Home Een klein experiment

Een klein experiment

Beeldende kunst prikkelt niet alleen de zintuigen, maar ook de geest. In deze rubriek bespreekt een auteur tot welke filosofische reflecties een beeldend werk aanzet.

Door Lisa Doeland op 23 februari 2022

Een klein experiment
Cover van Wijsgerig Perspectief nr 1/2022
Wijsgerig Perspectief nr 1/2022 Wijsgerig Perspectief Lees het magazine

Dit artikel krijgt u van ons cadeau

Wilt u onbeperkt toegang tot de artikelen op Filosofie.nl? U bent al abonnee vanaf €4,99 per maand. Sluit hier een abonnement af en u heeft direct toegang.

Als één object de gruwelen van de plasticvervuiling belichaamt, en dan specifiek voor het zeeleven, dan is dat wel het wattenstaafje. Sewage Surfer (2017) van Justin Hofman is waarschijnlijk de meest iconische foto, al is het zeker niet de meest schrijnende. Nee, dan de foto’s van Paolo de Oliveira, waarop we een krab zien die aan het katoenen uiteinde van een wattenstaafje knabbelt (‘Doe het niet!’ zouden we de krab willen toeschreeuwen, ‘dit is niet verteerbaar!’), een dwerginktvis die een wattenstaafje omklemt (of erdoor doorboord is?) en een transparante kwal, waar we een staafje doorheen zien schijnen.

Waar De Oliveira’s foto’s zonder meer een cautionary tale zijn over de desastreuze gevolgen van plastic afval, vertelt Hofman’s Sewage Surfer een ingewikkelder verhaal. Hofman legde het zeepaardje vast terwijl hij ergens in de Indonesische archipel aan het snorkelen was. Op Instagram schreef hij erover dat ‘the opportunity to photograph a cute little seahorse, turned into frustration and sadness as the incoming tide brought with it countless pieces of trash and sewage’ and concludeert dat ‘this photo serves as an allegory for the current and future states of our oceans’. Ik zou willen suggereren dat deze foto méér is dan een snapshot van ons mensen die er een zooitje van maken. Wat wij óók zien, is dat afval ten diepste ambigu is. We zien immers een zeepaardje dat een wattenstaafje als anker gebruikt, dat hem (of haar?) in staat stelt in de zeestroom te navigeren. Voor het zeepaardje is het wattenstaafje dus zeker geen afval. De ambiguïteit van afval wijst ons zodoende op de verknooptheid der dingen – het wattenstaafje mag voor ons afval zijn, maar op dat specifieke moment heeft dat specifieke zeepaardje er wel degelijk iets aan.

Ik wil daarmee overigens niet zeggen dat afval geen probleem is. Ik denk dat het heel belangrijk is dat we afval als een probleem blijven zien en niet, zoals de techno-optimistische dromers van de circulaire economie doen, als grondstof. Als afval iets is, dan is het wel de ultieme belichaming van dat wat zich niet voegt naar onze fantasieën over recycling zonder restjes, en zich steeds hardnekkiger aan ons opdringt.

Maar hoe is dat wattenstaafje, dat dus wel degelijk een probleem is, nou eigenlijk de wereld ingekomen? We hebben het te danken aan de Poolse Zuita Gerstenzang, die wat katoen om een tandenstoker deed om daarmee de oren van haar baby schoon te maken. En aan haar man Leo Gerstenzang, die brood zag in dit huiselijke experiment en de Infant Novelty Company oprichtte, waarmee hij in 1921 Baby Gays op de markt bracht, later omgedoopt tot Q Tips Baby Gays en uiteindelijk afgekort tot Q-Tips. Zijn vrouw verdween zodoende direct naar de achtergrond van de geschiedenis. De specifieke toepassing van haar oorspronkelijke uitvinding iets later. Want wie gebruikt er nog wattenstaafjes om oren mee schoon te maken? Je zou je trommelvlies er maar mee doorboren. Tegenwoordig maken we er dingen mee schoon die toen nog niet eens bestonden, zoals toetsenborden. En terwijl Zuita de geschiedenis inging als ‘de vrouw van’, werd het hout van het wattenstaafje vervangen door papier en later door plastic. En met dat plastic zitten we tegenwoordig in toenemende mate in onze maag, want het laat zich maar moeizaam verteren.

Deze kleine geschiedenis van het wattenstaafje wijst ons op de kern van de ecologische catastrofe, die uiteindelijk gaat over onze verstoorde relatie met onze omgeving. Industrialisatie, institutionalisering, specialisering, ze hebben een schaduwzijde: afval. Want wat het specifieke doel wat wij ervoor bedacht hebben niet langer dient, dat moet weg. Maar er is helemaal geen ‘weg’. En het probleem van al die specifieke dingen met specifieke functies is dat ze zich nauwelijks tot andere dingen laten omvormen. Ze zijn, kortom, weinig ecologisch.

Hoe moeilijk het is om niet te zwichten voor innovatie en industrialisatie, bleek onlangs ook bij ons thuis. Onze zoon was nog geen week oud toen mijn vriend aan het uitvinden sloeg met de uitwasbare luiers die we hadden aangeschaft. Want ze namen toch wel weinig vocht op, die uitneembare handdoekjes. Zou het niet een goed idee zijn om tussen het bamboe inlegvel – het enige deel dat niet herbruikbaar is, voor de poep – en die handdoekjes nog wat absorberende korrels te doen? Er werden korrels in huis gehaald, er werd geprobeerd de korrels in de vellen te vouwen. Het werd er niet alleen duurder, maar ook een stuk minder duurzaam op. In feite was mijn vriend bezig de wegwerpluier opnieuw uit te vinden. Dat experiment is dus gestaakt.

Terug naar het wattenstaafje, waar het allemaal mee begon. Ook dat had beter een klein, eenmalig experiment kunnen blijven. Hout met wat katoen erom. Die ene moeder, die ene baby. We hadden er niets van geweten. En die sewage surfer, die had vast iets anders gevonden om zich staande mee te houden in de stroming.

Sewage surfer, 2017, Justin Hofman.

Filosofie en beeld
Beeldende kunst prikkelt niet alleen de zintuigen, maar ook de geest. In deze rubriek bespreekt een auteur tot welke filosofische reflecties een beeldend werk aanzet.