Home Filosofie en literatuur De literaire zone: De gebroeders Karamazow
Filosofie en literatuur

De literaire zone: De gebroeders Karamazow

Door Antoine Verbij op 18 april 2005

04-2005 Filosofie magazine Lees het magazine

Een half jaar voor zijn dood ontpopt Dostojevski zich opnieuw als profeet. ‘Dostojevski heeft zich met de hysterie van een dronken wijf aan het “gespuis” van Rusland vastgeklampt en is er de profeet van geworden.’

Dit artikel is exclusief voor abonnees

Dit artikel op Filosofie.nl is alleen toegankelijk voor abonnees. Met liefde en zorg werken wij iedere dag weer aan de beste verhalen over filosofie. Steun ons door lid te worden voor maar €4,99 per maand. Log in om als abonnee direct verder te kunnen lezen of sluit een abonnement af.

Verzoening! Broederschap! Harmonie! Het evangelie van Christus! De woorden waren balsem voor de ziel van zijn gehoor. Over de hoofden van zijn Russische toehoorders heen stak Dostojevski een hand uit naar Europa, naar het godverlaten Westen dat hij altijd zo had verfoeid. Komt Europeanen! Laaft U aan de Russische ziel die alle mensen verenigt! Want een echte Rus gaat het lot van Europa net zo aan het hart als Rusland zelf! Ons lot is de universaliteit en de algehele broederschap!

De mensen klapten en juichten, barstten in tranen uit, vielen de spreker in de armen, zoenden hem. Dostojevski sprak bij gelegenheid van de onthulling van het grote Poesjkin-standbeeld in Moskou. Het was juni 1880. Het was het laatste publieke optreden van de schrijver. Een half jaar later was hij dood.

‘Dostojevski heeft zich met de hysterie van een dronken wijf aan het “gespuis” van Rusland vastgeklampt en is er de profeet van geworden’, schreef de filosoof Vasili Rozanov. ‘De profeet “van morgen” en de zanger van “het verre verleden”. Een “vandaag” is er bij Dostojevski nooit geweest.’

Rozanov was getrouwd met de grootste liefde in Dostojevski’s leven, Polina Soeslova. Hij schreef een in Rusland veel geroemde monografie over Dostojevski’s ‘Legende van de Grootinquisiteur’. Toch was in alles het tegendeel van de grote schrijver. Niets doen, zwijgen, voor het raam zitten en uit de neus peuteren, dat was voor hem de weg naar het heil.
 
In zijn duldzaamheid lijkt Rozanov op de Jezus in het verhaal van de Grootinquisiteur. In zijn laatste grote roman, De gebroeders Karamazov, laat Dostojevski de aartstwijfelaar Ivan Karamazov het verhaal vertellen aan zijn diepgelovige broertje Aljosja. Hij vertelt hoe Jezus terugkeert naar de aarde ten tijde van de Inquisitie. De bevrijder van de mensheid wordt meteen in de kerker gesmeten. Daar legt de Grootinquisiteur hem uit dat de mensen de vrijheid niet aankunnen en dat daarom de Inquisitie nodig is. ‘Je komt ons storen. Je hebt de brandstapel meer verdiend dan iemand anders. Morgen laat ik je verbranden. Dixi!’ Jezus hoort hem zwijgend aan en als de oude man is uitgesproken, staat hij op en geeft hem ‘zacht een kus op zijn bloedeloze mond’.

‘Hoe kun je leven, hoe kun je liefhebben met zo’n hel in je hoofd’, roept Aljosja treurig uit nadat Ivan klaar is met vertellen. ‘Er bestaat een kracht die alles verdraagt’, antwoordt Ivan. ‘Dat is de kracht der Karamazovs. De kracht van de verdorvenheid.’ Honderden bladzijden lang schildert Dostojevski de verdorvenheid der Karamazovs. De liederlijke vader, die zuipt en achter de vrouwen aan zit en door een gruwelijk moord om het leven komt. De hysterische zoon Dmitri, die met zijn vader om een vrouw vecht en daarom van de moord beschuldigd wordt. De godloochenaar Ivan die probeert de godvruchtige Aljosja in zijn geloofstwijfel mee te slepen.

De gebroeders Karamazov was Dostojevski’s ultieme poging om geloof en leven, het universele en het banale met elkaar te verzoenen. Hij kwam er niet uit. In zijn Poesjkin-toespraak besloot hij zichzelf te overschreeuwen. Als het uitverkoren volk der Russen zich liefdevol ontfermt over het verdorven Europa, is de mensheid gered. Voor Dostojevski stond Rusland voor het universele, het algemeen-menselijke, het morele, en Europa voor het banale, het materiële, het decadente. Dostojevski wist waarover hij sprak. In Europa had hij immers in gezelschap van Polina Soeslova al zijn geld in de casino’s verbrast.

