje zingt voor zijn bejaarde moeder om haar op te vrolijken. Dit kan de manier waarop je met hem praat veranderen en ook het onderwerp van het gesprek beïnvloeden. Achter de afstandelijke en formele buitenkant blijkt misschien een man te schuilen die veel meer lijkt op de persoon in je verbeelding. Zo kun je ook een ogenschijnlijk sombere, slome tiener benaderen die op straat staat te roken. Stel je voor dat ze een verbazingwekkend goede jeugdleidster of een getalenteerde dichteres is. Deze oefening – een vorm van creatief verhalen vertellen – kan helpen anderen een menselijk gezicht te geven, onze stereotiepe denkbeelden over hen bloot te leggen en ons ontvankelijk te maken voor nieuwe manieren van contact.

Als laatste strategie kun je jezelf indringende vragen stellen over de veronderstellingen die je doet over anderen, zodat je je bewust wordt van eventuele vooroordelen:

• Welke veronderstellingen houden anderen er over jou op na, denk je? Hoe juist zijn die?
• Denk aan drie gevallen waarin je een verkeerde aanname deed over een ander. Wat waren de gevolgen van die vergissingen?
• Hoe vaak veronderstel je meteen al iets over iemand, en over welk soort mensen? Probeer jezelf in de loop van de dag te betrappen op de oordelen die je je aanmatigt over anderen – of het nu de bewaker op kantoor is of de zwaar getatoeëerde nieuwe vriend van je zus. Praat eens met ze en probeer te achterhalen wat hen werkelijk beweegt. De ontdekking van een onterecht vooroordeel is een van de snelste vormen van empathische educatie.

Dit artikel is een voorpublicatie uit het nieuwste boek Empathie van cultuurhistoricus Roman Krznaric. Krznaric is medeoprichter van en docent aan de School of Life in Londen. Eerder verschenen van hem ‘Werk vinden dat bij je past’ en ‘De Wonderbox’, waarin hij voor levenslessen te rade gaat bij de geschiedenis.

Empathie. Een revolutionair boek
Roman Krznaric
(Uitgeverij Ten Have)
320 blz. / € 19,99
 
 
 

Welkom op filosofie.nl!

Speciaal voor nieuwe bezoekers selecteerden wij negen inspirerende artikelen. Lees waarom onderzoek naar geluk niet deugt, zes soorten vervreemding op de werkvloer, hoe Socrates de opkomst van Trump al voorspelde, en meer...

Lees meer
Ik lees graag later

Als u hier uw e-mailadres achterlaat, dan sturen wij het kennismakingsdossier naar u toe. U kunt het dan op ieder gewenst moment lezen.