Home Reizen Meet the locals!
Reizen

Meet the locals!

Door Ruud Welten op 04 juni 2013

Cover van 06-2013
06-2013 Filosofie magazine Lees het magazine

Een ontmoeting met de plaatselijke bevolking is de nieuwste trend in de toeristenindustrie. Daaraan ontleent de toerist hoop, zegt Ruud Welten. Zo weet hij dat authenticiteit bestaat.

Dit artikel is exclusief voor abonnees

Dit artikel op Filosofie.nl is alleen toegankelijk voor abonnees. Met liefde en zorg werken wij iedere dag weer aan de beste verhalen over filosofie. Steun ons door lid te worden voor maar €4,99 per maand. Log in om als abonnee direct verder te kunnen lezen of sluit een abonnement af.

Toen ik twintig was, had ik slechts één grote wens: als avonturier de wereld in trekken. Met rugzak trok ik eenzaam door onder andere Alaska, IJsland en Mexico, en ik beschouwde mezelf als een reiziger. Ik wilde mensen ontmoeten, ongerepte natuur ontdekken en werelden bereizen die nog niet door consumentisme en commercie waren aangetast. En nu, dertig jaar later, vraag ik me in de voetsporen van Montaigne af waar deze reisdrift vandaan komt. Reisde ik ergens naartoe (zoals ik toen meende) of ergens vandaan? Slaagde ik er daadwerkelijk in om door te reizen mijzelf en de wereld te leren kennen, zoals Goethe wilde toen hij naar Italië trok, of betrof het, zoals Seneca zegt over reizen, een vlucht uit mijzelf? Die vraag houdt me bezig, nog elke keer wanneer ik, zoals zovelen, in mijn voorbereidingen op een geslaagde zomervakantie word geconfronteerd met de kopzorg van de moderne consument: waarheen dit jaar? En nog steeds betrap ik mezelf op de hardnekkige veronderstelling dat het elders beter, mooier, en vooral authentieker is dan thuis. Waarom zou ik ‘eropuit’ willen wanneer ik werkelijk tevreden zou zijn? Vanwaar deze wereldvergaping? Het ware leven is elders: het is niet alleen de door Nietzsche beschreven drijfveer achter religie, maar, tegenwoordig, vooral achter het toerisme.
 
Het toerisme van vandaag wordt gekenmerkt door een tragische paradox: we willen de consumentenmaatschappij ontvluchten — waarvan we menen dat die ons weliswaar veel heeft gebracht, maar tegelijkertijd van onszelf heeft vervreemd — door af te reizen naar de plekjes die nog authentiek zijn. Onder ‘authentiek’ verstaan we dan: nog ‘onaangetast’ door commercie en consumentisme. En hoe meer we verlangen naar authenticiteit, des te meer bijt het consumentisme zich op onze wensen vast. Toerisme vandaag, zoals ik het zie, is precies deze commodificatie of ‘vermarketing’ van het verlangen naar authenticiteit. Niet alleen gooien we de last van het dagelijkse leven van ons af om daarmee ‘onszelf’ te zijn, de omgeving die we als toeristische reizigers bezoeken, moet de stabiliteit van een onveranderlijke authenticiteit geven. Alsof het een herinnering is aan eenvoudiger, eerlijker en vooral mooiere tijden. En dit is precies wat toerisme biedt: het zet de authenticiteit in scène.

En dat is paradoxaal, haast tragisch. Want een authenticiteit die in scène wordt gezet, lijkt daarmee weinig authentiek te zijn. Onder authenticiteit wordt immers meestal juist verstaan dat iets (iemand, een product of streek) ‘onbevlekt’ is, ‘zichzelf’, ‘zoals het oorspronkelijk is’. Maar deze oorspronkelijkheid moet wel als zodanig herkend worden en dus herkenbaar worden gemaakt. Het overgrote deel van toeristische plaatsen wordt gekenmerkt door wat Dean MacCannell al in 1976 als ‘staged authenticity’ beschreef. Maar de toerist van nu weet heel goed dat het voor hem in scène is gezet. En dat doet hem weer verlangen naar een authenticiteit die niet in scène is gezet; hij trekt het platteland in, schudt buiten de paden om andere toeristen van zich af en wil terechtkomen in een ware, authentieke (ditmaal echt) wereld. Toeristen willen naar plaatsen waar ‘geen toeristen’ (lees: hordes gewetenloze barbaren) komen. In een brochure over het Spaanse Salou:
 