Rozanov had gelijk. Dostojevski kon goed overweg met het verleden en de toekomst, maar hij wist absoluut niet wat hij met ‘vandaag’ aan moest. Dat is nergens zo duidelijk als in De gebroeders Karamazov. Geen van de drie broers is in staat een gewoon, eenvoudig leven te leiden. Dmitri Karamazov neemt liever de schuld op zich van een vadermoord die hij niet heeft gepleegd, dan zich te verzoenen met de onvolmaaktheid van het bestaan. Ivan Karamazov wenst zich niet te bedienen van een verstand dat hem geen antwoord geeft op de laatste vragen en wordt gek. Aljosja Karamazov kan alleen leven door zichzelf te verliezen in een medelijden dat zich over de gehele ongelukkige mensheid uitstrekt. Geen van hen is in staat om bij het raam te gaan zitten en naar de zonsondergang te kijken.

Duivel
Heel wat filosofen hebben zich over de roman gebogen. En zoals dat met filosofen gaat: ze hadden alleen oog voor het universele. Dus gingen al hun beschouwingen maar over één hoofdstuk: ‘De Grootinquisiteur’. Wat is er naar aanleiding van dat hoofdstuk niet allemaal geschreven over de ondraaglijkheid van de vrijheid, de onmacht van het verstand, de onhoudbaarheid van het geloof en de vergeefsheid van de liefde!

Maar daar zit niet het filosofische probleem van de roman. Dostojevski’s probleem was niet dat van het conflict tussen geloof en verstand, al laat hij zijn personages daar tot gekwordens toe over redeneren. Nee, zijn probleem was hoe er met al die grote vragen te leven valt. En voor dat probleem had hij geen oplossing. Althans geen oplossing die hij wilde accepteren.

Kort voordat de gekte bij hem toeslaat, droomt Ivan Karamazov dat de duivel bij hem op bezoek komt. Een beschaafd en vriendelijk mannetje met het uiterlijk van een verarmde grootgrondbezitter. Voor het probleem van het leven heeft het een simpele oplossing: schaf God af. ‘Als alle mensen God verloochenen’, redeneert het duiveltje, ‘dan zullen ze zich verenigen om alles van het leven te nemen wat vreugde en geluk brengt. Dan weten ze tenminste dat het geluk en de liefde niet tot na de dood duren en zullen ze zich er des te heviger voor inzetten.’

Ivan wil van die oplossing niets weten. Hij houdt zijn handen voor zijn oren. Hij gooit zijn theeglas naar de duivel. Zijn angst is dat zonder God alles is geoorloofd. Dan mag Dmitri zelfs zijn vader vermoorden. Dan helpt alleen nog een Grootinquisiteur om de mensen in het gareel te houden.

Dostojevski had er niet het minste vertrouwen in dat mensen zonder God goed en kwaad van elkaar konden onderscheiden. Op elke bladzijde van De gebroeders Karamazov pepert hij dat de lezer in. Alle personages in de roman willen het goede en doen het kwade. Wat is de uitweg? Zonder het te willen koos Dostojevski een oplossing die geheel in de geest was van de Grootinquisiteur. Als alle Russen nu maar in God geloven, kunnen ze Europa van de duivel verlossen. Dat was de grootse, al te grootse boodschap van zijn toespraak ter ere van Poesjkin.

Rozanov had een simpelere oplossing. Hoezeer hij Dostojevski ook liefhad, hij geloofde niet in heilige missies in dienst van een reddende God. Hij had zijn eigen, intieme, fallische God. ‘Wanneer ik hem met de linkerhand beroer, schrijf ik beter.’

Hannah Arendt (1906-1975), Over revolutie (1963)Het medelijden dat Jezus voor de mensen voelt is woordeloos. Daarom blijft het politiek irrelevant en zonder gevolgen.

Albert Camus (1913-1960), De mens in opstand (1951) – Ivan Karamazov wijst het geloof in God af en verlaat zich op het hogere principe van de gerechtigheid. Maar na die afwijzing blijft niets dan het leven zelf over, waarin geen deugd of wet meer geldt.

Sigmund Freud (1856-1939), Dostojevski en parricide (1928) – De rivaliteit om een vrouw tussen Dmitri Karamazov en zijn vader, en de moord op de vader van de gebroeders Karamazov zijn een typisch voorbeeld van het Oedipuscomplex.

Ludwig Wittgenstein (1889-1951), Briefwisseling met Max Bieler – Het personage van de religieuze leider Zosima is iemand die regelrecht in de ziel van anderen kan kijken en vervolgens goede raad kan geven. Daarmee belichaamt Zosima een ‘krachtig christelijk ideaal’.