Home Liefde Filosofie is makkelijker als je denkt: Liefde
Liefde

Filosofie is makkelijker als je denkt: Liefde

Filosofie Magazine hecht evenveel waarde aan het denkwerk dat al door oude denkers werd verricht als aan het zelf leren denken. We leren iets door iets na te doen. Zo leren we ook denken door het nádenken van de grote denkers. Maar hoe goed nadenken ook is, zelf denken is het beste. Zeker in een tijd waarin van iedereen wordt verwacht zelf bronnen te kunnen checken en een eigen mening te kunnen vormen. In ons katern 'Filosofie is makkelijker als je denkt' helpen we u nog beter op weg in het zelf leren denken.

Door de redactie op 15 juli 2022

Filosofie is makkelijker als je denkt: Liefde

‘Omdat hij het was, omdat ik het was’

Liefde is makkelijker als je denkt. Als je je hoofd tenminste niet te veel op hol laat brengen. Een kleine inleiding in de filosofie van de liefde.

Liefde maakt blind, zeggen we wanneer iemand het aanlegt met een niet al te knappe of gewoon weinig sympathieke partner. Als je verliefd bent, denk je daar heel anders over: je hebt juist het idee dat je de ander écht ziet. Niet jij bent blind; de rest van de wereld snapt gewoon niet hoe leuk, knap en intelligent je geliefde wel niet is.

Kan het zijn dat de liefde ons juist beter leert kijken? Voor de liefde die nodig is om filosofie te bedrijven – filosofie betekent tenslotte ‘liefde voor wijsheid’ – geldt dat in elk geval wel. Plato (447-327 v.Chr.) zei het al: wie de wijsheid echt begeert, moet thema’s als het schone, het goede, het ware, en – uiteraard – de liefde onder een vergrootglas durven leggen.

Dit artikel is exclusief voor abonnees

Dit artikel op Filosofie.nl is alleen toegankelijk voor abonnees. Met liefde en zorg werken wij iedere dag weer aan de beste verhalen over filosofie. Steun ons door lid te worden voor maar €4,99 per maand. Log in om als abonnee direct verder te kunnen lezen of sluit een abonnement af.

Wellicht iets dichter bij onze alledaagse liefdeservaringen stelt de Brits-Ierse filosoof Iris Murdoch (1909-1999) dat alleen de liefde ons bevrijdt van onze kortzichtigheid. Doorgaans zijn we vooral met onszelf bezig, maar heel soms zien we door een barst in de wand een ander zoals die werkelijk is. En dat is liefde.

Maar wát we met die liefdevolle blik nu precies zien, dat blijft een raadsel. Niets is zo confronterend als proberen uit te leggen waarom je van iemand houdt en jezelf erop te betrappen dat je blijft steken in nietszeggende algemeenheden als ‘intelligent’, ‘knap’, ‘lief’ en ‘grappig’. Michel de Montaigne (1533-1592), die zijn liefde voor zijn overleden vriend Étienne de la Boétie bezingt in het essay Vriendschap is liefde, doet een paar vergeefse pogingen en berust uiteindelijk in: ‘Omdat hij het was, omdat ik het was.’

Liefde is dus een onderwerp dat zich niet eenvoudig laat overmeesteren door filosofische reflectie. Het lijkt te gaan om ervaringen die haast niet onder woorden te brengen zijn. Want wat is dat liefhebben? Wat ‘hebben’ we dan precies?

Eigenlijk niets, zei de Franse filosoof Jean-Luc Nancy (1940-2021). In de liefde staan we met lege handen. Dat maakt het ook zo eng om verliefd te zijn; we zijn dan zelfs niet meer helemaal in bezit van onszelf. Daarom klopt het volgens Nancy ook niet om te zeggen dat mijn hart pas breekt zodra mijn geliefde mij verlaat. Vanaf het moment dat ik verliefd word, verlies ik mezelf al, breek ik al in duizend stukjes. Als de ander me ten slotte verlaat blijf ik, blind of niet, alleen met de scherven achter.

Kun je meer vragen dan je lief is?

Volgens Socrates, Cicero en Montaigne is filosoferen niet alleen de kunst van het vragen, maar is filosoferen ook leren sterven. En daarmee is meteen veel gezegd over het soort vragen dat de filosoof stelt: wat komt er na de dood? Wat is leven? Vragen die vragen om een antwoord, terwijl je weet dat dat er niet is. De vraag van de filosoof laat zien dat we het leven nooit van buitenaf kunnen verklaren en dat we dus telkens onze wereld van binnenuit moeten bestuderen. Probeer nu eens met die houding deze vraag te stellen: Kun je leven zonder liefde? (En welke vragen zijn er nog meer te bedenken?)

Kun je leven zonder liefde?

Zien we beter, slechter of anders door de liefde?

Is vriendschap liefde?

Is liefde altijd vriendschap?

Is liefde geluk?

Is haat omgekeerde liefde?

Kun je liefhebben leren?

Is liefde voor een geliefde anders dan liefde voor de natuur?

