Log in




Wachtwoord vergeten
Log in | Word lid | Service

Filosofie.nl

Filosofie Abonnement
25-04-2014

IJzeren Lijst 10. De Ethica van Spinoza

Met deze knop kunt u, als u lid bent, artikelen toevoegen aan een leeslijst op uw persoonlijke pagina. Klik hier voor uw abonnement op maat.

Tim Miechels

Benedictus de Spinoza is één van de bekendste Nederlandse filosofen. De zeventiende-eeuwse denker stond in zijn tijd bekend als zeer controversieel. Zo voltooide hij zijn hoofdwerk, de Ethica Ordine Geometrico Demonstrata  (Ethiek volgens een geometrische methode uiteengezet, kort: de Ethica) al in 1675, maar durfde hij het werk op dat moment niet te laten publiceren omdat hij bang was als atheïst vervolgd te worden. De Ethica werd daarom pas na zijn dood in 1677 anoniem gepubliceerd.

De wiskunde zou ons in staat stellen de wereld volledig te verklaren, zo dacht men in de tijd van Spinoza. In de Ethica gaat Spinoza op zoek naar het menselijk geluk en hij doet dit – geheel in de stijl van zijn tijd – volgens de methode van de geometrie. Dit betekent dat hij in de Ethica groots en abstract begint met stellingen over hoe de wereld in elkaar zit, zoals: ‘God handelt uitsluitend krachtens de wetten van zijn eigen natuur’ of: ‘Wanneer zaken niets met elkaar gemeen hebben, kan de ene niet de oorzaak van de andere zijn’. Uit dergelijke stellingen probeert hij dan te deduceren, volgens mathematische methode,  hoe de menselijke ervaring werkt, wat geluk precies is en hoe we dat kunnen bereiken.

De opbouw van de Ethica ziet er dan ook als volgt uit: Spinoza begint het werk met een deel over metafysica, de filosofische discipline die het wezen van de werkelijkheid onderzoekt. Vervolgens komt hij via de oorsprong van de kennis in het tweede deel en de oorsprong van emoties in het derde deel uiteindelijk pas in het vierde en vijfde deel tot een theorie over het menselijk geluk. Spinoza begint dus vanuit het standpunt van het eeuwige, universele, om van daaruit tot de concrete menselijke ervaring te komen. Uit deze opbouw blijkt duidelijk Spinoza’s rationalisme. In navolging van René Descartes, de vader van het moderne rationalisme, gaat Spinoza er vanuit dat de wereld zelf volgens een rationele structuur is opgebouwd en daarom zonder tussenkomst van de waarneming door de menselijke rede gevat kan worden. Dit, in tegenstelling tot Britse empiristen als John Locke en David Hume, die juist bij de waarneming beginnen om van daaruit toe te werken naar abstractere noties. Kennis van een gravitatiewet, bijvoorbeeld, begint bij de waarneming van een vallende appel.


De metafysica uit het eerste deel van de Ethica is wat Spinoza in zijn tijd zo controversieel maakte. In dit deel stelt Spinoza namelijk dat er geen God is, die zich buiten de wereld bevindt. God en natuur vallen volledig samen – God is weliswaar het ordende principe of wetmatigheid van de natuur, in de termen van Spinoza de natura naturans, maar is niet de schepper die van een afstandje zijn schepping bestiert. Net zo min als de gravitatiewet gescheiden is van een vallende appel. Die vallende appel is eerder een manier waarop die wet zich manifesteert. Spinoza spreekt van modus - een manifestatie, toestand of 'wijziging' van God of natuurwet. In dat opzicht is alles om ons heen - bomen, planten, ons lichaam, beweging, het universum - een 'modus' van de natuurwet of God.

Daarmee zet Spinoza zich radicaal af van de joods-christelijke traditie, die stelt dat God zelf geen onderdeel is van de wereld. In die traditie is God een schepper, een ‘persoon’ met een wil en een doel. Maar met de vereenzelviging van God met de natuurwet, kunnen we dat niet langer zeggen. Een natuurwet heeft geen doel en is onpersoonlijk, ze heeft niets met de wereld voor. Spinoza’s vereenzelviging van God met de natuur kwam hem daarom in zijn tijd op het gevaarlijke etiket ‘atheïst’ te staan.

