Home ‘I will survive’

‘I will survive’

Door Jan Bransen op 29 oktober 2014

Cover van 03-2009
03-2009 Wijsgerig Perspectief Lees het magazine

‘Kijk. Mijn kasteel heeft het overleefd!’ roept mijn zoon enthousiast. We zijn hier gister en ook aan het strand geweest en er is inderdaad nog iets te herkennen van het bouwwerk dat hij hier toen gemaakt heeft. Het hoge water heeft nog niet alle sporen uitgeveegd, maar om nu te zeggen dat de vage contouren in het zand de uitroep rechtvaardigen dat ‘het kasteel’ het ‘overleefd’ heeft… Dat rekt óf het begrip kasteel óf het begrip overleven toch een heel eind verder op dan we normaal gesproken acceptabel zullen vinden. Maar op vakantie zijn we niet zo streng en al zeker niet over de woorden van een kind. Ik begrijp heel goed wat hij bedoelt en ik zie het zelf ook. Inderdaad, hier waren we gisteren en het kas teel van mijn zoon heeft de nacht overleefd.

Dit voorbeeld introduceert de vier basisbegrippen die ik in deze bijdrage aan het werk wil zetten:

  1. Identiteit – het zandkasteel moet zijn identiteit behouden om te overleven;
  2. Tijdsverloop – gedurende de nacht bedreigt de vloed het voortbestaan van het zandkasteel;
  3. Perspectief – mijn zoon en ik zien dat het kasteel het hoge water overleefd heeft;
  4. Significantie – dat het zandkasteel overleeft, is voor mijn zoon en mij van betekenis en waardevol.

Ik ga in deze bijdrage betogen dat het bestaan van personen voor de evolutie zoals wij die in het voetspoor van Darwin hebben leren kennen van grote betekenis is. De evolutie is een natuurlijk, biologisch proces, maar voor personen tegelijkertijd een normatief proces.
 
Dat komt doordat personen reflexieve wezens zijn: ze hebben een perspectief op zichzelf. Ik zal deze stelling uitleggen en onderbouwen aan de hand van Gloria Gaynors beroemde song ‘I will survive’. Maar eerst tref ik wat voorbereidingen aan de hand van het zandkasteel van mijn zoon.

Dit artikel is exclusief voor abonnees

Dit artikel op Filosofie.nl is alleen toegankelijk voor abonnees. Met liefde en zorg werken wij iedere dag weer aan de beste verhalen over filosofie. Steun ons door lid te worden voor maar €4,99 per maand. Log in om als abonnee direct verder te kunnen lezen of sluit een abonnement af.

Basisbegrippen

Identiteit
Als je over dingen praat die zo vergankelijk zijn als een zandkasteel dan kun je bijna niets met het formele, logische begrip identiteit. Volgens dit begrip zijn twee zaken identiek dan en slechts dan als ze al hun eigenschappen gemeen hebben. Dat zou betekenen dat een entiteit alleen kan overleven als ze al haar eigenschappen behoudt en dat is niet alleen voor een zandkasteel te veel gevraagd, maar natuurlijk ook voor de gehele levende natuur. Organismen groeien, verouderen, vernieuwen; alles wat leeft verandert de hele tijd van vorm, grootte, gewicht, structuur, samenstelling, complexiteit, enzovoort. We hebben in deze context daarom een ander begrip van identiteit nodig en twee gebruikelijke opties zijn dan om te gaan spreken over kenmerkende of over essentiële eigenschappen. Een entiteit overleeft als ze bepaalde eigenschappen behoudt: de eigenschappen die haar identiteit dragen.
 
