Home Het gevaar is de angst voor gevaar

Het gevaar is de angst voor gevaar

Door Stephan Sanders op 02 december 2015

Cover van 12-2015
12-2015 Filosofie magazine Lees het magazine

Ulrich Beck voorzag het in 1986 al: het risico op toekomstige rampen zal de wereld waarin we nu leven sterk bepalen. De veiligheidsmaatregelen na 9/11 bevestigen zijn gelijk. 

Ulrich Beck was zo’n socioloog die zonder al te merkbare schroom zijn wetenschappelijke boekje ver te buiten ging. Hij stierf begin 2015 als een van de belangrijkste theoretici van de sociale wetenschappen. Geen standaardsocioloog, die uitsluitend aan de hand van empirisch materiaal voorzichtige conclusies trekt met allerlei slagen om de arm. Stating the obvious is het verwijt dat sociologen vaak treft. Maar Beck deinsde er niet voor terug om complete samenlevingen, en welja, de hele wereld tot terrein van zijn onderzoek te maken. De grote, theoretische vlucht was zeer aan hem besteed.

Dit artikel is exclusief voor abonnees

Dit artikel op Filosofie.nl is alleen toegankelijk voor abonnees. Met liefde en zorg werken wij iedere dag weer aan de beste verhalen over filosofie. Steun ons door lid te worden voor maar €4,99 per maand. Log in om als abonnee direct verder te kunnen lezen of sluit een abonnement af.

In 1986 brak Ulrich Beck internationaal door met zijn idee over ‘de risicomaatschappij’. Sinds de lancering van het begrip heeft het een vaste plaats verworven op het academische wereldtoneel. Vanwaar dat succes? Natuurlijk moet hier Becks denkkracht als eerste worden genoemd. Hij beschreef in die achteraf gezien tamelijk overzichtelijke periode, toen de wereld nog was verdeeld in een westers en een communistisch blok, hoe moderniserings- en globaliseringstendensen ook meteen mondiale risico’s voortbrachten. Dat klinkt nog als een open deur, maar Beck liet zien dat er wel degelijk sprake was van een nieuw fenomeen.

Natuurlijk, schrijft hij ‘hebben dreiging en onzekerheid altijd al behoord tot de condities van het menselijke bestaan, vroeger in zekere zin zelfs meer dan nu’. Ziekte, hongersnoden, epidemieën: de moderne wereld heeft verlichting gebracht op veel terreinen, en het zou onzinnig zijn die beschavingswinst weg te wuiven als irrelevant. Maar er mogen veel gevaren bedwongen zijn door technologische ontwikke- lingen, het risico is daarmee alleen maar toegenomen. Beck spreekt daarom over ‘de semantiek van het risico’, die twee gezichten kent: kans en gevaar. Juist vanwege de grotere maakbaarheid van de wereld worden wij geconfronteerd met de inschatting van mogelijke risico’s. Beck legt uit: ‘De categorie van het risico opent een wereld aan weerszijden van het heldere onderscheid tussen weten en niet-weten, waar en onwaar, goed en kwaad. […] Dat betekent niet dat het risico elke vorm van weten opheft. Het doet weten en niet-weten veeleer samensmelten aan de betekenishorizon van de waarschijnlijkheid. In de categorie van het risico komt dus de omgang met de onzekerheid tot uitdrukking, die tegenwoordig niet meer kan worden overwonnen door meer te weten, maar die juist voortkomt uit meer weten.’

Juist omdat, zo stelt Beck, de technologische vernieuwingen opzienbarend zijn en de verwachtingen bij het publiek steeds naar boven worden bijgesteld, wordt de veiligheid, die nooit voor honderd procent gegarandeerd kan worden, een heikele politieke kwestie. Politici zijn niet meer baas in eigen huis of natie, de mondialisering was ook in 1986 allang een feit, en toch verwacht de burger dat experts en politici hem beschermen tegen mogelijk onheil.

Niet het directe, maar het toekomstige gevaar vormt nu het grootste risico, en het gaat dan dus om ‘risicocalculaties’. Nogmaals Beck: ‘Risico’s zijn altijd toekomstige gebeurtenissen, die ons misschien te wachten staan, die ons bedreigen. Maar omdat die voortdurende dreiging ons verwachtingspatroon bepaalt […] wordt ze een politieke kracht die de wereld verandert.’ Het risico is dus niet de ramp an sich, maar de anticipatie op de ramp. Juist omdat er steeds meer beschavingswinst wordt geboekt en de technologische mogelijkheden toenemen, wordt de gevoeligheid voor onzekerheden groter. We mogen dan in een veel veiliger wereld leven dan honderd jaar geleden, de risicoanalyses zijn er enkel alarmerender op geworden.

