Log in




Wachtwoord vergeten
Log in | Word lid | Service

Filosofie.nl

Filosofie Abonnement
FM nr. 3/2011

Susan Neiman wil de wereld veranderen

Met deze knop kunt u, als u lid bent, artikelen toevoegen aan een leeslijst op uw persoonlijke pagina. Klik hier voor uw abonnement op maat.

Leon Heuts
Voormalig hoofdredacteur Filosofie Magazine

Je idealen opgeven? Een volwassen realist worden en kiezen voor het echte leven? De Joods-Amerikaanse filosoof Susan Neiman denkt er heel anders over. Juist hoop speelt een grote rol in een volwassen leven, vertelt ze tegen Leon Heuts, die haar opzocht in Berlijn. ‘Idealen hebben een eigen werkelijkheid, die, als genoeg mensen zich erachter scharen, bergen kan verzetten.’
*** Susan Neiman komt speciaal voor Filosofie Magazine naar Nederland! Ze spreekt 27 oktober op de pitstopsessie Design uw Verandering, tijdens de Dutch Design Week in Eindhoven. ***

Ten westen van de Brandenburger Tor in Berlijn liep dertig jaar lang de Muur; het was niet mogelijk om door de monumentale poort te lopen. Ideologie sneed de stad doormidden; het dagelijkse leven – familie of een vriend bezoeken aan de andere kant van de stad, of zomaar een wandeling maken – was ruw verstoord. Vandaag poseren aan de oostzijde van de poort, aan het begin van Unter den Linden, twee mannen verkleed als Amerikaans respectievelijk Russisch soldaat. Ze proberen wat geld los te krijgen van toeristen. Tussen hen in staat een derde man in vogelpak.

Het is maar goed dat de grote ideologieën zijn verdwenen, luidt later in Postdam – zo’n dertig kilometer ten zuidwesten van Berlijn – de eerste stelling die wordt voorgelegd aan de Joods-Amerikaanse filosoof Susan Neiman. Ideologieën zijn immers de grootste bedreiging voor het echte leven. Het intieme, dagelijkse leven, dat door heersende ideologieën wordt afgeluisterd, geïndoctrineerd, bedreigd – soms nog erger.

Neiman plaatst kanttekeningen bij de stelling. Ze onderkent volmondig het gevaar van ideologieën, maar betwijfelt of ze ten einde zijn: ‘Toont de Bush-doctrine niet aan dat ook na de Koude Oorlog ideologieën die de wereld verdelen in vriend en vijand ons kunnen overvallen? Bovendien: als het einde van ideologieën zou betekenen dat we ook iedere vorm van idealisme moeten temperen, en vooral realistisch moeten blijven, dan haak ik af. “Blijf realistisch” is een vorm van geresigneerdheid: “Verwacht vooral niet te veel van het leven.” Maar dat is geen leven, hooguit overleven. De politieke elite maakt zich in mijn optiek schuldig aan deze verschraling, en populisten spelen daar feilloos op in. Zij bieden een alternatief voor de geestelijke leegte die door het verzaken van de elite is ontstaan. Als we de strijd tegen het populisme willen winnen, dan moeten we weer durven zeggen dat een waarachtig leven het koesteren en najagen van idealen is, de hoop dat het beter kan.’

Neiman is directeur van het Einstein Forum, in Potsdam gevestigd in een fraai pand in Pruisische stijl. Het Forum wil het filosofische debat naar een breder publiek brengen, zoals Potsdam in de achttiende eeuw deed tijdens de Verlichting (De ‘verlichte’ vorst Frederik de Grote liet in de achttiende eeuw Voltaire naar zijn Potsdammer zomerpaleis Sanssouci brengen). Neiman geldt als een van de bekendste politiek-filosofische schrijvers van deze tijd, ook buiten de universiteit. In haar recente, zeer leesbare boeken weerklinkt de missie van het instituut. Vooral in haar laatste boek – Morele helderheid. Goed en kwaad in de 21ste eeuw – laat ze zien hoe actueel Verlichtingsdenkers als Voltaire en Rousseau zijn. Haar stijl (‘Stijl is van het grootste belang, ik laat al mijn teksten door zeker zes mensen becommentariëren voor publicatie’) is elegant, maar bovenal fel. Ze verzet zich tegen cynisme, machtspolitiek, postmoderne scepsis, of relativisme – ofwel tegen: ‘Mensen die, als ze spreken over waarden, of over goed en kwaad, met hun vingers air quotes maken, om alvast te waarschuwen: ik meen dit niet echt, wees gerust…’

De robuuste toon waarop Neiman schrijft en spreekt, voert ze door in de manier waarop ze idealen van vlees en bloed voorziet. Abstracte Verlichtingsidealen als vrijheid en gelijkheid krijgen concrete inhoud, die bovendien tot de verbeelding spreekt. Neiman noemt rede, geluk, eerbied en hoop als waarden. ‘Inderdaad: idealen die toepasbaar zijn in het echte leven – vandaar ook de ondertitel: A Guide for Grown-up Idealists.’


