Log in




Wachtwoord vergeten
Log in | Word lid | Service

Filosofie.nl

Filosofie Abonnement
FM nr. 9/2007

Twijfel is bitter als alsem

Met deze knop kunt u, als u lid bent, artikelen toevoegen aan een leeslijst op uw persoonlijke pagina. Klik hier voor uw abonnement op maat.

René Gude
Voormalig Denker des Vaderlands

Dogmatische twijfel is de ziekte van deze tijd; wie altijd twijfelt komt tot niets en kan geen weerstand meer bieden tegen groeiende onverdraagzaamheid. Maak twijfel weer tot wat het is: een noodzakelijke fase. Daarna moet er worden besloten en gehandeld.

‘Wie nu oproept tot dialoog wordt “naïef” genoemd en minachtend “politiek correct”’, schrijft socioloog Anton Zijderveld in Het Financieele Dagblad van 22 september 2007. Deze observatie is juist. Het genuanceerde politieke gesprek staat onder druk, het is niet sexy. Er gonzen zoveel pakkend geformuleerde vooroordelen rond, dat zelfs de meest gematigden onder ons zelf oude dogma’s beginnen op te poetsen om de nieuwe te stuiten. Zijderveld karakteriseert die strategie terecht als het verlaten van de twijfel als grondhouding met verschraling van de democratie tot gevolg. Zonder twijfel wordt democratische deliberatie een spel van botsende meningen, doxai in het Grieks: ‘Men heeft een mening (doxa) wanneer men aan een bewering vasthoudt en niet meer twijfelt’ [Plato, Theaetetus, 190 a]. Dit fenomeen was dus al bekend bij de uitvinders van de democratie.
Athene kende in zijn hoogtijdagen een deliberatieve democratie en dat is iets anders dan een debatcultuur. Tijdens de deliberatie liet men geliefde en gehate standpunten onbeslist naast elkaar bestaan, om duidelijkheid te verkrijgen voor de uiteindelijke beslissing genomen werd. Alle aspecten – zeker ook de tegenstrijdige – werden in de openbaarheid gebracht en in het ‘onverborgene’ (aletheia) voor iedereen zichtbaar aan de mediterrane zon blootgesteld. Dat kan alleen als je tijdelijk van een oordeel afziet, als opzettelijke sceptisch bent. Er wordt met de scepter gezwaaid tussen meerdere mogelijkheden en pas als de scepter tot rust komt is er een beslissing. Twijfel is een argumentatieve toestand die je met vriend en vijand moet nastreven vóór je een besluit neemt. Mensen die een vooringenomen mening hebben en daar mordicus aan vasthouden verstoren het proces. Hun beslissing is al genomen vóór alle mogelijkheden aan het licht gebracht zijn. Met recht heet een dergelijke mening een ‘vooroordeel’. Voor dergelijke stoorzenders hadden de Grieken dan ook een frequentiebeperking ingesteld. Iemand krijgt de mogelijkheid om dezelfde mening onveranderd te herhalen, maar eens in de zoveel tijd is er een schervengericht waarmee dramneuzen voor tien jaar uit het parlement gestemd kunnen worden. Na die afkoelperiode mogen ze weer onverdroten verder meppen op hetzelfde trommeltje, maar het mantrakarakter van de dreun is dan doorbroken.
 
