Log in

Wachtwoord vergeten?

Word lid Log in Contact

Filosofie.nl

Wijsgerig Perspectief nr. 4/2021

In bed blijven

Thijs Kleinpaste

In de Russische roman Oblomov van Ivan Gontsjarov komt het hoofdpersonage nauwelijks zijn bed uit. Thijs Kleinpaste onderzoekt waarom een man die zo weinig beleeft ons nog steeds zo fascineert.

Een van de bekendste weetjes over Oblomov, de hoofdpersoon van Ivan Gontsjarovs gelijknamige roman, is dat hij de eerste honderdvijftig pagina’s niet uit bed komt. Oblomov is daarmee sinds de publicatie van de roman in 1859 het literaire symbool bij uitstek van slaap, luiheid en lethargie. De vraag is waarom een man die welbeschouwd niets beleeft zo tot de verbeelding blijft spreken. Wat is het precies aan de antiheld met de slaapmuts dat lezers tot op de dag van vandaag fascineert?

Oblomov is het verhaal van een man die dermate gekweld wordt door de gedachte te moeten leven dat hij nergens meer toe komt. De kleinste zaken kwellen hem. Het bescheiden aantal bezoekers dat hem komt opzoeken in zijn krappe Sint-Petersburgse vertrekken is hem nog te veel omdat ze allemaal iets van hem vragen. Het beheer van zijn landgoed (Oblomov is, zoals zo veel personages uit de Russische literatuur van het midden van de negentiende eeuw, een grootgrondbezitter) drijft hem ronduit tot wanhoop.

Oblomov is een roman zonder echt plot. Vanaf het moment dat lezers hem treffen (zijn ongehuwde status verraadt dat hij niet ouder is dan eind twintig) tot het moment waarop zij aan het einde van de roman worden geïnformeerd over zijn dood, gebeurt er bijna niets – maar dat is misschien het punt. Oblomovs wereld is klein en wordt, ondanks een verliefdheid die hem tijdelijk dwingt om zijn stoffige en bedompte kamer te verlaten, steeds kleiner. Wellicht tegen de hoop van de lezer in lukt het Oblomov niet om aan zijn lamlendigheid te ontsnappen.

Oblomovisme

Hoewel het voor de hand ligt om Oblomov luiheid aan te wrijven, is het duidelijk dat er meer aan de hand is. Zijn lethargie, want dat is het meer, is iets pathologisch. De kwaal wordt door Oblomov zelf gediagnosticeerd wanneer Olga – de jonge vrouw die verliefd op hem is – hem vraagt hoe het toch mogelijk is dat hij, die toch een goed en intelligent en zachtaardig karakter bezit, zichzelf zo reddeloos te gronde kan richten. ‘Er is geen naam voor dat kwaad’, huilt Olga. Maar Oblomov weet wat het is: het is oblomovisme.

Verder lezen?

In een tijd waarin autoriteit, waarheid en het publieke debat onder druk staan kan filosofie met heldere analyses richting geven. Met liefde en zorg werken wij iedere dag weer aan de beste verhalen over filosofie. Steun ons door lid te worden voor maar € 4,99 per maand. U krijgt daarmee toegang tot alle artikelen uit Filosofie Magazine en Wijsgerig Perspectief plus exclusieve achtergrondartikelen, interviews en portretten. Of bestel de losse editie na.

InloggenLid Worden