Er is in Salou gegarandeerd genoeg te beleven, en ook al ga je naar Salou om te feesten, overweeg toch eens om een dagje Salou uit te gaan. Huur een auto en cruise door de prachtige omgeving van de badplaats en kom zo op plekjes waar de meeste toeristen niet komen. Ontdek de regio rondom Salou op je eigen manier. Ga bijvoorbeeld een dagje naar de wereldstad Barcelona, of rijd verder landinwaarts om in contact te komen met de echte Spaanse cultuur. Ga eens lekker uit eten in een klein stadje waar geen toeristen komen en laat je overweldigen door de overheerlijke Spaanse keuken.
 
Merk op hoe de tekst de toerist verleidt door hem plekjes te beloven waar geen toeristen komen. De negatie van het toerist-zijn hoort bij het toerisme. Als de toerist op deze plekjes geweest is, betekent dat voor hem het summum van een geslaagde vakantie.

Gastvrij
De commodificatie is geen resultaat van de toeristenindustrie, maar van de toeristische blik zelf. In de blik van de toerist wordt de wereld gevangen in fixaties. Onbeweeglijk, als een droombeeld van hoe het leven kan zijn — een herinnering aan iets dat nooit was. Een versteende utopie, waarin mensen altijd glimlachen en gastvrij zijn. De wereld wordt in de toeristische blik gereduceerd tot een supermarkt van mooie plekjes, waarin alles kant-en-klaar ligt uitgestald om na een bezoek afgevinkt te worden. De wereld is te koop in mijn lievelingskleuren; hij wordt geserveerd op de temperatuur zoals ik hem wil. En de plaatselijke bewoners zullen zich gedragen naar het beeld dat ik me van hen gemaakt heb. Egypte verschijnt in de toeristische blik niet als het land van politieke onstabiliteit, maar van piramides en kamelen. En door mijzelf te laten fotograferen voor de piramide, op de kameel, maak ik deel uit van deze imaginaire wereld, die zich sterk onderscheidt van het leven van alledag. De fixatie betreft dus ook mijzelf. Niet voor niets zijn fotografie en toerisme onlosmakelijk met elkaar verbonden. Voor de toerist is Praag bijvoorbeeld een plaatje uit een boek. Op de website van een reisaanbieder lees ik:

Praag: Van de vele musea en bezienswaardigheden zullen wij o.a. het Strahovsky-klooster bezoeken, langs de Loretta wandelen, de St. Veit-kathedraal bekijken, door het Gouden Straatje lopen, de Nicolaas-kerk vanbinnen bekijken, over de Karelsbrug slenteren en met de bus het voormalig concentratiekamp Theresia-Stad bezoeken. Bovendien zijn er gezellige, kleine, authentieke straatjes waar je uren kunt wandelen en je je in de achttiende eeuw waant. Na de twee sightseeings die we maken, kun je voor weinig geld in een Bierstube een origineel Praags biertje drinken en een zigeunerhapje eten, bijvoorbeeld in een zeer bekende Bierstube.
 
Praag moet vooral authentiek, onbevlekt zijn, zoals Praag hoort te zijn, zoals het pronkt in de vakantiefolder: als een herinnering aan de gelukzaligheid van het ongecompliceerde leven. Praag is geen plaats van leven in ontwikkeling, maar van gefixeerde beelden op ansichtkaarten.

Klederdracht

De toerist is doorgaans niet geïnteresseerd in de individuele besognes van de inwoners van zijn gastland, noch in zaken die niet specifiek zijn of onderhevig aan snelle veranderingen. Hij is geïnteresseerd in de onveranderlijke ideaaltypes: ‘de typisch Franse wijnboer’ of de ‘typische Volendammer in klederdracht’. Hij is de consument, voor wie de betaling een magische bezwering teweegbrengt, waardoor hij plotsklaps, zonder veeleisende investeringen in zorgvuldig opgebouwde relaties, de ander ‘werkelijk’ zal ontmoeten. De staged authenticity beperkt zich vandaag niet meer tot plaatsen van cultureel erfgoed of pretparken; ze heeft zich genesteld in de ander, die inmiddels zo verwikkeld is in het wereldspel dat toerisme heet dat we nauwelijks nog criteria hebben om het ‘echte’ van het niet-echte te onderscheiden. Toeristen van nu willen niet alleen naar de ander kijken, ze willen hem ‘echt’ ontmoeten, om zo de staged authenticity te overwinnen. Gastvrijheid is niet langer een sociale of ethische verworvenheid, maar wordt eenvoudigweg gekocht met de boeking van een all-inclusive reis. Meet the locals! is de trend van de laatste jaren in de toerisme-industrie, waarbij de toerist van de locals verwacht dat ze zich ook als zodanig kleden en gedragen. Niet voor niets was dit het thema van een recente vakantiebeurs:
 
