Log in




Wachtwoord vergeten
Log in | Word lid | Service

Filosofie.nl

Filosofie Abonnement
09-12-2016

Weekendlijstje: drie redenen om te geloven dat er geen God bestaat

Met deze knop kunt u, als u lid bent, artikelen toevoegen aan een leeslijst op uw persoonlijke pagina. Klik hier voor uw abonnement op maat.

Coen Krimpenfort

In het vorige weekendlijstje hebben we gekeken naar godsargumenten. Deze week doen we het tegenovergestelde  en kijken we naar drie redenen om te geloven dat God niet bestaat.
 


Het probleem van het kwaad

Misschien wel het meest bekende argument tegen het bestaan van God is het probleem van het kwaad. Dit probleem staat ook wel bekend als het ‘trilemma van Epicurus’ (hoewel niet zeker is of het echt afkomstig is van hem).

1. Als God het kwaad niet kán opheffen is hij niet almachtig.
2. Als hij het niet wil opheffen is hij niet volledig goed.
3. Als hij het kán en wil opheffen, waar komt het kwaad dan vandaan?

Het probleem is dus dat de eigenschappen van God niet lijken te rijmen met het kwaad in de wereld. Gedurende de geschiedenis van de filosofie hebben filosofen zich afgevraagd hoe het kwaad mogelijk is als God bestaat. Leibniz bijvoorbeeld verdedigt de stelling  dat God de beste van alle mogelijke werelden heeft geschapen. Hij ontkent daarmee niet het kwaad in de wereld, hij ontkent slechts dat het beter kan. Het is niet dat God kwaadwillig is of dat hij simpelweg niet bij machte is om de wereld op een andere manier te maken. God heeft met het scheppen van deze wereld al het optimum bereikt, daarom zou hij het ook niet anders willen doen.

Het is echter nog maar de vraag of deze suggesties daadwerkelijk het probleem kan oplossen. Zo lijkt de oplossing van Leibniz - het idee dat dit al de best mogelijke wereld is - erg onwaarschijnlijk. Waarom zou bijvoorbeeld onze wereld maar dan zonder vrouwenbesnijdenis minder goed zijn? God heeft de macht om een alternatieve wereld zonder vrouwenbesnijdenis te scheppen. Maar blijkbaar is, als u Leibniz serieus neemt, vrouwenbesnijdenis door God geschapen omdat hij de wereld zo goed mogelijk wou maken. Dat klinkt natuurlijk absurd.

Een andere potentiële oplossing is om een beroep te doen op de vrijheid van de mens. God zou het belangrijk vinden dat mensen hun eigen keuzes kunnen maken. Die vrije wil van de mens gaat echter wel gepaard met een hoop ellende. Mensen zijn niet volmaakt en zullen dus ook verkeerde beslissingen nemen. God ziet het lijden dat het resultaat is van  verkeerd handelen van mensen als een noodzakelijk kwaad.  De vrijheid van de mens kan immers alleen bestaan als de mens ook vrij is om verkeerde beslissingen te maken. Daarbij is dus de mens verantwoordelijk voor het kwaad in de wereld en niet God.

Echter, ook bij deze oplossing kun je grote vraagtekens zetten. Het kwaad in de wereld valt niet alleen te verklaren door de vrijheid van de mens. Sommige kwaden, zoals kinderkanker en bepaalde natuurrampen, liggen buiten de menselijke verantwoordelijkheid.  Hoe kan de mens nou verantwoordelijk zijn voor dit soort kwaden als het er niets aan had kunnen doen?
Het blijft dus een probleem om te verklaren waar het kwaad vandaan komt als God bestaat.
 

Het regressie probleem

Een van de argumenten vóór het bestaan van God, zoals ook genoemd in het vorige weekendlijstje, is het ‘klokkenmaker-argument’. Bij dit argument wordt het universum vergeleken met een horloge. De onderdelen van een horloge werken op een ingewikkelde manier nauwgezet samen zodat het de correcte tijd kan laten zien. Vanwege zijn complexe vorm lijkt het horloge wel te zijn ontworpen (en het horloge is natuurlijk ook echt ontworpen door een horlogemaker). Daarom zijn we gerechtvaardigd om ook te denken dat het is ontworpen. De plek van de aarde binnen de Melkweg lijkt, net als bij het horloge,  te zijn ontworpen. Zo is de aarde bijvoorbeeld precies zo gepositioneerd dat het te warm noch te koud is op aarde.  Daarom zouden we, net als bij het horloge, kunnen veronderstellen dat aarde binnen de Melkweg is geplaatst door een intelligente maker.

