Log in




Wachtwoord vergeten
Log in | Word lid | Service

Filosofie.nl

Filosofie Abonnement
WP nr. 2/2013

Over het theater in Kierkegaards oeuvre

Met deze knop kunt u, als u lid bent, artikelen toevoegen aan een leeslijst op uw persoonlijke pagina. Klik hier voor uw abonnement op maat.

Wout van Tongeren

Kierkegaard hield van het theater: gretig bezocht hij de voorstellingen in de Kopenhaagse schouwburg. Veel toneelstukken zag hij daar meer dan eens. Als die liefhebberij geen weerslag had gegeven in Kierkegaards teksten, zou een hedendaagse lezer haar gerust kunnen negeren. Maar het werk is doordesemd van referenties aan toneelstukken, opera’s, zangers en acteurs. Hoe verhouden die verwijzingen zich tot de verdere inhoud van het werk? Zijn ze slechts het spoor van een persoonlijke gril, of hebben ze meer te betekenen?

De merkwaardige voorliefde voor een lichtzinnige kunstvorm

In eerste instantie lijken de verwijzingen naar de toneelkunst weinig wezenlijks toe te voegen aan Kierkegaards werk. Misschien staan ze zelfs op gespannen voet met ernstige thema’s als individualiteit en geloof die doorheen het oeuvre van groot belang zijn. Precies omdat Kierkegaard – in eigen persoon of bij monde van een van zijn talrijke pseudoniemen – zijn lezers vaak oproept tot het maken van een geheel zelfstandige, overtuigde keuze voor een van ethiek of geloof doordrongen leven, is het merkwaardig dat hij tegelijkertijd zo vaak verwijst naar het theater, destijds misschien wel de lichtzinnigste aller kunsten. Anders dan tegenwoordig was de negentiende-eeuwse schouwburg namelijk de plaats bij uitstek voor spectaculair en massaal vermaak. Experimenteel, kleinschalig toneel is een twintigste-eeuwse uitvinding. We kunnen ons het negentiende-eeuwse theater voorstellen naar model van de commerciële bioscoop: de toeschouwer nestelt zich er behaaglijk in zijn stoel terwijl zich voor zijn ogen een meeslepend spektakel ontvouwt. Misschien is de toeschouwer in zijn eentje van huis gegaan, maar eenmaal gezeten gaat hij op in het grote samengestelde lichaam van ‘het publiek’, waarvan de collectieve reacties hem ontslaan van de moeilijke taak zich een individueel oordeel te vormen. De negentiende-eeuwse schouwburgen boden een aangenaam soort verstrooiing die de bezoekers juist ver weg gevoerd moet hebben van de ernstige innerlijkheid die Kierkegaard voor ogen had. Maar waarom voelde hij zich dan zo aangetrokken tot deze lichtvoetige kunstvorm, en wat betekent deze voorliefde voor de manier waarop we zijn teksten kunnen lezen.

Verder lezen?



Welkom op filosofie.nl!

Speciaal voor nieuwe bezoekers selecteerden wij negen inspirerende artikelen. Lees waarom onderzoek naar geluk niet deugt, zes soorten vervreemding op de werkvloer, hoe Socrates de opkomst van Trump al voorspelde, en meer...

Lees meer
Ik lees graag later

Als u hier uw e-mailadres achterlaat, dan sturen wij het kennismakingsdossier naar u toe. U kunt het dan op ieder gewenst moment lezen.