Het thema van de beurs is ‘Meet the Locals’ en er is een speciale route gemaakt, zodat bezoekers de lokale sfeer kunnen proeven. Hierbij komen bezoekers bijvoorbeeld Heidi uit Zwitserland en monniken uit Thailand tegen. Er zijn inwoners uit tientallen verschillende landen aanwezig op de beurs.
 
En ziedaar de existentiële betekenis van het toeristenbestaan: aan het zien van ‘authentieke’ mensen ontleent de toerist hoop — nu weet hij dat er zoiets als authenticiteit bestaat, al komt die hem niet toe. Het ware leven is elders, bij de anderen. Met een haast benauwende afgunst vergaapt de toerist zich aan het authentieke leven van de ‘eenvoudige mensen’ op het Portugese platteland, bij de Normandische cider- en kaasboeren of in het museum waar hij leert hoe de indianen in de streek ‘werkelijk’ leefden voordat hij naar ze kwam kijken. De anderen zijn authentiek, hij niet. De toerist duldt niet dat misschien ook zij twijfelen over hun identiteit.
Meet the locals: van Afrikanen verwacht de toerist dat ze zijn uitgedost in rieten rokjes en regendansen voor hem opvoeren. Elke ervaring in Afrika moet volledig Afrikaans zijn:
 
De reis duurt ongeveer twee uur. Bij aankomst kunt u na de lunch uw bungalow in. Aan het einde van de dag vindt de eerste game drive plaats, waarna u rond het kampvuur kunt dineren. Uw diner wordt opgeluisterd door Afrikaanse dansers, terwijl u op de achtergrond de nijlpaarden hoort.
 
Zelfs over de achtergrondgeluiden is nagedacht. In Tibet wil de toerist monniken op blote voeten zien en op Bali legt hij ‘authentieke’ Balinese dansen vast met zijn smartphone.

Deze obsessie voor authenticiteit vermenigvuldigt zichzelf eindeloos en neemt steeds extremere vormen aan. Een authentiek Frans of Portugees steegje voldoet niet meer; de toerist wil nu naar sloppenwijken of oorlogsgebieden, waar het leven nog authentiek is, ‘onaangetast door het toerisme’. Toeristen moeten het steeds verder zoeken om het laatste plekje authenticiteit te vinden, en als een schaduw worden ze achtervolgd door commercie. Oorlogs- en sloppenwijkentoerisme zijn daarom niet te begrijpen als uitzonderingen op gewonere vormen van toerisme, maar als de uiterste consequenties ervan: authenticiteitsdrift.
 
Maar dat betekent niet dat authenticiteit niet bestaat. Integendeel, zonder het verlangen naar authenticiteit zou toerisme niet bestaan. De wereld verleidt ons haar te bereizen, en het ware leven speelt zich steeds af achter de horizon. Maar ik denk dat we authenticiteit niet moeten zoeken in dingen, landen en zelfs niet in de locals, maar in de manier waarop we onszelf ontdekken en verliezen in het reizen. En dat is iets waar reizende denkers zoals Montaigne, Goethe of Sartre mij bij inspireren.

Komende zomer ga ik met mijn dochter naar Florence. Ik heb niet de illusie dat ik daar als reiziger kan rondwandelen, terwijl alle anderen toeristen zijn. Maar ik zal eens proberen wat minder een beroep te doen op de diensten die de toeristenindustrie ons aanbiedt. Ik volg het advies van de Franse schrijver Stendhal – de eerste reizende schrijver die zichzelf ‘toerist’ noemde – om geen gebruik te maken van cicerones (reisgidsen) en te verdwalen in de stad. En ik weet dat ik, net als Montaigne in Italië, zal verlangen naar huis wanneer het te druk en te warm is, en wanneer ik thuis ben, zal verlangen naar het ware leven in Florence. Dat is de tragedie van de moderne toerist. Maar ach, het is een tragedie waarin we graag verwijlen.