Home De estafette: De eeuwige wederkeer van het nieuwe

De estafette: De eeuwige wederkeer van het nieuwe

Door Thijs Lijster op 20 juni 2014

Cover van 02-2014
02-2014 Wijsgerig Perspectief Lees het magazine

Een van de grote filosofische problemen van deze tijd is de tijd zelf, meer in het bijzonder de versnelling van de tijd. Vraag aan een willekeurig iemand hoe het met hem of haar gaat, en je hebt een grote kans dat het antwoord zal luiden: ‘Druk!’ Zoals de Duitse socioloog Hartmut Rosa zegt, wordt het alledaagse leven tegenwoordig gekarakteriseerd door een ‘retoriek van het moeten’: ik moet nog zoveel e-mails beantwoorden, ik moet mijn belastingaangifte nog doen, ik moet een stukje schrijven voor Wijsgerig Perspectief, ik moet die nieuwe roman van Stefan Hertmans nog lezen, en ik zou eigenlijk ook nog eens iets aan mijn conditie moeten doen. Het resultaat is een samenleving van ‘schuldige subjecten’, die voortdurend het gevoel hebben achter de feiten aan te lopen, controle en overzicht over hun leven verliezen, en massaal te kampen hebben met burn-out- en stressklachten.

Dit artikel is exclusief voor abonnees

Dit artikel op Filosofie.nl is alleen toegankelijk voor abonnees. Met liefde en zorg werken wij iedere dag weer aan de beste verhalen over filosofie. Steun ons door lid te worden voor maar €4,99 per maand. Log in om als abonnee direct verder te kunnen lezen of sluit een abonnement af.

Maar in hoeverre is dit een filosofisch probleem, en niet vooral een maatschappelijk probleem? Voor de filosofie is deze ‘sociale acceleratie’ (Rosa) een probleem in zoverre dat zij zichzelf sinds de Verlichting steeds heeft gezien als de motor van maatschappelijke verandering. De filosofie diende heilige huisjes omver te werpen, ons uit onze dogmatische sluimer te doen ontwaken, en ten slotte de wereld niet alleen opnieuw te interpreteren, maar ook te veranderen. Arthur Rimbauds ‘Il faut être absolument moderne’ was in de moderniteit steeds het dictum niet alleen van de kunsten, maar ook van het denken. Dat maakte ook de kritische kracht van de filosofie uit, eerst ingezet tegen het Ancien Régime, later tegen de bourgeoisie. Vooral links georiënteerde denkers plaatsten de idealen van verandering, vernieuwing en creativiteit – belichaamd door de kunst en de filosofie – tegenover de starheid en eenvormigheid van traditie en status-quo.

Maar wat als vernieuwing en verandering zelf een bron van maatschappelijke problemen worden? Zoals Peter Sloterdijk al opmerkte, vormt het linkse ideaal van een ‘permanente revolutie’ de perfecte beschrijving van onze hedendaagse modus vivendi. Alle vooruitgangsscepsis van het postmodernisme ten spijt zijn innovatie en groei nog altijd de kardinale deugden van deze tijd. Maar hoe progressief is het idee van innovatie nog in een tijd waarin die met zo’n vaart plaatsvindt dat we de weg kwijtraken, gedesoriënteerd raken en het gevoel hebben dat we de controle verliezen? Het nieuwe gaat met ons op de loop, en leidt, paradoxaal genoeg, eerder tot verstarring dan tot verandering. Vernieuwing is immers een relationele categorie, niet zozeer een eigenschap van dingen: vernieuwing bestaat bij de gratie van het oude. Waar de traditie a priori afgewezen wordt en er collectieve amnesie heerst, wordt ook het nieuwe zelf problematisch. We leven in een tijd van de ‘eeuwige wederkeer van het nieuwe’, zoals Walter Benjamin het ooit zo mooi verwoordde.

Er is dan ook een groeiend verzet tegen de ontwrichtende werking van een marktsysteem dat dwingt tot steeds grotere flexibiliteit en mobiliteit, en dat in toenemende mate gericht is op kortetermijnresultaten. In de kunsten is er, mede door Richard Sennetts vlammende pleidooi, weer volop aandacht voor het ‘ambacht’, een terugkeer naar het ouderwetse, duurzame en tijdrovende handwerk, als kritiek op de snelle wegwerpcultuur van de consumptiemaatschappij. En ook de filosofie zelf wordt aangepakt als manier om pas op de plaats te maken, te bezinnen en te reflecteren op het eigen leven. Filosofie is nog nooit zo populair geweest bij een breed publiek.Toch schuilt precies daar ook een gevaar in. Want de hedendaagse ‘geest van het kapitalisme’, zo hebben Boltanski en Chiapello overtuigend aangetoond in hun klassieke studie, is net zo verliefd op ambachtelijkheid en authenticiteit als op flexibiliteit en mobiliteit. Hoe vaak zien we geen advertenties waarin op de echtheid of ambachtelijkheid van een product wordt gewezen, van bier tot diepvriespizza, en van spijkerbroek tot wandelvakantie in Griekenland? Met zijn oproep tot terugkeer naar het ambacht heeft Sennett, met andere woorden, te weinig oog voor de manier waarop het ambachtschap zelf als marketingstrategie kan worden ingezet. Op eenzelfde wijze laat ook de filosofie, althans een bepaald soort filosofie, zich al te gemakkelijk inkapselen en veranderen tot natuurreservaat voor bezinning of ‘grote trooster’ voor degenen die moeten bijkomen van het jachtige moderne leven.

Zoals gezegd heeft de versnelling van de tijd als paradoxaal gevolg de verstarring van de tijd, oftewel het einde van de geschiedenis: we ervaren de geschiedenis als iets dat volgens de noodzakelijkheid van een natuurwet en de meedogenloosheid van een tsunami over ons wordt uitgestort, en waar we geen enkele controle of overzicht over lijken te hebben. Daarmee wordt geschiedenis in feite dus getransformeerd in natuur – volgens Marx het basiskenmerk van ideologie. Vandaar ook de blijvende noodzaak van filosofie als ideologiekritiek. Dat wil dus ook zeggen: een filosofie die gericht is op verandering, zij het niet een verandering die ons overkomt, maar een verandering die het resultaat is van menselijk ingrijpen in de geschiedenis. Of, zoals Benjamin het zegt in zijn geschiedfilosofische thesen: ‘De traditie van de onderdrukten leert ons dat de “uitzonderingstoestand” waarin we leven de regel is. We moeten tot een begrip van de geschiedenis komen dat daaraan beantwoordt. Dan zal het totstandbrengen van de werkelijke uitzonderingstoestand ons als onze taak voor ogen staan.’

In deze rubriek vertelt een filosoof wat hij of zij het belangrijkste filosofische probleem van dit moment vindt en geeft daarna het stokje door. Thijs Lijster geeft het stokje door aan Martine Prange.