Home De dosis maakt het medicijn

De dosis maakt het medicijn

Wat beweegt ons denken? In deze rubriek verschijnen de mooiste odes van het digitale platform Bij Nader Inzien in druk.

Door Lyke de Vries op 23 februari 2022

De dosis maakt het medicijn
Cover van Wijsgerig Perspectief nr 1/2022
Wijsgerig Perspectief nr 1/2022 Wijsgerig Perspectief Lees het magazine

Dit artikel krijgt u van ons cadeau

Wilt u onbeperkt toegang tot de artikelen op Filosofie.nl? U bent al abonnee vanaf €4,99 per maand. Sluit hier een abonnement af en u heeft direct toegang.

Stel, je belandt met een Covid-19 infectie in het ziekenhuis en de arts behandelt je met een geneesmiddel. Zal het medicijn dan beter werken naarmate je er meer van inneemt? Wanneer is vergif giftig, en in welke situatie en hoeveelheden heeft het genezende eigenschappen?

Het is voor iedereen duidelijk dat wanneer je een overdosis van een geneesmiddel neemt, het middel niet meer genezend maar ziekmakend werkt. Dit is echter niet altijd vanzelfsprekend geweest. We hebben dit inzicht te danken aan de arts en filosoof Theophrastus Paracelsus (1493/4-1541).

Paracelsus verzette zich tegen de dominante Galeense geneeskunde van zijn tijd, die voornamelijk bestond uit het in balans brengen van de menselijke sappen, humores genaamd. Paracelsus bespotte het idee van humores en de bijbehorende wijze van genezing. In plaats daarvan zag hij ziekte als een individuele entiteit die door chemisch geproduceerde geneesmiddelen kon worden behandeld. Hij werd vanwege zijn radicale medische hervormingen zowel beroemd als berucht.

Een van Paracelsus’ bekendste ideeën is dat de dosis het middel maakt. Volgens hem hielden Galeense artsen geen rekening met de dosis van een geneesmiddel, waardoor ze mensen niet gezond maar juist nog zieker maakten. Paracelsus schreef daarop in zijn Labyrinthus und Irrgang der vermeinten Arzet: ‘Alle dingen zijn vergif en niets is zonder vergif. Alleen de dosis maakt dat een ding geen gif is en een medicijn.’ De dosis maakt het middel.

Eveneens radicaal aan deze uitspraak is het idee dat vergif niet alleen ziekmakend maar ook genezend kan werken, namelijk wanneer het vergif in een chemisch geprepareerd geneesmiddel verwerkt is en het in de juiste dosis wordt toegediend. Kwikzilver, antimonium en arsenicum, bijvoorbeeld, zouden zo kunnen bijdragen aan de genezing van een individu. Voor pijnbestrijding beschreef Paracelsus onder andere de medische werking van wat hij laudanum noemde, een opiumtinctuur, de voorloper van het laudanum dat in de zeventiende eeuw werd ontwikkeld.

De huidige westerse geneeskunde werkt nog steeds volgens het principe dat giftige stoffen in de juiste dosis genezend kunnen werken. Overigens is dit ook een van de basisprincipes binnen de homeopathie. Zowel artsen als homeopaten zien (mede) daarom in Paracelsus een voorloper.

Met zijn geneeskunde gebaseerd op chemische principes, waardoor vergif in de juiste dosis een geneesmiddel is, droeg Paracelsus bij aan de ontwikkeling van de westerse geneeskunde.