Log in

Wachtwoord vergeten?

Word lid Log in Contact

Filosofie.nl

vrijdag 2 oktober 2020

‘De mens heeft talent voor eenzaamheid’

Andrea Reuvers en Hannah Achterbosch

In haar nieuwe boek De lege hemel gaat Marjan Slob op zoek naar de betekenis van eenzaamheid. Ze waarschuwt ervoor om bij dit thema te snel in de ‘actiestand’ te gaan. ‘Ik geloof niet dat eenzaamheid te bestrijden is via een of ander stappenplan.’

Twee jaar geleden begon Marjan Slob aan het schrijven van haar boek De lege hemel. Over eenzaamheid. Het schrijven over eenzaamheid was aanvankelijk een worsteling, want wat moest deze filosoof die eerder te weinig dan te veel alleen is met een thema als eenzaamheid? ‘Als filosoof wil je beschouwen, zonder dat je pretendeert de eenzaamheid van anderen te doorgronden. Tegelijkertijd wil ik niet afstandelijk oreren over het leven van anderen en komt het onderwerp dichtbij. Ook ik ken eenzaamheid, ook al zijn mijn ervaringen niet te vergelijken met iemand die zijn partner verloren heeft bijvoorbeeld. Hoe een ander eenzaamheid beleeft, daar wil ik van afblijven’.

Want als we het over eenzaamheid hebben, gaan we te snel in de actiestand om eenzaamheid van de ander te verhelpen. Vooral beleidsmakers zijn geneigd over te gaan tot actie, en methodes en middelen te bedenken om eenzaamheid te verhelpen. Maar het onderzoek en de data waarop diezelfde beleidsmakers zich baseren, daar heeft Slob niet zoveel vertrouwen in. ‘Ik ben niet tegen empirie, ik zie mijzelf als empirisch filosoof, maar ik vraag me wel af of we wel iets te weten komen over eenzaamheid door het afnemen van zelfscoringslijsten. Eigenlijk staan we veel te weinig stil bij wat eenzaamheid in wezen is. Ik heb geen kritiek op mensen die anderen willen helpen, die hebben misschien wel een veel groter hart dan ik, maar mijn bijdrage zie ik meer als een onderzoek naar hoe ik eenzaamheid kan begrijpen.’

Het duurde even voordat Slob de juiste toon had gevonden om een synthese tot stand te brengen tussen een filosofische en persoonlijke beschouwing. Zo haalt Slob zowel  de Amerikaanse filosoof Dennett aan als haar persoonlijke held David Bowie omdat ze aan de hand van Bowies transformaties kon verkennen hoe je volgens haar elegant met het gegeven van menselijke eenzaamheid om kunt gaan.

Want eenzaamheid is in de eerste plaats een menselijke conditie, volgens Slob. ‘Het is het nare gevoel van lijden aan een gebrek aan verbinding. Wat emoties onderscheid van gevoelens is dat emoties puur lichamelijke impulsen zijn die aanzetten tot gedrag, terwijl gevoelens ook om duiding van je eigen positie, vermogen tot reflectie, vragen. Veel dieren zullen emoties hebben, maar de mens is vermoedelijk de enige diersoort die in staat is tot zo’n complex gevoel als eenzaamheid. Eenzaamheid is daarmee filosofisch gezien een interessant gegeven.

Slob ziet eenzaamheid als een onfortuinlijk gevoel dat alleen kan ontstaan in wezens die mentaal spelen met dimensies als ruimte en tijd. Ze legt dit uit aan de hand van een ruimtemetafoor, die ze in haar boek omschrijft als ‘het menselijk vermogen om via taal afstand te nemen van jezelf en je directe omgeving, en daarmee een soort ruimtereiziger te worden.’ Iemand die zich via taal andere mogelijkheden kan voorstellen, creëert mentale ruimte. ‘Eenzaamheid opent ruimtes naar de toekomst en het verleden, naar de huidige wereld en naar mogelijke andere werelden. Door afstand te nemen van jezelf, opent zich een oneindige ruimte aan mogelijkheden.’

‘Het ervaren van die mogelijkheden kan een kracht zijn om je situatie te verbeteren, maar het gevoel kan je ook lam slaan als je moet constateren dat je meer verbondenheid zou willen voelen met het bestaan dan je nu doet. Met de ruimtemetafoor doel ik dus niet op een ontsnapping aan het gevoel van eenzaamheid, het is eerder een illustratie die laat zien dat mensen in staat zijn te constateren dat ze zich in een andere situatie bevinden dan ze zouden willen. Eenzaamheid is een naar gevoel, maar tegelijkertijd legt het ook jouw mogelijkheden als mens bloot. Wat voor wezen is de mens dan eigenlijk? Een wezen met een talent voor eenzaamheid.’

In die constatering schuilt ook meteen de kritiek op hoe er maatschappelijk met eenzaamheid wordt omgegaan. ‘Door de reflex van met name beleidsmakers om meteen te hulp te schieten, ontstaat er een scheiding tussen het eenzame slachtoffer en de helper die denkt te weten hoe die eenzaamheid opgelost moet worden. Dat is geen gedeelde situatie, want een hulpverlener en een eenzame hoeven niet dezelfde opvatting te hebben over hoe ‘verbinding’ , als oplossing voor eenzaamheid, er uit ziet. Door eenzaamheid te beschouwen als iets dat ook mij overkomt, laat ik zien dat we als mens allemaal in hetzelfde schuitje zitten. Niemand hoeft van mij een oplossing voor eenzaamheid te verwachten. Ik geloof niet dat eenzaamheid te bestrijden is via een of ander stappenplan. Maar ik geloof wel in een luisterend oor. In compassie.’