Tsjernobyl

Enfin, Risikogesellschaft kwam in 1986 uit, de sociologische collegae en recensenten bogen zich er net over, en daar diende zich de ramp in Tsjernobyl aan. En inderdaad: de radioactieve straling die vrijkwam trok zich niets aan van bestaande natie- of blokgrenzen. Het ging hier, precies zoals Beck had beschreven, om een neveneffect van een succesvolle modernisering, en het nieuwe gevaar was volmaakt democratisch: het trof eenieder, ook de rijken en machtigen, die zich ingedekt wisten tegen sociale ellende. Hoe cynisch ook, Tsjernobyl was de perfecte illustratie was van Becks boek, en juist door die gebeurtenis is het begrip ‘risicomaatschappij’ zo razendsnel is ingeburgerd. In 2008 besloot Beck de toch al niet-geringe reikwijdte van zijn theorie nog wat uit te breiden, en publiceerde hij het boek dat nu in het Nederlands is verschenen: De wereldrisicomaatschappij. Wat gebeurde er in de tussenliggende jaren, waardoor hij een actualisering van zijn ideeën nodig vond?

Ook hier valt weer een catastrofale gebeurtenis aan te wijzen, de ramp die in ons collectieve geheugen ligt opgeslagen als een cijfercode: 9/11. Zeker, Beck had voordien gewezen op de risico’s van ecologische, klimatologische en financiële wereldcrises, waarbij de nadruk lag op neveneffecten en onbedoelde gevolgen van de globalisering en modernisering. Maar het drama van de ineenstorting van de Twin Towers als het al te letterlijke neerhalen van de symbolische macht van de Verenigde Staten, was geen ongeluk: het was opzet, het risico werd doelbewust opgezocht en uitgespeeld tegen het zich superieur wanende Westen.

Ziehier weer de dubbele betekenis van het begrip ‘risico’: gevaar en kans. De ‘kans’ die Al Qaida greep, legde de achillespees van het Westen bloot. Een relatief klein en onbeduidend gezelschap raakte de gehele moderne wereld door haar eigen producten (het vliegtuig, de wolkenkrabber) tegen hetzelfde Westen te keren. Sindsdien is het moeizamer een vliegtuig te nemen dan het in 1986 was om de grens naar de Sovjet-Unie over te steken. Het westerse antwoord op de terreur betekent meer technologie, meer voorzorgsmaatregelen, waardoor de individuele vrijheid van de burger wel degelijk wordt aangetast.

Het is die dwingelandij van de techniek waar Beck zich tegen keert: alles wat technisch mogelijk is, is niet onvermijdelijk, maar moet een welbewuste keuze zijn, wil ‘het politieke’ nog een reële betekenis hebben.Het gaat hem erom niet automatisch mee te gaan in de ratrace naar steeds meer technologie, maar een stapje achteruit te doen en te beslissen hoe wij de toekomst willen inrichten. Daar- voor bedacht hij de term ‘reflexieve moderniteit’: een moderniteit die het aandurft een evaluatie in te bouwen en die zich rekenschap geeft van haar eigen daden. Dat is het tegenovergestelde van het adagium ‘Het kan, dus het moet’. Telkens blijft de vraag: is dit de koers die wij willen varen?

Die beslissingen moeten op wereldschaal genomen worden, en Beck spreekt dan ook van een ‘kosmopolitisch moment’: de afhankelijkheden tussen landen en continenten onderling worden groter, en het onderscheid tussen het eigene en het vreemde, het binnen- en het buitenland is eerder een rituele bezwering geworden dan een oplossingsstrategie. Hij is niet meer, Ulrich Beck, maar hij had ongetwijfeld in de nu al maanden aanhoudende ‘vluchtelingencrisis’ zijn kosmopolitische gelijk bevestigd gezien.
Deze paradox laat hij ons na: ja, de techniek kan in sommige gevallen meer zekerheid betekenen, maar brengt noodzakelijkerwijs ook altijd meer risico’s met zich mee. Hoe meer wij ons denken te beveiligen, hoe makkelijker het valt gaten te schieten in onze pantsers.