Log in




Wachtwoord vergeten
Log in | Word lid | Service

Filosofie.nl

Filosofie Abonnement

Stefan Buijsman: ‘Ik wil uit mijn brein halen wat erin zit’

Met deze knop kunt u, als u lid bent, artikelen toevoegen aan een leeslijst op uw persoonlijke pagina. Klik hier voor uw abonnement op maat.

René Haerkens van den Brand

Hoewel de jongste doctor van Zweden filosofisch onderzoek doet, bepaalt filosofie niet zijn leven: ‘Ik probeer zo min mogelijk filosofie te doen in mijn vrije tijd, want in mijn ervaring is dat niet heel gezond voor je.’
 
‘Filosofie past goed bij mij’, zegt Buijsman (21), als postdoctoraal onderzoeker verbonden aan de Universiteit van Stockholm (Zweden). ‘Ik denk heel snel na, en het is lastig om iets te vinden waarvoor je net zo snel kunt werken. In de filosofie kan dat, wat voor mij erg plezierig was.’ Hoewel hij zijn studie begon met sterrenkunde en informatica, zocht hij al gauw extra verdieping op. Zo rolde hij de filosofie min of meer in. ‘Ik begon toen wel al meteen met mastervakken; de bachelor heb ik een beetje overgeslagen.’



Je bent op jonge leeftijd – vijftien jaar – gaan studeren. Hoe was je studietijd?
‘In het algemeen was het nauwelijks te merken dat ik jonger was. In het begin viel dat mensen natuurlijk wel op. ‘Goh, er loopt hier iemand rond van vijftien’, hoorde je dan. Het was even wennen, maar na een paar weken was iedereen er al zo gewend aan geraakt dat het helemaal niet meer opviel. En ik heb een aantal goede vrienden overgehouden aan mijn studietijd. Het leeftijdsverschil maakte dus niet veel uit.’

Wat spreekt jou het meeste aan in de filosofie?
‘Tja, er is zoveel! Het is lastig om te kiezen. Ik denk dat ik vooral fan ben van de heel gespecialiseerde en precieze manier waarop de analytische filosofie tegenwoordig werkt. Die probeert alles zo exact mogelijk uit te zoeken en zelfs op kleine details heel precies in te zoomen. Voorheen werd er juist geprobeerd om grote, algemene systemen op te zetten. Ik waardeer de misschien wat meer wetenschappelijke insteek die de analytische filosofie nu heeft.’
 
Zijn er filosofische vragen die jou bezighouden – binnen of buiten je werk –, die je al jaren intrigeren of waar je jezelf over twintig jaar nog voor zult interesseren?
‘Een algemene vraag: waar komt onze kennis vandaan? En hoe werkt dat? Aan die vraag besteed ik in mijn werk veel tijd, en daar kan ik over tien, twintig jaar nog steeds veel mee bezig zijn.’ Lachend: ‘Buiten mijn werk lig ik niet wakker van filosofische dilemma’s, ik probeer dat niet te doen.’
 
Waar gaat jouw onderzoek over?
‘Ik kijk vooral naar de manier waarop kinderen, scholieren, mensen in het dagelijkse leven aan hun wiskundige kennis komen, hoe zij wiskunde leren. Dat is nieuw binnen de filosofie: tot dusver is er altijd onderzoek gedaan naar de wijze waarop professionele wiskundigen hun werk doen en hoe zij dingen leren over abstracte wiskundige objecten, zoals getallen en functies. Beide soorten onderzoek zijn echter op dezelfde vraag gericht: hoe kan het dat we iets weten over die hele abstracte dingen waar de wiskunde over gaat?’
 
Al op je twintigste promoveerde je in opvallend korte tijd als filosoof in de wiskunde. Was je promotie wat je ervan verwacht had? Gemakkelijk, of toch van hoog niveau?
‘Promoveren was zeker niet gemakkelijk, maar juist een kwestie van heel hard werken. De reden dat mijn promotietijd – slechts anderhalf jaar – zo kort was, is dat ik heel intensieve begeleiding heb gehad vanuit de Universiteit van Stockholm. Mijn promotor en ik zaten om de week bij elkaar, meerdere uren achtereen, te discussiëren over wat ik weer geproduceerd had. Vaak was dat een artikel van zo’n twintig à dertig pagina’s. En alleen omdat het zo intensief was, kon ik zo snel promoveren.’