Is onbeantwoorde liefde ook liefde?

Dialoog: Nemen en genomen worden

Filosofie is niet alleen makkelijker als je denkt, maar ook als je praat. Wie praat hoeft niet alles zelf te bedenken. Jean-Paul Sartre en Simone de Beauvoir woonden en werkten veel in hotels. Hoewel het in bed vooral bij pillow talk bleef, spraken ze wel veel over de lichamelijke liefde, vousvoyerend.

Simone: Hebt u lichamelijk altijd lekker in uw vel gezeten?

Jean-Paul: Mwah, eerder slecht. Tijdens het skiën ben ik bang om te vallen en bij het zwemmen ben ik bang voor vermoeidheid.

Simone: Ik dacht dat u van zwemmen hield?

Jean-Paul: Ik hou van het water, de zon op de golven, de stromingen, de golven zelf, de temperatuur, de vochtigheid, maar mijn lichaam is eerder het voorwerp van onaangename gewaarwordingen. Een vermoeidheid die ik ook weleens voorvermoeidheid heb genoemd. Een opzien tegen een zwaar gevoel dat over je heen komt.

Simone: Is dat een van de redenen dat u altijd een afkeer hebt gehad van wat u ‘overgave’ noemt?

Jean-Paul: Ja, ik denk dat ik te veel een bepaald idee had over wat ik zou moeten zijn, en daarin is geen ruimte voor overgave.

Simone: Welke verbanden ziet u hier met uw verhouding tot seksualiteit?

Jean-Paul: Seksualiteit impliceert natuurlijk een dubbele verhouding. Bij een seksuele handeling neemt iedereen en wordt iedereen genomen. En dat passieve deel ligt mij niet. Ik ben meer van het liefkozen. Ik heb ook nooit het gevaar gelopen bij een orgasme het bewustzijn te verliezen.

Simone: Ik geloof overigens dat het hier gaat om iets wat veel vaker voorkomt dan mannen zeggen, ze spreken er niet graag over.

(vrij naar Tête à tête van Hazel Rowley)

Gedachte-experiment: Zoeken naar heelheid

Wetenschap toetst met experimenten de feiten, filosofie toetst met experimenten het denken.

Stel je voor!

In Plato’s Symposiumviert Socrates feest met een aantal vrienden. Ze besluiten dat ieder van hen een eerbetoon aan Eros, de god van de liefde, houdt. Na wat abstracte verhandelingen van zijn vrienden neemt komedieschrijver Aristophanes het woord. Hij neemt zijn luisteraars mee in een fabelachtig gedachte-experiment.

Lang geleden, vertelt hij, waren de mensen bolvormige wezens. Ze hadden twee gezichten, vier armen en vier benen. Toen de bolmensen te machtig werden, besloot oppergod Zeus elk van hen dwars doormidden te snijden, ‘zoals men morellen doorsnijdt voor de inmaak’. Zo ontstonden de mensen zoals wij die nu kennen. Omdat zij zonder hun wederhelft doodgingen van verdriet, plaatste Zeus hun geslachtsdelen aan de voorkant, zodat ze de liefde met elkaar kunnen bedrijven en voor even het gevoel hebben weer ‘heel’ te zijn.

Dat gevoel heel of compleet te zijn – daar is de mens volgens Aristophanes constant naar op zoek. Liefde, stelt hij, is het verlangen om op te gaan in de ander en niet langer gespleten en gebrekkig door het leven te hoeven. De mens kan dus niet bestaan zonder relaties; altijd zoeken we iets bij een ander. Maar wat dat ‘iets’ nu precies is, dat weten we niet. Zou je twee geliefden vragen waarom ze van elkaar houden, dan blijven ze je het antwoord schuldig. Ze kunnen geen redenen voor hun liefde geven en zelfs seks kan hun verlangen naar elkaar niet stillen. ‘Neen, klaarblijkelijk wenst beider ziel iets anders, iets onuitsprekelijks, maar dat zij slechts kan raden en in vage trekken aanduiden.’

De belofte van de liefde wordt volgens Aristophanes dus nooit ingelost. En zoals elke fabel eindigt Aristophanes’ verhaal met een waarschuwing: mochten we het weer te hoog in de bol krijgen, dan snijdt Zeus ons opnieuw doormidden, zodat we ‘op één been zullen hinkelen als zaklopers’.

Echt?!

Plato wil natuurlijk niet zeggen dat wij mensen echt van bolmensen afstammen. Maar met Aristophanes’ verhaal – een van de weinige fabels die Plato opschreef – trekt Plato het gesprek over de liefde even uit de abstracte ideeënwereld en maakt hij voelbaar wat het betekent om lief te hebben, om te verlangen naar iets wat we niet helemaal kunnen thuisbrengen. En hij nodigt ons uit om verder te denken: wat zou er gebeuren als Zeus ons opnieuw doormidden snijdt – is dat wat we ervaren als we een geliefde verliezen of depressief worden? Zouden die bolmensen ook verliefd zijn geworden op andere bolmensen? En betekent dit dat je van meer dan één persoon tegelijkertijd kunt houden?

