Home De correspondenten: Veertig mensen op een plein

De correspondenten: Veertig mensen op een plein

Door Oscar ten Houten op 06 november 2014

Cover van 04-2011
04-2011 Wijsgerig Perspectief Lees het magazine

Democratie is regering door het volk. En dat is de beste vorm van regering die er is, daar zijn de meeste mensen het over eens. Het is ook niet toevallig dat bijna alle politieke partijen in het Westen de democratie in hun naam en in hun vaandel dragen. Maar waar komt die democratie op neer? In veel gevallen op de mogelijkheid om eens in de vier à vijf jaar op de ene of andere kandidaat te stemmen. Meer niet. En toch zijn we eraan gehecht. ‘Democratie’ is, net als ‘vrijheid’, een woord dat een positief gevoel bij ons opwekt. Het is een woord waarmee je een product kunt verkopen, of een politieke partij.

Dit artikel is exclusief voor abonnees

Dit artikel op Filosofie.nl is alleen toegankelijk voor abonnees. Met liefde en zorg werken wij iedere dag weer aan de beste verhalen over filosofie. Steun ons door lid te worden voor maar €4,99 per maand. Log in om als abonnee direct verder te kunnen lezen of sluit een abonnement af.

Dit voorjaar braken er op verschillende plaatsen in de Arabische wereld opstanden uit tegen lokale dictaturen die sinds jaar en dag door het democratische Westen worden gesteund. De pers deed uitgebreid verslag, de commentaren waren juichend. De zucht van de Arabische volkeren naar vrijheid en naar democratie kan in het Westen op wijdverbreide sympathie rekenen, zowel van het volk als van het establishment.

Toen er op 15 mei van dit jaar in heel Spanje gedemonstreerd werd voor ‘echte democratie’ (Democracia Real YA!) was daar veel minder aandacht voor. Alsof men schaamte voelde erover te praten. Het kan toch helemaal niet dat mensen hier, in West-Europa, voor democratie demonstreren?

Spanje is hard geraakt door de economische crisis. Na jaren van kunstmatige economische groei gebaseerd op ongeremde speculaties met onroerend goed klapte de zeepbel uit elkaar en realiseren de Spanjaarden zich dat ze nog net zo arm zijn als vroeger. De werkloosheid onder jongeren is bijna 50 procent. Honderdduizenden families dreigen uit hun huizen gezet te worden, terwijl miljoenen appartementen leeg staan als gevolg van speculatie. De banken waren failliet, maar zijn gered door de regering. Het volk begint zich steeds meer af te vragen welke belangen hun democratisch gekozen vertegenwoordigers nu precies behartigen.

‘Wij zijn geen koopwaar in handen van politici en bankiers’ is de slogan die op 15 mei onverwacht veel mensen op de been bracht. Het wordt een feestelijke demonstratie, ook al leidt het in Madrid uiteindelijk tot ongeregeldheden. De politie grijpt hard in, er worden tientallen mensen gearresteerd. Een klein groepje manifestanten houdt een vreedzame sit-in om tegen het geweld te protesteren. Ze worden van de straat geknuppeld. Bloedplekken blijven achter op het asfalt.

Dat is de reactie van de democratische autoriteiten. Laat op die avond verenigen veertig mensen zich in het hart van Madrid, op Puerta del Sol. Ze zijn verontwaardigd. Hier kan het niet bij blijven. Ze kunnen nu niet naar huis gaan en doen alsof er niks gebeurd is. Gezamenlijk komen ze overeen om de nacht door te brengen op het plein. Ze gaan kamperen. Er wordt een vergadering belegd. Eten, dekens en tentzeilen zijn nodig. Prompt worden commissies Voedsel en Infrastructuur gecreëerd. Een handjevol mensen gaat de restaurants en bars van de omgeving langs om voedsel te vragen. Anderen gaan op zoek naar karton om op te slapen. Later die avond wordt de commissie Communicatie opgericht om het initiatief aan de buitenwereld te melden. Daarna volgt de commissie Recht, en aan het einde van de nacht, tussen de rotzooi, erkent men de noodzaak van een Schoonmaakcommissie. De hele nacht wordt er over politiek gepraat. Het onderwerp is eindelijk weer in de mode. Ook het onderwerp geweld komt aan bod. Sommige van de oorspronkelijke veertig acampados zijn van mening dat het gebruik van geweld tegen de autoriteiten niet bij voorbaat uitgesloten moet worden. De meerderheid is het daar echter niet mee eens. ‘Onze beweging kan alleen vreedzaam zijn. Als ze dat niet is, dan ga ik naar huis.’ Geweldloosheid wordt vervolgens als basisprincipe geadopteerd.

Een ander fundamenteel punt waarover op die eerste avond gediscussieerd wordt is de creatie van een commissie Financiën. De beweging zou zichzelf moeten bedruipen met giften van sympathisanten. Maar ook geld is een heel heikel punt, want geld corrumpeert en niemand weet wie er wel en wie er niet te vertrouwen is. De creatie van een commissie Financiën wordt ver- worpen. Alleen giften in natura worden geaccepteerd.

Instinctief lijkt het of deze twee beslissingen complementair zijn. Als je tegen geld bent, ben je tegen geweld en vice versa. En daarmee is de basis gelegd voor een anarchistische beweging die in enkele weken de centrale pleinen van alle steden in Spanje veroverde en die tot voorbeeld dient voor gelijksoortige initiatieven in heel de wereld.

Toen ik zes dagen na de demonstratie van 15 mei aankwam op Puerta del Sol stond ik midden in een maatschappij die door duizenden mensen zonder leiders was georganiseerd en die door talloze sympathisanten met materiaal en voedsel werd gesteund. Alle beslissingen werden er genomen door de Algemene Vergadering op basis van consensus en al het beleid werd voorbereid door werkgroepen waaraan iedereen kon deelnemen. Ik stond versteld. Bij het informatiepunt haalde ik een plattegrond van het plein en bij het bagagedepot liet ik mijn rugzak achter. Ik had besloten om me aan te sluiten bij de revolutie. Ik kon niet anders. Dit is, eindelijk, iets nieuws. ‘Je kunt niet weten wat democratie werkelijk betekent’, constateert een Turkse kameraad later, ‘totdat je het zelf meemaakt’.