Maar, zo gaat de kritiek, zou een God die een ingewikkeld universum creëert waar leven mogelijk is niet zelf nog complexer moeten zijn om dat te kunnen doen? De verklaring van het universum is dat God het universum heeft gemaakt. Maar die verklaring behoeft zelf een nog grotere verklaring. Hoe is er een alwetend en almachtig wezen ontstaan die het universum heeft gemaakt? We belanden in een regressieprobleem. God als verklaring bieden voor de mogelijkheid van leven in het universum roept meteen de vraag op hoe God ontstaan is.

Een antwoord op deze kritiek zou kunnen zijn dat God niet is ontstaan, maar dat God altijd al heeft bestaan. Als er geen punt in de tijd is dat God niet heeft bestaan, dan hoeven we ook geen verklaring te geven voor het begin van zijn bestaan. Maar is het überhaupt wel mogelijk dat een bewust wezen oneindig lang bestaat en de macht heeft om een universum te scheppen?

Is het niet waarschijnlijker dat er op aarde leven is ontstaan per toeval? Wetenschappers zijn het erover eens dat de kans zeer klein is dat leven ontstaat uit niet-levende materie. Maar met een universum dat oneindig groot lijkt is het helemaal niet raar om te stellen dat er op tenminste één planeet leven per toeval is ontstaan. Als u miljoenen keren aan de loterij zou meedoen, zou u ook niet gek opkijken als u een keer de hoofdprijs wint.
 


De theepot van Russel

Stel ik zou tegen u zeggen dat er een theepot van porselein in  een baan rond de aarde draait, zou u mij dan geloven? ‘Natuurlijk niet’, zal waarschijnlijk uw reactie zijn. Er is immers helemaal geen reden om te geloven dat er een porseleinen theepot rond de aarde draait. Bij wijze van antwoord zou ik vervolgens tegen u kunnen zeggen dat u ook niet kunt laten zien dat er géén porseleinen theepot in een baan rond de aarde vliegt, de theepot is immers te klein om met een telescoop waar te nemen. 

Moeten we dan maar concluderen dat we niet weten of er een theepot in een baan om de aarde draait? Moeten we dan maar een theepot-agnost worden?  Nee zegt filosoof Bertrand Russel. ‘Het is niet aan de scepticus om het dogma onderuit te halen, de dogmatist moet juist laten zien dat zijn positie de juiste is.’ Ik zou aan u moeten laten zien waarom zo’n theepot in de ruimte aannemelijk zou zijn en niet andersom.

Russel maakt hier met zijn theepot een analogie naar het al dan niet bestaan van God. Volgens Russel moeten gelovigen in de discussie over het bestaan van God met een goed argument vóór het bestaan van God komen.  Zoals het feit dat het gebrek aan bewijs voor Russels theepot een reden is om er niet in te geloven, geldt ook dat de absentie van overtuigend bewijs voor het bestaan van God een reden zou moeten zijn om niet in hem te geloven. Het krachtigste argument tegen het bestaan van God is misschien wel dat er geen overtuigende argumenten zijn die zijn bestaan aannemelijk maken. Zolang er géén goede argumenten zijn die het bestaan van God aantonen, zijn we gerechtvaardigd om te denken dat hij niet bestaat. 
Wilt u toegang tot alle artikelen van filosofie.nl? Word dan lid.

Welkom op filosofie.nl!

Speciaal voor nieuwe bezoekers selecteerden wij negen inspirerende artikelen. Lees waarom onderzoek naar geluk niet deugt, zes soorten vervreemding op de werkvloer, hoe Socrates de opkomst van Trump al voorspelde, en meer...

Lees meer
Ik lees graag later

Als u hier uw e-mailadres achterlaat, dan sturen wij het kennismakingsdossier naar u toe. U kunt het dan op ieder gewenst moment lezen.