Close reading: Søren Kierkegaard over liefde

Filosofie is ook makkelijker als je leest. Goed leest. Het liefst met pen of potlood in de hand.

De liefde die berust op passie en aantrekking 1, de onmiddellijke liefde, kan blij zijn en onbeschrijfelijk gelukkig, vol vertrouwen, maar juist op haar mooiste ogenblik voelt ze de behoefte zich zo mogelijk nog vaster te verbinden. Daarom zweren die twee, ze zweren elkaar trouw of vriendschap. En als we een beetje plechtig spreken, dan zeggen we van twee mensen niet ‘dat ze elkaar liefhebben’, we zeggen: ‘Ze hebben elkaar trouw gezworen’, of: ‘Ze hebben elkaar vriendschap gezworen.’ Maar waarbij zweert de liefde dan? We willen nu niet de aandacht verstoren en afleiden door het over dat volslagen andere te hebben waarvan ‘de dichters’, de woordvoerders van de liefde, als ingewijden verstand hebben. – Want als het om deze liefde gaat, dan is het de dichter die de twee de gelofte afneemt, de dichter die de twee verenigt, de dichter die de twee de eed voorzegt en hen laat zweren – kortom, de dichter is de dominee 2. Zweert de liefde nu bij iets dat hoger is dan zichzelf 3? Nee dat doet ze niet. Dat die twee dit zelf niet in de gaten hebben, dat is nu juist het schone, het roerende, het raadselachtige, het dichterlijke misverstand. En juist omdat ook de dichter het niet in de gaten heeft, is hij hun enige, hun geliefde vertrouweling. Wanneer de liefde zweert, geeft ze eigenlijk zelf betekenis aan dat waar ze bij zweert. De liefde zelf werpt haar glans over dat waar ze bij zweert, zodat ze dus niet alleen niet zweert bij iets hogers, maar eigenlijk zweert bij iets dat geringer is dan zichzelf. Zo onbeschrijfelijk rijk is die liefde in haar beminnelijke misverstand. Want juist omdat ze voor zichzelf oneindige rijkdom is, grenzeloze betrouwbaarheid, komt ze ertoe, omdat ze zweren wil, bij iets geringers te zweren. Maar dat heeft ze zelf niet in de gaten. Dat is dan ook de reden dat dit zweren, dat de hoogste ernst zou moeten zijn en zelf ook oprecht meent dat het dat is, niets dan innemende spot is.

Uit: Wat liefde doet, Søren Kierkegaard, vert. Lineke Buijs en Andries Visser, Uitgeverij Damon, 2011

1 Kierkegaard houdt zich bezig met de individuele menselijke existentie. Hij wordt dan ook tot de voorlopers van de existentialisten gerekend. Als zodanig is hij geïnteresseerd in de vraag hoe wij een authentiek leven kunnen leiden. Hij werkt dit uit in termen van drie verschillende levensstadia: het esthetische, waarin we ons laten leiden door ons eigen genot en plezier; het ethische, waarin we met morele leefregels richting proberen te geven aan ons bestaan; en het religieuze, waarin we inzien dat ons bestaan pas echt betekenis krijgt dankzij een hogere werkelijkheid. Kierkegaard verbindt de onbereflecteerde romantische liefde hier aan het esthetische levensstadium.

2 Dichters en kunstenaars zijn bij uitstek mensen die een esthetische levenshouding voorstaan. Kenmerkend voor deze levenshouding is een zekere zelfzuchtigheid. In het esthetische jagen we ónsplezier, ónsgenot na. Zelfs de kunstenaar of de dichter, die iets anders voortbrengt dan zichzelf, acht zichzelf in die scheppende daad het hoogste. Iets soortgelijks geldt volgens Kierkegaard voor romantische of vriendschappelijke liefde voor de ander: je houdt van de ander omdat die eigenschappen heeft die jíjwaardeert. Romantische of vriendschappelijke liefde is volgens Kierkegaard dan ook een vorm van zelfliefde. Daarom wordt de dichter hier opgevoerd als de dominee die de twee geliefden hun eed laat zweren: als estheticus bij uitstek symboliseert de dichter perfect de zelfliefde van het verliefde paar.

3 Zonder een relatie tot het hogere blijft liefde altijd zelfliefde, en daarmee geen echte liefde. Echte liefde is volgens Kierkegaard onbaatzuchtige liefde; alleen dan ben je immers echt op de ander gericht en niet indirect op jezelf. In de esthetische levenshouding verliest de liefde op den duur haar glans. Wanneer het nieuwe eraf is, keert de estheticus zich af van het repetitieve van een langdurige relatie om nieuwe avonturen na te jagen. Alleen in het voltrekken van het huwelijk, waarin twee geliefden elkaar trouw zweren in het aangezicht van God, en hun keuze voor elkaar hun leven lang steeds opnieuw blijven bevestigen, krijgt de liefde eeuwigheidswaarde.

Relevante berichten