Home Gesprekken kunnen de wereld veranderen

Gesprekken kunnen de wereld veranderen

Door Evanne Nowak op 24 september 2018

Cover van 10-2018
10-2018 Filosofie magazine Lees het magazine

Evenementredacteur en gespreksleider Evanne Nowak bespreekt Over dialoog van David Bohm. Ze probeert de theorie ook meteen toe te passen. Dat blijkt moeilijk, maar waardevol.

Het is slecht gesteld met de kwaliteit van de gedachten die we dagelijks denken en de gesprekken die we voeren – in de politiek, in het bedrijfsleven of gewoon aan de keukentafel. Dat stelde de Amerikaanse natuurkundige en filosoof David Bohm (1917-1992) al aan het begin van de jaren negentig, in een wereld die nog verstoken was van de ruis van de sociale media, toen onze aandachtsspanne waarschijnlijk een stuk langer was dan vandaag de dag.

Dit artikel is exclusief voor abonnees

Dit artikel op Filosofie.nl is alleen toegankelijk voor abonnees. Met liefde en zorg werken wij iedere dag weer aan de beste verhalen over filosofie. Steun ons door lid te worden voor maar €4,99 per maand. Log in om als abonnee direct verder te kunnen lezen of sluit een abonnement af.

Bohm stelt vast dat we voornamelijk oude gedachten en gevoelens herhalen, gevoed door onbewuste vooronderstellingen over onszelf, de ander en onze verhouding tot de wereld. We hebben niet door dat de wereld een gevolg is van ons denken, dat ons denken onlosmakelijk verbonden is met de wereld en met het denken van anderen. Tot slot hebben we een totaal onvermogen om te luisteren; we horen alleen dat wat past bij onze oude gedachten en gevoelens. Dit is de eigenlijke kern van onze collectieve problemen, van arbeidsconflicten tot ecologische crisis: deze onbewuste laag van ons ‘denken’, waaruit al onze gedachten opborrelen. Die is verstopt met oud zeer, foute zelfbeelden, achterhaalde en incoherente vooronderstellingen, en als dat zo blijft kan er geen fundamentele verandering uit ons denken en handelen voortkomen.

Wat stelt Bohm hiertegenover? Zijn beroemde essay Over dialoog ademt een groot geloof in de kracht van het gesprek: werkelijke dialoog kan onze gedachten en daarmee de wereld veranderen. Bohm past hiermee in een traditie van filosofen die grote hoop stelt in de dialoog – van Socrates tot Habermas.

Bohms dialoogfilosofie is een oefening in proprioceptie: de zelfwaarneming van het denken. En die kan het best geoefend worden in een dialooggroep die idealiter ten minste twee jaar lang regelmatig bij elkaar komt. Hij definieert de dialoog die hier gevoerd wordt als een lege, vrije ruimte waarin alles kan gebeuren. Er zijn geen regels, er is geen doel, er is geen moderator die de stille mensen aanmoedigt en de praatgrage types afremt. Bohm gelooft in het uithouden van de chaos en de zelfregulerende werking van deze groepen. In een goede dialoog help je elkaar om verborgen vooronderstellingen op tafel te krijgen, oefen je samen om oude patronen te doorbreken, gevoelens en oordelen uit te stellen. Stel jezelf de vraag: wil ik dit eigenlijk wel denken? Misschien kom je dan tot het denken van een werkelijk nieuwe gedachte.  

Gebarentaal

Ik heb onlangs weer eens ervaren hoe moeilijk het kan zijn om Bohms dialoogtheorie toe te passen. Tijdens de summerschool ‘Art & Practice in the Otherwise’ voerde ik een week lang gesprekken met activisten en kunstenaars uit de hele wereld over de vraag: hoe kunnen we een andere manier van samenzijn creëren, zonder enige vorm van uitsluiting en onderdrukking?

Het zeer diverse, kosmopolitische gezelschap vond Bohms idee van de dialoog als een lege, neutrale plek problematisch. Een gesprek zonder moderator en richtlijnen vonden de deelnemers uitermate gevaarlijk: zelfregulering van groepen is een vrijbrief voor een herbevestiging van bestaande machtsstructuren. De dialoog werd volgens mijn gespreksgenoten per definitie bezet door een heteronormatief, mannelijk, neoliberaal en westers krachtenveld. We dienen dan ook uiterst voorzichtig met elkaar te spreken; het gesprek is niet alleen een plek waarin we ons denken kunnen veranderen, maar ook een ruimte waarin we een andere wereld kunnen oefenen.

En dus experimenteerden we met niet-onderdrukkende gespreksmethodieken en formuleerden we regels en richtlijnen voor empathische en inclusieve gesprekken. We gebruikten een gebarentaal om zo gelijkwaardig en democratisch mogelijk te communiceren en zo actief mogelijk te participeren. We zwaaiden met onze handen naast ons hoofd als we het ergens mee eens waren, of laag bij de grond als we het ergens oneens mee waren. We hieven onze vuist om een voorstel te blokkeren, staken één vinger in de lucht om een punt te maken, en twee als het echt niet kon wachten en we een directe reactie wilden geven. Er zijn richtlijnen als ‘Oops-ouch’ (geef een gil als je je gekwetst voelt, zodat je de ander de mogelijkheid geeft zich te verontschuldigen), en ‘Step down, step up’ (als je praatgraag bent, hou je dan wat in. Als je wat stiller bent, laat dan van je horen).

En terwijl we de ruimte vulden met ideeën over hoe we al dan niet bepaald worden door kleur, cultuur en gender, werd de ruimte om te spreken kleiner voor sommigen, groter voor anderen en complexer voor iedereen. Een deelnemer verontschuldigde zich bij voorbaat voor zijn neiging om lang te spreken. Die hinderlijke neiging had hij naar eigen zeggen omdat hij een witte man is en uit een patriarchale samenleving komt. Hij vroeg of we geduld met hem wilden hebben, daarmee en passant keurig demonstrerend dat hij vanuit deze politiek correcte frames dacht.

In de loop van de week sprak hij echter steeds minder; hij maakte zich steeds kleiner, totdat hij nauwelijks nog betrokken was. Hij had zichzelf buitengesloten. In de laatste dialoogsessie werd hij direct aangesproken door een Nigeriaanse deelnemer: ‘Voel jij je schuldig omdat je wit bent?’
Hij reageerde beduusd, in verwarring: er werd toch gezegd dat witheid slecht is? Hij moest toch minder ruimte innemen? Hij was vastgelopen, en de groep ook.

De momenten waarop we ons in een dialoog bewust worden van onze eigen vooronderstellingen, en we ons plotseling realiseren dat ze niet kloppen, zijn vaak uiterst spannend. Ineens zien deelnemers hun eigen vooronderstellingen, doemt een nieuwe betekenis op en verandert het herhalen van gedachten in werkelijk denken. Een stilte valt, een traan borrelt op. Een vlaag van ontroering en opluchting trekt door de groep – hoera, verandering!

Bohm heeft gelijk. Proprioceptie – onderliggende denkpatronen bevragen, hoe politiek correct ze ook mogen zijn – is cruciaal om met elkaar verder te komen.