Log in

Wachtwoord vergeten?

Word lid Log in Contact

Filosofie.nl

donderdag 30 juni 2011

Erno Eskens over de onverdoofde rituele slacht

Een ruime Kamermeerderheid neemt het wetsvoorstel van de Partij voor de Dieren, waarin de onverdoofde rituele slacht wordt verboden, afgelopen week aan. In Trouw beargumenteerde filosoof René ten Bos dat wij onze pijn projecteren op dieren. Daarmee stelt hij het verbod ter discussie. Wij vroegen Erno Eskens om zijn reflecties.


Eskens, filosoof, politicoloog en auteur van onder andere Democratie voor dieren, staat achter het verbod op de onverdoofde rituele slacht. Volgens Eskens is het de taak van de staat om ieders belang te beschermen –ook van degenen die gezien worden als ‘lagere wezen’. Botsingen tussen belangen moeten afgewogen worden in de politieke arena.

Klopt het volgens u dat, zowel op de joodse als op de islamitische manier, ritueel slachten meer dierenleed veroorzaakt dan niet ritueel slachten?
‘Het gaat niet om ritueel slachten, maar om een specifieke variant daarvan, namelijk het onverdoofd ritueel slachten. Niemand heeft bezwaar tegen rituelen. Bij het onverdoofd ritueel slachten wordt zonder verdoving de keel van het dier doorgesneden. Vervolgens bloedt het dier dood. Het lijkt mij evident dat dit enig ongerief voor het dier met zich meebrengt. De vraag moet niet zijn of dat ongerief acceptabel is, maar of het minder kan. En het kan minder, door de dieren eerst te verdoven. Als dieren eerst op een goede manier worden verdoofd voelen ze geweld minder.
De verdoofde slacht kan overigens ook beroerd zijn, wanneer ze verkeerd wordt uitgevoerd. De slachter verdooft bijvoorbeeld zijn kippen met stroom. Maar om het vlees niet aan te tasten, stellen slachters de stroom stelselmatig te zwak af. Dat zorgt ervoor dat de kippen soms nog spartelen en daardoor het automatische mes missen. Vervolgens belanden ze in de broeibak waar ze levend worden geplukt. Stichting Dier & Recht en andere organisaties brachten deze misstanden al jaren geleden naar voren in de Tweede Kamer. Toen hadden weinig partijen hier oor naar. Maar nu de onverdoofde rituele slacht ter discussie staat en iedereen de vergelijking zoekt met de verdoofde slacht, wordt ook de reguliere slacht plots weer een issue. Dat is heel fijn, want het zou goed zijn als alle misstanden worden aangepakt. Het zou natuurlijk nog beter zijn als we helemaal geen dieren eten. We kunnen zonder. Waarom zou je gewelddadig handelen als dat niet nodig is?’

Stel dat ritueel slachten inderdaad meer leed veroorzaakt dan verdoofd slachten. Hoe is dan het voorkomen van dierenleed boven het recht op godsdienstvrijheid te stellen? Maakt u hier bijvoorbeeld gebruik van het utilisme, van deugdethiek of van kantiaanse ethiek? (Voor de lezer: In het utilisme wordt het goede gezien als datgene wat het meest algemene nut, geluk en/of welvaart teweeg brengt. In deugdethiek staat het karakter van een ethisch persoon meer op de voorgrond dan zijn handelen: goed doen is handelen volgens een bepaalde deugd, zoals dapperheid. Voor Kant is een handeling goed wanneer je tegelijk kunt willen en redelijk bedenken dat je handeling tot algemene wet wordt verheven. Dit volgt volgens Kant uit het gebod om de medemens altijd als middel en nooit louter als doel te zien.)
‘Ik zie iets goeds in alle filosofische stromingen. Enig utilisme is me niet vreemd, en wie wil niet deugdzaam zijn of goede regels voor het morele leven volgen? Deze grote stromingen verwoorden ieder op hun manier hoe je als moreel persoon je handelingen moet afwegen. Juist omdat ik, net als de meesten van ons, slinger tussen de drie visies (utilisme, deugdethiek en kantiaanse ethiek) stel ik mezelf de volgende vraag: wat doen we normaal gesproken als we elkaar confronteren met verschillende meningen die op zich acceptabel zijn? Die wegen we af in de politieke arena. Dat moeten we nu ook doen.
De politieke arena is geen neutrale ontmoetingsplaats van stromingen en meningen. Het is een plek waar we onze meningen inbrengen volgens vastgestelde procedures. We vinden bijvoorbeeld dat we in een democratie alle belangenhebbenden moeten horen en hun belangen fair moeten wegen. De procedure voor dat wegen is vastgelegd in onze grondwet. Daar staat dat de overheid gelijke gevallen gelijk moet beoordelen. Ik vraag mij dan af: zou dit alles ook voor dieren kunnen gelden? Zouden wij hun belangen niet ook moeten horen en vertegenwoordigen in het democratisch proces? En zouden we die belangen niet ook in gelijke gevallen gelijk moeten beoordelen? Ik denk van wel. We moeten dieren als burgers gaan zien, niet als hamburgers.’