Hoe was je leven buiten je promotiewerk om? Wat doe je het liefst in je vrije tijd?
‘Ik had nog best wel wat tijd over. Ik heb me voornamelijk gehouden aan werkweken van veertig uur: alle avonden en weekenden had ik vrij. Ik zat dus niet alleen maar op de universiteit onderzoek te doen. Ik heb genoten van Stockholm en de mensen hier, en alle mogelijkheden die er in Zweden zijn. Mijn vrije tijd bestaat uit een mix van bezigheden. Ik ben fan geworden van kunst en kunstgeschiedenis. Daarnaast kook ik vrij actief. Ik probeer zo min mogelijk aan filosofie te doen in mijn vrije tijd en ontspanning te vinden in kunst, literatuur en koken. Om alleen maar met filosofie bezig te zijn, is in mijn ervaring namelijk niet heel gezond voor je.’

Het is duidelijk te zien dat je met grote snelheid en kunde aan jouw carrière werkt. Werk jij veel harder dan de gemiddelde student, of is het eerder zo dat je alles veel gemakkelijker kunt begrijpen en plaatsen?
‘Ik denk niet dat ik veel harder gewerkt heb, en ik zou zeker niet willen zeggen dat andere studenten langzamer vorderingen maken omdat ze minder hard zouden werken. Ik denk dat er inderdaad vooral iets geks is met mijn hersenen. Op de een of andere manier verwerk ik informatie gewoon net wat sneller.’
 
Is dat de bron van jouw persoonlijke filosofische verwondering: een samenhang tussen dat “geks” dat aan de hand is met jouw hersenen en de voor jou zo intrigerende vraag waar kennis vandaan komt?
‘Ja, ik zou echt wel willen weten waarom dat zo goed werkt bij mij. Maar mijn focus ligt meer bij de rest van de wereld: ik heb een verlangen om zo veel mogelijk bij te dragen aan de samenleving en de kennis die we hebben. Ik wil uit mijn brein halen wat erin zit.’
 
Voel je een sociaalmaatschappelijke verantwoordelijkheid vanwege jouw intellect?
‘Ja, dat is denk ik wel het geval. Ik ben ook duidelijk slim, en ik heb echt het idee dat ik daar iets mee moet doen. Ik kan niet zeggen: ‘Oké, hartstikke leuk dat ik slim ben, maar nou heb ik geen zin meer om iets nuttigs te doen, dus ik ga de rest van mijn leven rentenieren’ – dat kan ik niet.’
 
Hoe ben je daar nu mee bezig?
‘Op dit moment ben ik in Zweden werkzaam voor een bedrijf, Matematik Spel (vertaald: Wiskundespel) te Uppsala, dat zich bezighoudt met het verbeteren van wiskundig onderwijs. Dat werk is nu nog vooral theoretisch, maar ik ben actief bezig om ook concreet verbeteringen aan te brengen vanuit de filosofie.’



Kortom: het is jouw persoonlijke project om wiskunde, filosofie van de wiskunde, toegankelijk te maken voor het grote publiek.
‘Ja, om de onderwijsmethoden die ze op de scholen in Zweden gebruiken te helpen verbeteren, en daarmee natuurlijk ook de wiskunde toegankelijker te maken, en gemakkelijker om te leren.’
 
Als je een boodschap zou mogen geven aan jonge kinderen die aangemoedigd worden om filosofie te gaan studeren, als studie of voor persoonlijke verrijking, wat voor boodschap zou je ze dan willen geven?
‘De filosofie stelt heel simpele vragen waar je normaal gesproken nooit over nadenkt – zoals de vraag waar onze kennis vandaan komt. Filosofie biedt de mogelijkheid om over dat soort dingen na te denken. Het mooie aan filosofie is dat ze de basale vragen aanpakt waar we allemaal mee te maken hebben.’
Wilt u toegang tot alle artikelen van filosofie.nl? Word dan lid.