Home Een breuk in de wereld

Een breuk in de wereld

In deze rubriek leest, wikt en weegt een vakgenoot recent verschenen Nederlandstalige boeken of belangrijke vertalingen in het brede wijsgerige veld.

Door Ype de Boer op 25 augustus 2022

Een breuk in de wereld
wijsgerig perspectief 03 2022
Wijsgerig Perspectief nr 3/2022 Wijsgerig Perspectief Lees het magazine

Dit artikel krijgt u van ons cadeau

Wilt u onbeperkt toegang tot de artikelen op Filosofie.nl? U bent al abonnee vanaf €4,99 per maand. Sluit hier een abonnement af en u heeft direct toegang.

In augustus 2022 verscheen de Nederlandse vertaling van Rick Dolphijns The Philosophy of Matter, door Noordboek uitgegeven als Filosofie van de materie. Dolphijn zelf noemt het werk een ‘meditatie’. Hij stelt dat het boek niet zozeer erfgenaam is van een traditie als wel van een revolutionaire ‘onderstroom’, waar Spinoza’s werk de krachtigste uitdrukking van zou zijn: ‘een wilder, ongetemder denken dat niet past in de politieke, religieuze of economische stromen van wat ik “het presente” noem’ (Dolphijn, 12).

Dolphijn brengt op idiosyncratische, explosieve wijze filosofen, kunstenaars, literatoren, wetenschappers en architecten samen om na te denken over wat hij ‘materie’, ‘verbeelding’, ‘de breuk’ en ‘filosofisch landmeten’ noemt. Hij zoekt naar de ‘mogelijkheid van een geheel-ander leven’, dat in het teken staat van een radicale ontvankelijkheid voor wat buiten bekende denk- en leefkaders valt (Dolphijn, 59). In die sterk op Deleuze geïnspireerde zoektocht vindt Dolphijn metgezellen onder anti-humanisten, ecofeministen en speculatief realisten.

Dolphijn is op zijn best wanneer hij schrijft over de filosofen, auteurs en kunstenaars die hem dierbaar zijn. In zijn handen toont Spinoza zich een onuitputtelijke ­revolutionaire kracht. Ook laat Dolphijn zien hoe ‘het vreemde eiland’ uit Michel Tourniers Vrijdag of het andere eiland, een herschrijving van Daniel Defoes Robinson Crusoë, de ideologische aannames van de gestrande Crusoë stukje bij beetje doet afbrokkelen. Kwantummechanica en hedendaagse dans helpen Dolphijn om ‘een nieuwe aarde’ in kaart brengen. En als groot liefhebber van het werk van Haruki Murakami genoot ik van Dolphijns originele lezing van enkele werken van deze Japanse meester. Kafka op het Strand en 1Q84 bieden voor Dolphijn aanleiding tot interessante reflecties over ‘een breuk in de wereld’. Verderop in zijn boek geeft Dolphijn een prachtige bespreking van kunst aan de hand van Murakami’s De moord op Commendatore.

In die zin is Filosofie van de materie een kunstige aaneenrijging van constructieve odes – een ‘lappendeken’ van lof, om een van Dolphijns eigen beelden te gebruiken. Springend van riviersteen naar riviersteen probeert Dolphijn steeds de ‘materie’ of de ‘stroom’ aan het woord te laten. Het was ongetwijfeld zijn voornemen om een Nietzscheaans boek te schrijven dat volmondig ‘ja’ zegt, ook of precies tegen die aspecten van het bestaan die onbedwingbaar en gevaarlijk lijken.

Een affirmatief boek dus, ware het niet dat deze lofzang tegelijkertijd ingekaderd is in een mammoettegenstelling. Voor een auteur die op meerdere plekken en in grote bewoordingen stelt dat het ware probleem – welk probleem? alle problemen! – uit ‘dualistisch’ denken stamt, creëert Dolphijn wel een erg simplistische oppositie tussen onderstroom en oppervlakte, chaos en orde, verzet en machthebbers. Vervolgens kiest hij, eveneens zonder expliciete reflectie en zonder enige terughoudendheid, voor de chaoskant. Wat dat betreft is Dolphijns wereld even overzichtelijk als Star Wars, hoewel in de lezing van Dolphijn niet het licht, maar de duisternis de bron van leven is (Dolphijn, 76). Aan de ene kant zijn er de kwaadaardige, fascistische en dood-minnende machten aangevoerd door ‘Darth Vader’ Descartes: ‘Zijn aantrekkingskracht voor machthebbers is de enige reden waarom het cartesianisme tot op vandaag de dominante denkstructuur is gebleven’ (Dolphijn, 13). Aan de andere kant is er het verzet van ‘Luke Skywalker’ de Spinoza en zijn kompanen, die heroïsch vanuit ‘de wond’ leven en een nieuwe, sympathiekere aarde voorbereiden.

Zo’n theatrale tegenstelling hoeft op zichzelf geen probleem te zijn – polemiek en karikatuur zijn vaak goede vrienden van filosofen. Maar er is een onacceptabel scheve verhouding tussen Dolphijns bombastische uitlatingen over de moderniteit en zijn onderbouwing daarvan. Nergens wordt duidelijk wat nu precies die problemen, denkfouten en andere gruwelen zijn waartegen hij zich verzet. In die zin heeft het boek iets weg van schaduwboksen. Elke zoveel pagina’s worden kapitalisme, humanisme en religie op één hoop gegooid en in dezelfde regel weggeslagen, maar nergens krijgen we een analyse of bespreking. We moeten simpelweg aannemen dat Descartes zelf een malin genie was en dat alle maatschappelijke systemen en wensen van stabiliteit corrupt zijn.

Het ongeduld voor ‘de vijand’ dat Dolphijn aan de dag legt, doet me denken aan een waarschuwing van de Italiaanse filosoof Giorgio Agamben: ‘met een vijand waarvan de structuur onbekend blijft zal men zich vroeg of laat identificeren’ (Agamben, 35). Zou men bijvoorbeeld niet kunnen betogen dat het kapitalisme eigenlijk heerlijk vaart op de door Dolphijn geprezen inclinaties van de ‘onderstroom’ om de status quo te doorbreken, steeds nieuwe levensvormen te ontdekken, uitdrukkingsstijlen te vinden, enzovoort? En ook: als we zo boos moeten zijn op de machten van ‘het presente’ en op ordes in het algemeen, hoe moeten we dan de instituten, beurzen, economische stromen en infrastructuren waarderen die, getuige het voorwoord, Filosofie van de materie mogelijk hebben gemaakt (Dolphijn reisde al kunst en informatie consumerend heen en weer tussen Utrecht en Hongkong)?

Niettemin heeft Rick Dolphijn een vurig boek geschreven dat barst van de creativiteit. Hij is erin geslaagd om ondanks een technisch en idiosyncratisch vocabulaire een verrassend vloeiende tekst te schrijven, waarin hij niet alleen met nieuwe filosofische materie maar ook met nieuwe taal experimenteert. Zeker lezers die eerst en vooral inspiratie willen halen uit een filosofische tekst, kan ik het boek aanraden.

Filosofie van de materie
Rick Dolphijn
Vert. Rutger Cornets de Groot
Uitgeverij Noordboek
144 p. / € 19,90