Uit de opvatting van Spinoza volgt ook dat de mens zijn uitzonderlijke positie in de werkelijkheid kwijt is. Volgens de oude opvattingen was de mens weliswaar door zijn lichaam gedeeltelijk onderworpen aan de natuurwetten, maar stond hij  in ieder geval door zijn ziel ook nog gedeeltelijk boven de natuur. Volgens Spinoza maakt alles onderdeel uit van de natuur en daarom is de mens net als een steen volledig onderworpen aan de natuurwetten. Deze alomvattende natuurwetmatigheid zorgt er voor dat de wereld volledig gedetermineerd is. Dat wil zeggen: alles wat er in de wereld gebeurt, volgt noodzakelijkerwijs uit de oorzaken die eraan vooraf gingen en had dus niet op een andere manier kunnen gebeuren. Een dergelijke opvatting over de kosmos laat geen ruimte over voor een concept als vrije wil: alles verloopt immers volgens de wetten van de natuur, dus ook de wil. De vrije wil wordt dan ook verworpen door Spinoza. Dat wil echter beslist niet zeggen dat we als volstrekt gedetermineerde machines door het leven moeten gaan.

Het inzicht dat alles wat er gebeurt in de wereld volgens de wetten van de natuur verloopt,  is essentieel om gelukkig te worden volgens Spinoza. Veel negatieve emoties worden bijvoorbeeld veroorzaakt door een gebrek aan inzicht. Beledigingen zijn vaak het gevolg van kortzichtigheid of onwetendheid. Wie dit weet, zal beter in staat zijn om rustig en zelfs vriendelijk erop te reageren. Ongelukkig is de mens die beledigingen door wederkerige haat wil vergelden, schrijft Spinoza in de Ethica. Om te vervolgen:  ‘Die daarentegen haat door liefde tracht te overwinnen, strijdt voorwaar vrolijk en gerust; weerstaat even gemakkelijk één mens als meerderen. 'Voor liefde is inzicht nodig – wie kennis heeft van redenen of oorzaken, is ook beter in staat om te vergeven. Je kunt spreken van een 'verstandelijke liefde'.

Hoewel de vrije wil in strikte zin volgens Spinoza niet bestaat - alles maakt als een modus deel uit van de natuurwet of God - schuilt hierin beslist een opvatting van vrijheid. Vrijheid is onze verstandelijke vermogens gebruiken, en vooroordelen overwinnen. Vrijheid is leven volgens de voorschriften van de rede.

Geluk is voor Spinoza dan ook de vervolmaking van het verstand of de rede, die ons inzicht geeft in de natuurwet of God en ons leert dat liefde of matiging betere antwoorden zijn dan haat of vergelding. Het lijkt op het eerste gezicht op een ietwat passieve houding - zoiets als de andere wang toekeren - maar dat is het niet. Juist een grotere volmaaktheid, voor de mens leven volgens de voorschriften van de rede, leidt ertoe dat we niet een slaaf zijn van tamelijk primaire emoties als haat, vooroordelen of streven naar bezit. We kunnen bijvoorbeeld een slaaf zijn van geld, genot of eer. Voor Spinoza is het een kwestie van onwetendheid als we dergelijke zaken omwille van zichzelf nastreven. Wie geld wil, zal immers nooit genoeg hebben. Geld is een middel tot een menswaardig bestaan, nooit een doel op zichzelf. Wie volgens dit voorschrift leeft, is vrijer dan menig miljonair. Hij is vrijer in zijn doen en laten, omdat hij niet voortdurend wordt gekweld door angst zijn bezit kwijt te raken. In dat opzicht, is hij meer volmaakt. Des te meer we ons volmaken, des te meer we kunnen handelen - aldus Spinoza. En andersom geldt ook: des te meer we kunnen handelen, des te volmaakter zijn we.

De hoogste vorm van vervolmaking is een verstandelijke aanschouwing van de natuur ‘vanuit het gezichtspunt van de eeuwigheid’. Sub specie aeternitatis considerare, schrijft Spinoza. We zijn onherroepelijk sterfelijk, maar we kunnen wel grip krijgen op de eeuwigheid, als een even noodzakelijke als doelloze aaneenschakeling van oorzaak en gevolg. We overzien de gehele natuur, waar we zelf slechts een klein onderdeel van zijn.

Welkom op filosofie.nl!

Speciaal voor nieuwe bezoekers selecteerden wij negen inspirerende artikelen. Lees waarom onderzoek naar geluk niet deugt, zes soorten vervreemding op de werkvloer, hoe Socrates de opkomst van Trump al voorspelde, en meer...

Lees meer
Ik lees graag later

Als u hier uw e-mailadres achterlaat, dan sturen wij het kennismakingsdossier naar u toe. U kunt het dan op ieder gewenst moment lezen.