Zijdervelds bezwaar tegen dogmatici deel ik volledig, maar zijn oplossing is onvolledig. Een pleidooi voor ‘twijfel als grondhouding’, de titel van zijn stuk, zaait verwarring juist bij degenen van wie je hoopt dat ze gedecideerd pal staan voor de rede en voor de democratie. Twijfel is een eigenaardig medicijn. Het is in een wereld vol viraal ontstoken overtuigingen een antibioticakuur, die zijn werking alleen doet als je ’m geheel afmaakt. Het is niet de grond, het is niet het einddoel, maar twijfel is alleen zegenrijk als ingelaste tussenfase. Ook redelijke mensen moeten weer opnieuw tot een overtuiging komen nadat ze hun oude heroïsch hebben betwijfeld. Zij kunnen na een oprechte twijfelexercitie hun oude overtuigingen weer opnieuw laten gelden of hun dierbaarste opvattingen geven voor betere, maar aan de twijfel moet weer een einde komen.
Wie oproept tot twijfel, zonder erbij te zeggen dat het uiteindelijk toch ook om de overwinning daarvan gaat, legt het redelijke deel van de natie plat. Natuurlijk is er de winst van twijfel. Je komt gelouterd uit het vuur, een crisis is nooit voor niets geweest. Twijfel is onmisbare bezinning op de weg die wij te gaan hebben in het leven en is de sleutel tot zelfstandigheid en individualiteit. Zeker, besluiteloosheid is de eerste trede van vrijheid. Zonder keuze geen zelfbepaling. Natuurlijk is twijfel het begin van de autonomie is en dus het hart van de Verlichting als denkstroming. Maar voor we nu romantisch de twijfel omarmen als het moedig gekozen pad naar alles wat authentiek, sterk en gelouterd is, moet krachtig benadrukt worden dat twijfel slechts dan het fundament van de menselijke waardigheid vormt, als zij overwonnen wordt.

Straf

We moeten twijfel in het juiste perspectief blijven plaatsen. Twijfel is een straf. Het haalt de gang uit al je ondernemingen; privé, op het werk en in het maatschappelijk verkeer. Zo is het bijvoorbeeld zonde om langer dan nodig is te twijfelen in een huwelijkscrisis. De vastberaden beslissing om te blijven betekent voortbouwen aan een gedeelde levensgeschiedenis, met een diepe vertrouwelijkheid als mogelijke beloning in een ver verschiet. Weggaan betekent het moedige besluit om te breken met de ontstane beklemming en het avontuur aan te gaan om in eenzaamheid of een andere constellatie te zoeken naar rust. Bij beide beslissingen krijg het hart weer ruimte om te slaan. De crisis is geweest, de twijfel is verdwenen, het huwelijk leeft of is voorbij. Er wordt veel geleden, de weerstand is nog laag, maar de patiënt is niet langer met koortsig ronddraaiende gedachten aan de eigen bovenkamer gekluisterd. Er is beweging, het stroomt, er wordt weer aan het leven deelgenomen. De beslissing deed pijn, maar de besluiteloosheid was de hel. Twijfelen is nood, ook als je er opzettelijk aan begint; het is de afwezigheid van zekerheid. Je kunt van die nood een deugd te maken, maar alleen als je de misère niet stiekem of openlijk koestert. Twijfel is lijden en jouissance de souffrir is een psychiatrische aandoening. Blijven steken in twijfel is vertwijfeling (desparatio). Het is evident dat we altijd pas achteraf stoer kunnen doen over de resultaten van een crisis. De situatie van het ‘nog niet weten’ is voor de betrokkenen vrijwel altijd afschuwelijk en niet zelden ondraaglijk. Een voorbeeld daarvan is te vinden in Saltykows De familie Golowljow (Amsterdam, Van Oorschot, 1972, blz.69). Een oude adellijke dame, Arina Petrowna Golowljowa, zucht aan het einde van de negentiende eeuw onder de onduidelijkheid over de afschaffing van de lijfeigenschap. Zij heeft als telg van de oude familie van grootgrondbezitters haar leven lang autocratisch over haar landgoederen geregeerd en de bezittingen verviervoudigd, maar langzamerhand verliest ze de greep op haar lakeien, haar dorpsoudsten, haar opzichters en haar boekhouders:

 ‘De eerste gezagscrisis, die Arina Petrowna te verduren kreeg, werd niet zozeer veroorzaakt door de afschaffing van de lijfeigenschap als wel door de voorbereidingen daartoe. Eerst de geruchten, die de ronde deden, daarna de vergaderingen van de adel met hun petities, daarna de provinciale comité’s, daarna de redactiecommissies – dit alles putte haar kracht uit en maakte haar onrustig. Arina Petrowna, die een rijke fantasie had, haalde zich alle mogelijke muizenissen in het hoofd. [..] Dergelijke muizenissen mogen dan zeer futiel zijn, ze kunnen desalniettemin deel uit gaan maken van een fantastische werkelijkheid, die een mens geheel kan obsederen en verlammen. Arina Petrowna had op de een of andere manier haar greep op de dingen verloren, en twee jaar lang riep ze van de vroege tot de late avond: ”Werd er maar eens een beslissing genomen over die lijfeigenschap, dan wisten we tenminste waar we aan toe zijn! De zaak wordt steeds maar herzien! Het is vlees noch vis!”’
 