Voor een zandkasteel zijn dat slechts willekeurige, toevallige eigenschappen – de eigenschappen waaraan een kind het herkent, bijvoorbeeld. De identiteit van een zandkasteel is geen diep maar slechts een oppervlakkig gegeven, gebonden aan het perspectief van de waarnemer. Er is bij dit soort dingen sprake van iets kenmerkends waardoor zo’n entiteit als één en hetzelfde ding herkend wordt. Die ene klaproos tussen de madeliefjes. De sleutel met dat blauwe randje. Dat overhemd waar die knoop vanaf is. Die zwarte hond met die witte vlek rondom zijn linkeroog. Die vrouw met die mooie glimlach, je weet wel…
 
We zijn erg geneigd diepe identiteiten te denken achter de oppervlakkige. Je herkent die hond bijvoorbeeld inderdaad aan die witte vlek, maar natuurlijk zou hij een cosmetische ingreep overleven waarbij die vlek verwijderd wordt. Zijn identiteit wordt niet echt door die vlek gedragen, maar door andere eigenschappen – en dan denken we algauw aan essentiële eigenschappen. Welke dat dan precies zijn, is een onmogelijke vraag. Het is dat de dokters het niet mogen, maar chirurgisch moet het natuurlijk mogelijk zijn om twee of vier of tien honden als auto’s uit elkaar te halen en op willekeurige wijze door middel van talloos veel transplantaties weer terug in elkaar te zetten. Gaat die ene hond dan verder als één dier dat toevallig verspreid is over tien andere? Hebben de honden de operaties overleefd? Zijn er tien honden verdwenen en tien nieuwe daarvoor in de plaats gekomen? Veel filosofen denken dat er alleen een gradueel verschil is tussen een kenmerkende en een essentiële eigenschap. Beide soorten eigenschappen zijn relationeel: beide impliceren een relatie met een subject dat een object aan de hand van die eigenschap als één ding beschouwt. Een essentiële eigenschap wordt alleen als dieper ervaren omdat ze grondiger onderbouwd is – met behulp van theorieën bijvoorbeeld, of op basis van jarenlange, intensieve ervaring.

Tijdsverloop
Overleven speelt zich in de tijd af. Daarbij gaat het om een tijdsschaal en om gebeurtenissen die dramatisch genoeg zijn om de identiteit van een entiteit in principe te bedreigen. Een leeg bierblikje kan jaren in de bosjes liggen, een dood vogeltje misschien een dag of tien en als het regent houdt een suikerklontje het nog geen tien minuten vol. Behalve de duur van de periode maakt ook het karakter van de gebeurtenissen die plaatsvinden veel uit. Een Lelijke Eend die voor je huis staat, heeft geen last van vogels die tussen de banden door hippen, maar wel van winters vol regen en sneeuw en natuurlijk helemaal van een boom die erbovenop valt.

Perspectief
Overleven is een woord van ons, niet van de natuur. Wij benoemen bepaalde verschijnselen als overleven, omdat dat vanuit ons perspectief zo is. Een steen op de bodem van een beek is niet bezig met overleven. Een zandkasteel op het strand ook niet. Mijn zoon kan enthousiast uitroepen dat zijn kasteel het overleefd heeft, maar die hoop zand heeft niets gedaan. En ook gletsjers, amoebes, berken, wormen, mollen, dolfijnen, enzovoort houden zich niet met overleven bezig. Ze blijven wel bestaan, voor kortere of langere tijd, ze overleven wel, maar ook al is het een werkwoord, het is niet iets wat ze doen. Ze zijn er niet rechtstreeks mee bezig. Een worm doet zijn best niet om te overleven.
 
Er is natuurlijk wel iets met levende wezens dat maakt dat we graag van ‘overleven’ spreken. Organismen zijn zelf-organiserende systemen en zodra er sprake is van zelforganisatie, dan lijkt er toch eigenlijk ook sprake te zijn van enige zorg voor de eigen identiteit. Maar schijn kan bedriegen. Een worm of een stekje bijvoorbeeld, dat doormidden gekliefd wordt, bestaat daarna uit twee onafhankelijke delen die elk op eigen kracht verder gaan zonder dat een van beide zich nog ooit lijkt te bekommeren om een hereniging. Zelf-organiserende systemen hoeven zich de grenzen van hun systeem niet te realiseren en hoeven zich dus ook niet druk te maken om het behoud van hun identiteit. Die identiteit blijft doorgaans gewoon behouden, als een empirisch resultaat van een blind en doelloos proces.
 