Zowel de joodse gemeenschap als de islamitische gemeenschap hebben laten weten het oneens te zijn met het voorgenomen verbod. Vanuit de joodse gemeenschap is vooral het geluid te horen dat koosjer slachten juist draait om diervriendelijkheid. Uit islamitische hoek komt het verwijt dat het verbod een verhulde manier is om de Islamitische gemeenschap dwars te zitten. Hoe kijkt u aan tegen deze twee verweren?
‘Het is goed om te weten dat Turkije de onverdoofde slacht verbiedt. De moslims vinden die slacht, in het licht van de moderne verdovingstechnieken, in strijd met de eis van diervriendelijkheid. Veel joodse geleerden pleiten ook voor verdoving, als deze maar niet op zich al dodelijk is. Klaarblijkelijk is het wetsvoorstel niet per definitie anti-islam of anti-joods. De insinuatie dat het wetsvoorstel van de PvdD tegen religies is gericht, lijkt mij dan ook nogal flauw. Iedereen weet dat de PvdD tolerantie en godsdienstvrijheid hoog in het vaandel heeft. Om daar reli-haat in te ontwaren, getuigt van weinig realiteitszin. Alleen over de PVV, die het voorstel grotendeels steunt, zou je kunnen twijfelen. Maar deze ‘anti-islampartij’ leunt zwaar op joodse fondsen en neemt dus een groot risico door ook de Joodse onverdoofde slacht te verbieden. Klaarblijkelijk vinden ook de PVV’ers dat religieuze gevoeligheden hier niet de doorslag mogen geven en speelt ook hier het oprechte verlangen om iets voor de dieren te doen.’

Wat vindt u van de plannen van de CU om uitzonderingen te maken voor ‘bepaalde religieuze groeperingen’?
‘Uitzonderingen maken kan goed zijn, maar niet als dit tot groot leed lijdt. We maken ook geen uitzondering als het om stenigen gaat. We zouden naar mijn mening geen uitzondering mogen maken voor zaken die onnodige fysieke pijn veroorzaken. Dat is de hele inzet van de Verklaring van de rechten van de mens. Het is de taak van de staat om betrokken te beschermen tegen onnodige wreedheden. Het lichaam moet beschermd worden tegen krachten van buiten. Omdat ook koeien en schapen een gevoelig lichaam hebben, kan dat argument van lichamelijke integriteit ook voor hen gelden. We zouden alle lichamen op dezelfde manier moeten beschermen. Gelijke gevallen horen wat dit betreft op een gelijke manier behandeld te worden.’

Volgens rechtsgeleerde Bart Labuschagne is dierenwelzijn onderdeel van onze morele wereld geworden. Hoe kunt u dit filosofisch duiden?
‘Sinds de late Verlichting hebben we onze opvattingen over de morele wereld sterk veranderd. Voor die tijd was het gangbaar dat machtige mensen met vermeende hogere intellectuele vaardigheden de morele koers voor de lagere elementen bepaalden. Zo bepaalde God de morele koers voor de mens; koningen (die zich met de intellectuele machten van God vereenzelvigden) stuurden het volk aan en de man (naar het beeld van God geschapen) stond boven de vrouw. In de Romantiek vervangt een belangendemocratie deze vorm van intellectdemocratie. De gedachte wordt nu dat iedereen zijn eigen pursuit of happiness heeft; iedereen heeft belangen en wensen en al die belangen en wensen moeten volgens vaste procedures worden gehoord en gewogen in de politieke arena. Het Westen krijgt dan oog voor de belangen van de ‘lagere wezens’ zoals de vrouwen en de slaven. Vooral de laatste eeuw willen mensen ook de belangen van dieren meewegen. In mijn optiek is dat een goede ontwikkeling: je hoort dieren niet uit te sluiten op basis van het triviale kenmerk dat ze toevallig dier zijn. Dat is net zo verwerpelijk als vrouwen uitsluiten omdat ze toevallig vrouw zijn. Je moet kijken naar eigenschappen die er wel toe doen: hebben we te maken met een wezen dat belangen heeft? Onze democratie is pas voltooid als we alle belangen op gelijke wijze meewegen. Je mag belanghebbenden niet op voorhand uitsluiten. Dieren horen daarom ook te vallen onder artikel 1 van de grondwet: allen die zich in Nederland bevinden, worden in gelijke gevallen gelijk behandeld.’

Jeroen Hekking