Het is dit soort vertwijfeling die een mens rijp maakt voor om het even welk besluit. Er zijn managers en bestuurders die listig van dit mechanisme gebruikmaken en door nooit een beslissing te nemen alles voor elkaar krijgen. Niet prettig voor de medewerkers.
 
Het grootste gevaar voor de democratie zijn niet de dogmatici, maar de intellectuelen die zichzelf kunstmatig in twijfel gevangen houden. De bedoeling is goed. Een paar akelige opstanden der horden hebben intellectuele voorlieden in de tweede helft van de twintigste eeuw sceptisch gemaakt. Opzettelijke twijfel is tot eindstation van het intellectuele leven verklaard. De bedoeling daarvan is schitterend: nooit meer dogma, nooit meer fundamentalisme, nooit meer Auschwitz, nooit massavernietigingswapens in handen van niet-democratische naties, kortom nooit meer narigheid op grond van fanatisme en/of gedweep met sterke leiders. Deze sceptische vorm van denkhygiëne is hippocratisch: houdt de meute in dubio en zij abstineert van het kwaad. Als je niet wilt dat wilde hordes achter één mening aanzwermen, dan is tweedracht (vrijwel letterlijk hetzelfde als twijfel) bewerkstelligen in de hoofden der mensen een probaat vaccin. Deze redenering is zo verleidelijk dat twijfelen in het intellectuele verkeer is uitgegroeid tot een westerse variant van het taoïsme. Het doel van de publieke twijfelcampagne is niet-kwaad-doen. Langs deze weg (tao) wordt de beestmens uit het verleden ervan afgehouden schade aan te richten in de toekomst. Dit is een houding van eminente afzijdigheid, die echter op dit ogenblik geen rust lijkt te brengen in de burgeroorlog van elkaar uitsluitende dogmatici. Soms wordt groot kwaad met de beste bedoelingen aangericht. Wat te doen als de twijfel alleen gematigde mensen treft? De vredestichters Gandhi en Mandela waren bijvoorbeeld geen twijfelende taoïsten.
Eerlijkheidshalve moet ook toegegeven worden dat deze vorm van taoïsme behalve hoogstaand intellectueel ook bijzonder eenvoudig is. Eerst geef je toe dat je zelf niets weet en daarbij citeer je Socrates of Prediker. Dat is meteen innemend bescheiden en getuigt bovendien van belezenheid.

Heil van de mensheid

Er zijn mensen die al een levenlang hun brood verdienen door in krantenstukjes iedereen die een theorie, een plan, een voorstel, een uitspraak inbrengt in het publieke domein, zonder aanziens des persoons in twijfel te trekken. Alle retorische middelen zijn daarbij geoorloofd, want het doel is niet-weten. Voor het heil van de mensheid wordt aangetoond dat niemand iets weet, ongeacht of het de buurman is, een imam, een wetenschapper of een minister. Grove beledigingen hoef je ook niet te schuwen, want ‘jij bedoelt er niets mee’. ‘Kritisch zijn’ betekent dat alle stof tot twijfelen gerechtvaardigd is om de wereld te behoeden voor een groter kwaad. Deze weg volgen betekent als een getergde Faust naar buiten treden en ondertussen als een vrolijk vrijblijvende Mefisto door het leven dansen, met als motto:

Ich bin der Geist, der stets verneint!
Und das mit Recht; denn alles, was entsteht,
ist wert, dass es zugrunde geht;
Drum besser wär's, dass nichts entstünde.
So ist denn alles, was ihr Sünde,
Zerstörung, kurz, das Böse nennt,
Mein eigentliches Element.