Dat die behouden identiteit ons opvalt en dat wij over overleven praten, zegt wellicht meer over onze fascinatie dan over de natuur. Wij hebben behoefte aan een stabiele omgeving, aan vaste ijkpunten, aan aanknopingspunten die de tand des tijds doorstaan, zodat wij ons kunnen blijven oriënteren in een omgeving die overrompelend kan zijn en daardoor een te groot beroep kan doen op onze cognitieve vermogens. Dingen hebben voor ons een identiteit. Als ik zou willen overdrijven, zou ik het zo kunnen zeggen: dat het in de natuur om the survival of the fittest zou gaan, is een antropomorfisme (= het toeschrijven van een menselijke vorm aan een niet-menselijke entiteit).

Significantie
Overleven valt ons op, omdat het voor ons waardevol is. Dat zoiets ontastbaars als de behouden identiteit van een object voor ons van belang kan zijn, valt misschien nog wel het best op als we het hebben over de zogenaamde emotionele waarde van erfstukken. Een ring kan al zijn materiële eigenschappen gemeen hebben met een andere ring (en wat dat betreft dus in logische zin zo goed als identiek zijn), maar het feit dat je oma de ene ring gedragen heeft en niet de andere maakt die ene ring zo veel belangrijker. In ons leven draait het om significanties, betekenissen, dingen die ertoe doen. Dat kunnen grote zaken zijn, idealen waar ons hele leven om draait, maar het kunnen ook heel lokale en toevallige zaken zijn, gebonden aan een tijdelijke zorg. Als ik op een erg druk station moet rennen om mijn trein te halen, zie ik geen enkel mens lopen. Ik zie alleen de lege ruimte tussen bewegende objecten en ik kan een onweerstaanbare vlam van weleer straal voorbijlopen.
 

Geen voorspelling. Maar een missie

Ik zing enthousiast mee, achter het stuur, als Gloria Gaynor op de radio haar grote hit ten gehore brengt:
You think I’d crumble
You think I’d lay down and die
Oh no, not I
I will survive

Het dringt langzaam tot me door dat ik de tekst voel verschuiven. Het begint als een voorspelling, maar het eindigt als een waarschuwing, een belofte, een missie. En zo zit het precies met ons, personen. Wij zijn reflexieve wezens die zich om hun eigen identiteit bekommeren.
 
Als een organisme een bepaalde periode of een bepaalde gebeurtenis overleeft, dan is er doorgaans sprake van een natuurlijk, biologisch feit. Je kunt verwachtingen hebben ten aanzien van zulke feiten en er voorspellingen over doen. Ik verwacht bijvoorbeeld niet dat het zandkasteel van mijn zoon er over een maand nog staat. Ik ben zelfs al verbaasd dat het er na de vloed nog stond. Dat had ik nooit durven voorspellen. En zo doet Al Gore in zijn film An Inconvenient Truth voorspellingen over de opwarming van de aarde en over de vele diersoorten die deze klimaatverandering niet zullen overleven. Afgezien van zijn verhaal over onze rol in deze ontwikkelingen zijn Gore’s voorspellingen in overeenstemming met wat we inmiddels hebben kunnen leren van de evolutietheorie. Soorten komen en gaan en individuen komen en gaan, en al die veranderingen zijn te beschrijven met behulp van een puur biologische wetmatigheid: the survival of the fittest.
 
Deze wet maakt het mogelijk voorspellingen te doen. IJsberen bijvoorbeeld zullen wellicht de eerste diersoort zijn die de opwarming van de aarde niet zullen overleven, omdat zij het minst geschikt zijn om daaraan in hun natuurlijke leefomgeving (de noordelijke poolcirkel) het hoofd te bieden. De wet maakt het achteraf ook mogelijk verschijnselen te verklaren. Dat de eerder bijna uit Nederland verdwenen blauwe reiger nu zelfs weer voor overlast zorgt in de binnenstad van Amsterdam kunnen we verklaren met het feit dat blauwe reigers op een bepaalde manier toch de meest geschikte vogels waren om zich aan te passen aan de nieuwe omstandigheden.
 