Verdorven

Het is precies deze robuustheid die de vooral de linkse politieke elite niet langer wenst of durft te tonen – volgens Neiman een reden waarom het populisme zo in opkomst is.

‘Populisten hebben mede zo’n grote aanhang omdat ze nog idealistisch dúrven zijn. Ze staan ergens voor, of wekken in ieder geval die indruk. Hun idealisme is verdorven, maar daar gaat het even niet om. Het succes van het populisme toont voor mij nogmaals aan hoe belangrijk idealen zijn. Populisten zeggen doorgaans meer dan: kijk naar de realiteit. Dat ze claimen problemen te benoemen waarvan de elite liever wegkijkt, zoals de multiculturele ellende, is slechts één stap. Wat populisten echt populair maakt, is dat ze claimen: “Dit leven hoeft u niet te pikken, de ellende met andere culturen of de bureaucratische overheid kunnen we oplossen.” Wat mensen aantrekt is de hoop op een beter leven. Ik denk dat de politieke en culturele elite dat niet onder ogen willen zien, omdat het hen herinnert aan wat ze zelf niet langer doen: betrokken zijn. Ze zeggen daarom liever dat populisten louter opportunisten zijn, of dat het electoraat zo’n partij ook weer snel de rug toekeert. Natuurlijk is het populisme uiteindelijk een lege huls; de betrokkenheid en gemaakte beloften blijken doorgaans vals – vaak geven ze “anderen” de schuld van problemen, en lossen ze niets op. Maar dat doet niets af aan de behoefte die ze steeds weer weten aan te spreken: het verlangen naar een politiek die verdergaat dan begrotingsplaatjes, en een betere wereld belooft. Dat moeten we serieus nemen.’

‘Ik durf het niet van Wilders te zeggen, want ik volg hem onvoldoende, maar populisten tonen zich vaak onverzettelijk. Daar weet de establishment geen raad mee, en dat kan ik goed begrijpen. Als je aan de ene kant een politicus hebt, die in niets meer gelooft, behalve in machtspolitiek en de poll van de dag, en aan de andere kant iemand die ergens voor durft te staan, ook al is het niet het juiste… dan snap ik heel goed dat mensen, vooral ook jongeren, gaan voor authenticiteit. Ik durf de vergelijking te trekken met een idealistische jongeman in het Midden-Oosten die naar het seculiere Westen kijkt en ziet dat Lady Gaga het ideaalbeeld is, en denkt: en dit noemen ze een leven? Die jongen wil dat zijn leven inhoud heeft. Ik kan dan begrijpen dat hij bevattelijk is voor radicale figuren, net zoals jongeren in het Westen dat zijn.’

‘Je ziet ook dat hedendaagse populisten niet meer blijven steken in de retoriek van “eigen volk eerst”. Nee, even soepel beroepen ze zich op Verlichtingsidealen – gelijkheid van man en vrouw bijvoorbeeld. Het is een gotspe, want dat gelijkheidsideaal wordt juist door hen ingezet om stigmatisering en uitsluiting te vergoelijken, zoals van hoofddoekdragende moslims. Maar dat het ideaal op een cynische manier wordt gebruikt doet niets af aan de aantrekkingskracht van het ideaal. Wat we dus moeten doen, is die idealen terugwinnen op de populisten en laten zien hoe ze bijdragen aan een beter leven voor iedereen. We moeten ophouden met zeggen dat idealen een soort van adolescente fantasieën zijn, en dat opgroeien betekent dat we die fantasieën loslaten en gewoon leuke speeltjes kopen. Daar begint precies die geestelijke leegheid waar populisten op inspelen.’
 

Dichterlijke passie

Neiman geeft handen en voeten aan die idealen door vier waarden te noemen: rede, geluk, eerbied en hoop. Die zijn minder vrijblijvend dan de zo vaak genoemde tolerantie, maar tegelijkertijd dichter bij het leven dan abstracties als gelijkheid of vrijheid. Neiman: ‘Het grootste misverstand over Verlichting is dat die passieloos is; dat het daarin louter zou gaan om het verstand. Dan krijg je dus het vooroordeel dat de Verlichting zich afkeert van het echte leven. Maar Verlichtingsdenkers plaatsen de koude rede niet tegenover het gevoel, maar tegenover vanzelfsprekende autoriteit of bijgeloof – en dat is echt iets anders. De rede is zo’n belangrijke waarde omdat “je doet het omdat ik het zeg, of omdat de traditie het wil” geen geldig argument is. Maar daarmee is de rede niet zaligmakend. Verlichtingsdenkers als Voltaire en Diderot zagen heel goed in dat die beperkt is; alleen al de dichterlijke passie waarmee ze strijd voerden tegen knechtende autoriteiten laat zien dat rede zonder gevoel nog niet zoveel voorstelt.’