Het doel is en blijft ‘vrede van allen met allen’ en ‘nooit meer narigheid voor niemand’. Daartoe wordt de twijfel (het niet-standpunt) in homeopatische verdunning ingezet tegen het Kwaad, op dezelfde manier als je met koffie slapeloosheid schijnt te kunnen verhelpen. Het lijkt kwakzalverij, maar vanaf de Griekse Oudheid zijn er sceptici en cynici die hun spitsvondigheid inzetten voor het heil van de polis. Ook de Verlichting propageert zeer zeker het niet-nemen van de verkeerde beslissingen. Het voorbarig uitroepen van een gedachte tot een eeuwige waarheid is verwerpelijk, dus laten de sceptische horzels vooral voorkomen dat dogmatici torens tot in de hemel bouwen. Maar het is volgens grote Verlichtingsdenkers ook niet wenselijk om eeuwig nomade te blijven, zonder ooit enig permanent bouwwerk op te trekken. Absolute twijfel is een contradictie. Twijfel staat nooit op zichzelf. Er zijn zekerheden nodig om te kunnen twijfelen, zoals je niet kunt liegen zonder de waarheid te kennen. Als er geen zekerheden meer in het verschiet liggen, dan vervalt de twijfelaar uiteindelijk van besluiteloosheid in onverschilligheid. Desinteresse is geen twijfel meer, maar de dogmatische zekerheid dat er geen zekerheden bestaan.
 
Het is zeer menselijk om op grond van de bewerkelijkheid en broosheid van zekerheden te verlangen naar besluiten die we eens en voor altijd kunnen nemen (dogmatisch fundamentalisme) of het besluit te nemen dat er niets te weten valt (dogmatisch scepticisme). Dat laatste lijkt beschaafder, maar het is net zo goed een kortsluiting in het eeuwige werkoverleg waartoe de mensheid gedoemd is. Dogmatische besluiteloosheid verwerpt ook iedere redelijkheid, ieder idee, iedere theorie, ieder plan, iedere pretentie van deskundigheid op welk gebied dan ook. Daarin schuilt ons onvermogen om een positief beeld van een niet-dogmatische cultuur op te trekken. Daarvoor zijn zekerheden nodig die zelfs de vorm van een ideaal kunnen aannemen. Twijfel is bitter als alsem: het is slechts middel tot doel. Als je ervan begint te houden, je ziel aan Mefisto verkoopt, dan moet het lot van Faust dragen. Goethe heeft het zelf niet zover laten komen. Hij durfde zeker te twijfelen: ‘Eigenlijk weet je alleen iets als je weinig weet. Met het weten groeit de twijfel.’ Maar de oude Johann Wolfgang pleitte niet voor berusting in die twijfel. Verdediging van alles wat waarde heeft vergt ‘een actieve scepsis, die onafgebroken bezig is zichzelf te overwinnen om door geregelde ervaring tot een soort voorwaardelijke zekerheid te komen’.
 
René Gude is filosoof en directeur van de Internationale School voor Wijsbegeerte in Leusden.

Het ziekenhuis
Bert Keizer, verpleeghuisarts: ‘De patiënt zoekt zekerheid bij de geneeskunde. En inderdaad kan een arts over sommige twijfels uitsluitsel krijgen. Buikklachten zijn meestal wel terug te voeren op een ontsteking, een bloeding, een kwaadaardig gezwel, een maagzweer of andere meer exotische mogelijkheden. Ik zeg ‘meestal’, want er blijft een aanzienlijke onbegrepen restcategorie waarin je blijft twijfelen. Bij lage rugpijn lijkt er alleen maar twijfel voorhanden, want totnogtoe heeft niemand dat symptoom eenduidig aan een objectief constateerbare anatomische afwijking kunnen koppelen. Bij de meeste hoofdpijn is het niet anders. En we laten de depressies maar even de depressies.