Gloria Gaynors survival is echter een ander verhaal. Zij waarschuwt haar ex dat ze haar ontreddering echt wel zal overleven. En hoewel zulke waarschuwingen op voorspellingen lijken en op onderliggende wetmatigheden gebaseerd zouden kunnen zijn, zijn ze beslist onderdeel van een heel ander taalspel. Net als Al Gore doet Gloria Gaynor niet alleen een voorspelling… Nee, net als Al Gore spreekt Gaynor een waarschuwing uit die in één keer een appèl doet. En daar waar Gore een beroep doet op ons, exemplaren van de menselijke soort die verantwoordelijkheid dragen voor de uitstoot van co2, daar doet Gaynor een beroep op zichzelf. Gloria Gaynors waarschuwing aan het adres van haar ex is daardoor in één keer tevens een opdracht aan zichzelf. Zij zal overleven, daar gaat zij zich voor inzetten, dat is haar missie!

Overleven is voor mensen een taak die ze zichzelf stellen. Hoe dit mogelijk (en noodzakelijk) is, kan met de vier basisbegrippen nauwkeurig uiteengezet worden zodra we ons realiseren dat reflexieve wezens een perspectief hebben op hun eigen identiteit.

Er is op de eerste plaats het tijdsverloop waarin zich gebeurtenissen voltrekken die dramatisch genoeg zijn om de identiteit van Gloria Gaynor te bedreigen. Een afgebroken relatie, een geliefde die ervandoor gaat en Gaynor verbijsterd in de kreukels achterlaat: het zijn herkenbare drama’s die iemands identiteit op haar grondvesten doen schudden. Maar er is ook nog iets anders gaande in dat tijdsverloop. Er zijnde relatiebreuk en de rouw, maar ook de heroriëntatie en het herstel. Gloria Gaynor constateert niet alleen dar haar identiteit bedreigd wordt. Ze realiseert zich ook dat zij zelf voor haar identiteit op de bres kan springen. Zij kan er haar missie van maken. ‘I will survive’. Die missie heeft natuurlijk van doen met het tweede gegeven: dat er sprake is van significantie. De hele songtekst is doordrenkt van betekenis, van wat voor Gaynor van waarde is. Daarin zien we ook precies de verschuiving van de emoties die bij de aanvankelijke dreiging horen (“First I was afraid / I was petrified’) naar de krachtige emoties die Gaynor voelt op het moment dat ze vol vertrouwen pal staat en haar identiteit als een missie opvat (‘I grew strong / I learned how to carry on’).
 
Er is ten derde sprake van perspectief. Gaynor is zich enorm bewust van zichzelf. Ze verhoudt zich tot haar eigen identiteit als een kostbaar en kwetsbaar kleinood dat haar aandacht nodig heeft, dat haar aandacht waard is en dat daardoor richtinggevend kan zijn.
Zodra Gaynor zich realiseert dat ze zich om zichzelf moet bekommeren, beseft ze ook dat ze zich daarin kan laten leiden door zichzelf, door dat waar ze aandacht voor heeft. En ze kan zich daardoor laten leiden precies door zelf de leiding te nemen. Dit is het fascinerende antwoord dat personen zichzelf kunnen geven op de vraag naar de zin van het bestaan. Dat zijn ze zelf. Door aandacht te hebben voor zichzelf, voor hun identiteit, beseffen ze dat ze ertoe doen, dat hun identiteit de moeite waard is. Of zoals Gaynor zingt:

I’ve got all my life to live
I’ve got all my love to give
and I’ll survive

 

Overleven door te veranderen

En daar is, ten vierde, sprake van identiteit. En die verdient een paragraaf voor zichzelf, omdat de identiteit van reflexieve wezens echt een verhaal apart is. De kwestie laat zich het snelst introduceren door nog eenmaal Gloria Gaynor aan het woord te laten die de climax van haar song samenbalt in de volgende vijf woordjes:
you see me
somebody new

Het beste bewijs dat er voor Gaynor is om te laten zien dat ze het heeft overleefd, is te laten zien dat ze een nieuwe persoon is geworden. Personen kunnen overleven door te veranderen. Dat lijkt toch wel het omgekeerde van die strikt logische notie van identiteit waarover ik eerder sprak. Hoe zit dat? Hoe kan iets zichzelf blijven door te veranderen?

