Home De verlichting en de problematiek van het kwaad

De verlichting en de problematiek van het kwaad

Door Donald Loose op 31 januari 2014

Cover van 02-2006
02-2006 Wijsgerig Perspectief Lees het magazine

Met de verlichting komt de mens centraal te staan als de verantwoordelijke in het spanningsveld van vrijheid en determinisme. Daarmee dreigt hij zich ook de schuld van alle kwaad op de hals te halen en wordt de theodicee een antropodicee. Hij kan daar op twee manieren onderuit komen: ofwel wordt alle dwingende natuurwetmatigheid secundair en is nog slechts het morele kwaad relevant, ofwel wordt de vrijheid zelf herleid tot het natuurlijk determinisme. Kant wist echter die spanning in het verlichtingsdenken overeind te houden.

De tsunami, die op 26 december 2004 de Aziatische kusten teisterde, heeft ons eraan herinnerd dat de natuur alsnog op onvoorspelbare wijze weet terug te slaan in het door onszelf georganiseerde aardse paradijs. Toch heeft de tsunami niet een intellectuele aardschok teweeggebracht zoals die volgde op de grote aardbeving van 1755 in Lissabon. Zoals die het einde van de klassieke theodicee en van de soevereine rol van God in de kosmos inluidde, zo had deze schok het begin kunnen zijn van een wereldbeeld waarin de soevereine rol van de mens in de natuur en het verlichtingsdenken weer aan bevraging toe waren. Toch getuigt de massale solidariteit met de slachtoffers eerder van het tegendeel. Dat de natuur zo verraderlijk kon terugslaan in een wereldbeeld dat sinds de moderne tijd gedomineerd wordt door de overmacht van de mens op de natuur, was zo een onuitstaanbare gedachte voor de gevestigde suprematie van de mens op de natuur dat vooral die idee meteen – koste wat het kost – moest worden afgekocht met hectische ondernemingszin. Sedert de verlichting kunnen we kwaad dat we zelf aanrichten beter uitstaan dan het kwaad dat we ondergaan. Het eerste verstoort tenminste niet de idee van de autonomie van de mens. Met een zelfbeschuldiging en met het weer afkopen van die schuld houden we het moderne paradigma van de mens als heer en meester van de natuur overeind. Een natuurramp wordt meer en meer gedefinieerd als de combinatie van het onbeheersbaar natuurfenomeen zelf en de impact ervan op de leefwereld van de mens. De kwetsbaarheid van de ene regio in vergelijking met die van een andere maakt uiteindelijk het verschil. Dat betekent dat men eigenlijk niet van een natuurramp moet spreken, maar van een sociale ramp, of van een ramp die de onrechtvaardigheid  van de kosmopolitische orde van de mensheid blootlegt. Uiteindelijk wordt alle kwaad dan moreel kwaad, omdat de mens er zowel in de rol van verantwoordelijke als in die van slachtoffer de beslissende factor is.

Dit artikel is exclusief voor abonnees

Dit artikel op Filosofie.nl is alleen toegankelijk voor abonnees. Met liefde en zorg werken wij iedere dag weer aan de beste verhalen over filosofie. Steun ons door lid te worden voor maar €4,99 per maand. Log in om als abonnee direct verder te kunnen lezen of sluit een abonnement af.