De meest extreme omgang met twijfel in de gezondheidszorg vind je bij het ambulancepersoneel in Amsterdam Zij hebben de opdracht ontvangen om alles te reanimeren, ongeacht leeftijd of lichaamstemperatuur. Ik meen dat zij alleen van reanimatie afzien als het hoofd zich op meer dan 63 centimeter van de romp bevindt. Men heeft van hogerhand besloten om rond de zeer dubieuze procedure van reanimeren alle twijfel te verbieden. Dat betekent dat mensen die eigenlijk vrij prettig aan het doodgaan waren op een uitermate grove wijze het graf uit geschopt worden om nog een paar dagen, weken, soms zelfs maanden of jaren, als wrak verder te ploeteren.
In het ziekenhuis bestaat een vergelijkbare afkeer van twijfel, en ook daar zal men zeer ver gaan om onzekerheid te bannen. Het is meestal onmogelijk om de prijs die daarvoor betaald moet worden vooraf vast te stellen, ik heb het niet over euro’s. Het gaat daarbij om een zo grondig mogelijke inventarisatie van de gebeurtenissen in een betrekkelijk jong ziek lichaam, een hachelijke setting voor medische interventies. Daarnaast is een oud ziek lichaam niet slechts hachelijk, het is een mijnenveld waar je je vrijwel nooit zonder veel twijfel in kunt begeven.
Dat wil niet zeggen dat je niks moet doen, want één van de vaardigheden van een clinicus is dat je je twijfel in zekere zin bij je weet te houden.’

Bert Keizer is verpleeghuisarts, filosoof en schrijver

De rechtszaal
Ton Derksen, wetenschapsfilosoof: ‘Wij denken dat de rechter op basis van bewijsmateriaal tot een oordeel komt; dat we leven in een redelijke, rechtvaardige maatschappij. Maar dat is niet zo. Iemand als Lucia de B., die zogenaamd moordende verpleegster, had geen schijn van kans. De officier van justitie zei dingen als: “Je bent je leven niet meer zeker in het ziekenhuis.” Niemand twijfelde aan haar schuld. Zelfs de rechter – zes getuigen pleitten in Lucia’s voordeel, en slechts één in haar nadeel. Maar omdat de rechter ‘wist’ dat ze schuldig was, mocht hij die zes verklaringen negeren zonder een motivatie te geven; zo is de wet. Dat filosofische adagium, ‘iemand is onschuldig tot zijn schuld bewezen is’, daar zegt de wet letterlijk niets over.

Ja, dat is schrikken. Veel mensen ook denken dat ze kunnen zien of iemand schuldig is. “Hij beweegt zich verdacht”, zeggen ze dan, of: “hij keek zo benauwd toen de openbaar aanklager sprak.” Die stomme en voorbarige overtuiging vind je net zo goed bij hoogopgeleiden. Ze twijfelen geen moment aan dat oordeel, terwijl er geen enkel bewijs voor is. Als de rechter door te kijken zekerheid meent te verkrijgen over iemands schuld, leven wij in een gevaarlijk systeem.
Of neem Henk Elffers, die statisticus. Als een statisticus aantoont dat de kans op een toevalligheid te verwaarlozen is, dan moet de rechter dat meenemen in zijn oordeel. Elffers stelde dat er een kans van 1 op 342.000.000 was dat Lucia de B. toevallig steeds aanwezig was als een patiënt stierf – zo’n hoog cijfer, je eerste gedachte is: dat kan geen toeval zijn. Maar dan is belangrijk dat de berekening klopt, en die van Elffers klopte van geen kant; die kans was eerder iets als 1 op 44. Maar die gedachte, “het kan geen toeval zijn”, dat is wat mensen onthouden.’ (PB)

Ton Derksen is emeritus hoogleraar Wetenschapsfilosofie

Welkom op filosofie.nl!

Speciaal voor nieuwe bezoekers selecteerden wij negen inspirerende artikelen. Lees waarom onderzoek naar geluk niet deugt, zes soorten vervreemding op de werkvloer, hoe Socrates de opkomst van Trump al voorspelde, en meer...

Lees meer
Ik lees graag later

Als u hier uw e-mailadres achterlaat, dan sturen wij het kennismakingsdossier naar u toe. U kunt het dan op ieder gewenst moment lezen.