Home Geschiedenis à la carte

Geschiedenis à la carte

Door Rob Hartmans op 03 december 2019

Cover van 12-2019
12-2019 Filosofie magazine Lees het magazine

Historicus Jacob Burckhardt hekelde de wijze waarop veel filosofen met het verleden omgaan.

Dit artikel is exclusief voor abonnees

Dit artikel op Filosofie.nl is alleen toegankelijk voor abonnees. Met liefde en zorg werken wij iedere dag weer aan de beste verhalen over filosofie. Steun ons door lid te worden voor maar €4,99 per maand. Log in om als abonnee direct verder te kunnen lezen of sluit een abonnement af.

De Zwitserse historicus Jacob Burckhardt, beroemd geworden door Die Kultur der Renaissance in Italien (1860), benadrukte keer op keer dat hij geen filosoof was. ‘Laat mij maar op dit nederige standpunt blijven, laat mij de geschiedenis maar ervaren, voelen, in plaats van haar uit eerste principes te begrijpen.’ Je kunt je dus afvragen of een lezer van Filosofie Magazine wel een boodschap heeft aan Burckhardts Wereldhistorische beschouwingen, die onlangs voor het eerst integraal in het Nederlands werden vertaald. Wie dit boek – een postuum verschenen bewerking van een collegereeks die grote indruk had gemaakt op Friedrich Nietzsche – links laat liggen, ontzegt zich echter veel.

Burckhardt was namelijk een van de eersten die serieuze kritiek leverden op de wijze waarop veel filosofen en theologen met het verleden omgaan. Eeuwenlang gebruikten zij de geschiedenis om hun punt te maken. Het verleden zou immers aantonen welk traject de mens aflegde tussen zijn oorsprong en zijn bestemming. De geschiedenis had een begin en een einde, en werd aangestuurd door een hogere instantie. Bij Augustinus was dat God, bij Hegel de Weltgeist. Wie zo naar het verleden kijkt, pikt eruit wat hij voor zijn verhaal kan gebruiken en laat de rest weg.

VERPULVERDE CULTUUR

Volgens Burckhardt was zowel het begin als het einde van de menselijke geschiedenis in nevelen gehuld, terwijl de periode daartussenin buitengewoon veelvormig en veranderlijk was. Zoals vertaler Peter Claessens in zijn nawoord schrijft: Treinen hadden een bestemming en volgden een eenduidig traject, maar de geschiedenis niet.

Hoewel hij ervan overtuigd was dat het toeval een enorme rol speelt, was het volgens hem wel mogelijk historische lijnen en patronen te ontwaren. In zijn geschiedopvatting stond het begrip ‘continuïteit’ centraal. Dit was meer dan een eenvoudig voortduren van gebruiken en machtsverhoudingen, maar minder dan wat gewoonlijk onder ‘vooruitgang’ wordt verstaan. Wanneer mensen zich bewust zijn van de historische continuïteit scheppen ze tradities, waarvan ze zich vervolgens ook weer bevrijden. Als de specifieke vormen van een cultuur niet meer passen bij de inhoud ervan, versteent die cultuur en zullen die vormen op den duur verpulveren.

In zijn eigen tijd werd zo radicaal gebroken met het verleden dat dit in zijn ogen weleens de ondergang van de westerse cultuur kon betekenen. Hoewel hij de Renaissance had beschreven als de geboorte van het zelfbewuste individu, had deze ontwikkeling volgens hem ook een keerzijde. Niet alleen getalenteerde mensen werden nu zelfbewust, maar ook de meerderheid van middelmatige individuen. Hierdoor waren in de loop der tijd de maatschappelijke hiërarchieën en het religieuze gezag in het gedrang gekomen. In de negentiende eeuw leidde dat niet tot het ontstaan van een rationele, vreedzame samenleving van zelfstandig denkende burgers, maar tot de opkomst van nationalisme, militarisme en socialisme. Terwijl veel mensen zich beschouwden als zelfstandige en non-conformistische individuen, eisten deze bewegingen in feite vergaande conformering aan het algemeen belang, dus aan de steeds almachtiger wordende staat.

Treinen volgen een eenduidig traject, de geschiedenis niet

Burckhardts conservatieve Zeitkritik bleek een scherpzinnige profetie van de totalitaire ideologieën van de twintigste eeuw. Volgens Burckhardt was de mens in beginsel weerloos overgeleverd aan de historische krachten – een samenspel van politiek, religie en cultuur – en kon hij zich daar slechts af en toe en in beperkte mate aan onttrekken. Een van de schaarse middelen die men tot zijn beschikking had, was het bestuderen van het verleden: ‘Wat eens vreugde en leed was, moet nu kennis worden.’ Een samenleving die gekenmerkt werd door geschiedloosheid was in zijn ogen altijd een barbaarse samenleving, omdat die zich niet bewust was van zijn eigen wortels en culturele ontwikkeling. In tijden van fake news en minachting voor feiten, kennis en wetenschap, is Burckhardts waarschuwing tegen zelfoverschatting actueel. Van het triomfalisme dat bijvoorbeeld blijkt uit Steven Pinkers Enlightenment Now!, waarin de geschiedenis wordt gezien als een onafgebroken tocht bergopwaarts, zou hij hebben gegruwd. ‘Alsof de wereld en wereldgeschiedenis alleen maar omwille van ons in het leven geroepen zijn. Iedereen beschouwt namelijk zijn tijd als de vervulling van alle tijden en niet alleen maar als een van de vele voorbijgaande golven.’