Ondanks deze opvallende paradox heeft de songtekst van Gaynor voor ons iets vanzelfsprekends. We begrijpen het verschijnsel maar al te goed. Er kunnen zich situaties in ons leven voordoen waardoor onze concrete verschijningsvorm totaal niet meer in overeenstemming is met wie we eigenlijk, echt zijn. We kunnen ons zelfs voorstellen dat het op een bepaald moment zo slecht met ons gaat dat we onze essentiële eigenschappen werkelijk verloren lijken te hebben. Er is heel wat lenigheid van geest nodig om overtuigend uit te leggen hoe dat denkbaar is. Daar heb ik hier de ruimte niet voor, maar ik hoop dat de volgende twee hints suggestief genoeg zijn.
 
Ten eerste zijn de essentiële eigenschappen van een persoon reflexieve eigenschappen. Je identiteit is geen op zichzelf staand gegeven, maar bestaat in de relatie die je met jezelf hebt. Die relatie krijgt al heel vroeg vorm in de interactie met je lichaam (hé, beseft de baby, dat is mijn hand), met de mensen om je heen (hé, jij wilt met mij stoeien) en met de dingen om je heen (hé, die steen is veel groter dan ik). Deze relatie is heel dynamisch, een voortgaand proces waarin je iets van jezelf gaat verwachten. Daarin zit hem de crux: dat je iets van jezelf gaat verwachten. Daarmee ontstaan de plannen, projecten, missies, teleurstellingen, successen, enzovoort. En daarin ontstaat een onmiskenbaar significante, maar ook heel flexibele en ongedefinieerde identiteit. Die te behouden is een kwestie van haar vorm te geven, is een kwestie van veranderen, meebuigen, aanpassen, verzetten, herzien, enzovoort. Het is een kwestie van de fittest worden.
 
De essentiële eigenschappen van een persoon zijn normatieve eigenschappen. Je identiteit is geen feitelijk gegeven, maar is jouw missie. Een belangrijk kenmerk van een missie is dat er een grote kloof kan bestaan tussen de concrete uitvoering en het idee erachter. Stel dat je een konijnenhok gaat maken, maar je bent zo’n waardeloze timmerman dat het gedrocht dat je uiteindelijk achter in je tuin hebt staan door niemand herkend wordt als een konijnenhok. Toch heb je dan gelijk als je zegt dat het je missie was om een konijnenhok te maken, wat voor misbaksel het resultaat ook is. Missies hebben een essentie die normatief van aard is, het zijn pogingen een norm te realiseren. Jouw poging als persoon te overleven is altijd een kwestie van jezelf op een bepaalde manier te realiseren, een manier die voor jou significant is. Natuurlijk kun je jezelf daarin voor de gek houden en een missie op je nemen die helemaal de jouwe niet is. Het kan lang duren voor je dat ontdekt, zo lang dat je onherkenbaar bent geworden voor jezelf. Zodra je je dat realiseert, moet je jezelf drastisch veranderen, een nieuw mens worden om jezelf weer te kunnen zijn. Precies zoals Gloria Gaynor zingt.
 
Met betrekking tot het thema van deze special kom ik tot de volgende conclusie. Op zichzelf beschouwd is overleven niet van waarde. Maar voor personen is het dat wel. Voor personen is het zelfs de enige manier om te bestaan. Personen hebben een reflexieve en normatieve identiteit. Die identiteit kan alleen maar bestaan als ze aandacht krijgt, vertroeteld en verdedigd wordt omdat ze voor iemand significant is. We kunnen daarom stellen dat in een universum dat personen heeft voortgebracht, overleven op zichzelf beschouwd waardevol is. Of dat ook geldt voor al die soorten die met uitsterven worden bedreigd, is afhankelijk van het bestaan van personen wier identiteit het niet kan stellen zonder het bestaan van deze soorten. Al Gore denkt dat onze kinderen zulke personen zullen zijn.

Referentie

Jan Bransen (2004), Jezelf blijven. Oratie Nijmegen.