Maar hoe zit het dan met de andere idealen? Eerbied, bijvoorbeeld? Neiman: ‘Een leven zonder eerbied is een karig leven. Eerbied is overigens niet per se gebonden aan een specifieke religie – hoewel opvalt dat achttiende-eeuwse filosofen veel respect hadden voor godsdienst. Maar eerbied hangt nauw samen met dankbaarheid en geluk. Dankbaarheid voor de wereld zoals we die vonden – of als je gelovig bent: zoals die aan ons is gegeven – en die ons ertoe aanzet iets terug te geven. En geluk, omdat we beseffen dat iets doen voor de wereld of samenleving leidt tot een veel diepere vervulling dan louter carrière en materie.’
‘Ik denk dat populisten zonder meer gevoel hebben voor het belang van waarden als eerbied. Het voorstel van Wilders om in iedere klaslokaal een Nederlandse vlag op te hangen is idioot – maar het verlangen ergens bij te horen en respect te kunnen tonen voor een symbool, of voor tradities en gewoonten, kunnen we niet ontkennen. Ik ben niet afkerig van patriottisme of vaderlandsliefde; we hebben een plaats nodig om te wonen, om trots op te zijn. Maar patriottisme is niet hetzelfde als het “eigen” volk verheerlijken. Trots patriottisme is juist noodzakelijk verbonden met openheid voor andere culturen en religies. Hoe kun je trots zijn als je volledig naar binnen gericht bent?’
 

Bob Dylan

‘In de Verenigde Staten bestaat een traditie van links patriottisme: Bob Dylan is een voorbeeld – hij verbindt in zijn teksten de schoonheid van het Amerikaanse leven en landschap met een aanklacht tegen sociaal onrecht of hoop op betere tijden, die iedereen – ongeacht afkomst – herkent. Ik kan me dat ook in Nederland voorstellen. Trots op een handelsnatie, die heeft geleerd dat welvaart samengaat met openheid en het vrije denken. Of trots op de Hollandse Meesters, die tegen de tijdgeest in het gewone of echte leven afbeeldden, maar dan op een sublieme wijze. Neem Het melkmeisje van Vermeer – een dagelijks tafereeltje, maar de onwerkelijke kleur blauw, gemaakt van het kostbare lapis lazuli, geeft aan dat alledaagse een overstijgende, transcendente kwaliteit. Ik zie daar een democratische gezindheid in: het alledaagse, het burgerlijke, is kostbaar – het vormt zelfs het fundament van een politieke ordening.’

En hoop? ‘Die is misschien wel de belangrijkste waarde. Ik gebruik liever hoop dan vooruitgang; hoop is gericht op iets wat er nog niet is, maar mogelijk kan komen. Bij vooruitgang is de afloop al zeker. Het onderscheid is belangrijk, want bij een volwassen omgang met idealen past het besef dat hoe jij wilt dat de wereld moet zijn nooit helemaal samenvalt met hoe de wereld in werkelijkheid is. In het verleden is vaak de fout gemaakt om idealen ten uitvoer te brengen, ongeacht de werkelijkheid. Dat leidde tot rampspoed.’

Neiman schrijft in Morele helderheid: ‘We verlangen een wereldbeschouwing die niet terugdeinst in de confrontatie met de werkelijkheid, die niet wegkijkt van wat we niet wensen te zien. Dit is niet alleen een kwestie van pragmatiek, maar ook van trots: volwassen mannen en vrouwen zien de wereld onder ogen. Tegelijkertijd willen we een levensbeschouwing waarin wij niet slechts gevormd worden door de werkelijkheid, maar die ook ten dele zelf vormgeven.’

Neiman: ‘Dat idealen en werkelijkheid nooit helemaal bij elkaar komen, wil niet zeggen dat idealen fictie zijn. Ze blijven juist levend omdat ze wat op het eerste gezicht onmogelijk lijkt combineren met het volwassen besef wat mogelijk al kan worden gedaan. We zagen in Egypte hoe hoop op een beter leven mensen de moed geeft om de straat op te gaan. Dat is voor mij een voorbeeld van echt leven. Het echte leven is niet: wees realistisch. Maar het besef dat idealen een eigen werkelijkheid hebben, die, als genoeg mensen zich erachter scharen, bergen kan verzetten.’

Morele helderheid. Goed en kwaad in de 21e eeuw
Susan Neiman
Ambo/Anthos, € 17,50

Welkom op filosofie.nl!

Speciaal voor nieuwe bezoekers selecteerden wij negen inspirerende artikelen. Lees waarom onderzoek naar geluk niet deugt, zes soorten vervreemding op de werkvloer, hoe Socrates de opkomst van Trump al voorspelde, en meer...

Lees meer
Ik lees graag later

Als u hier uw e-mailadres achterlaat, dan sturen wij het kennismakingsdossier naar u toe. U kunt het dan op ieder gewenst moment lezen.