Met deze knop kunt u, als u lid bent, artikelen toevoegen aan een leeslijst op uw persoonlijke pagina. Klik hier voor uw abonnement op maat.

Onsterfelijke ziel

Vooral zijn visie op de mens is voor ons buitengewoon herkenbaar. Er is geen geestelijke substantie, zegt Hume. Van het bestaan van een onsterfelijke ziel of geest moet hij daarom niets hebben. In de Verhandeling vergelijkt hij theologen die het bestaan daarvan willen bewijzen met Spinoza, toentertijd zo’n beetje het boegbeeld van alles wat de christelijke goegemeente vreesde en haatte. In een essay dat pas na zijn dood werd gepubliceerd verklaart hij klip en klaar dat de fysische argumenten op dit punt eigenlijk de enige zijn die je serieus kunt nemen en dat je op grond daarvan wel móét concluderen dat de ziel sterfelijk is. Zo zijn lichaam en geest tijdens de kinderjaren van de mens even zwak, en zijn ze dat evenzeer bij ziekte en tijdens de aftakeling van de ouderdom. Geen enkele levensvorm kan in leven blijven in omstandigheden die volstrekt afwijken van die waarin hij aanvankelijk verkeert. Bomen verrotten in het water en vissen sterven als ze uit het water worden gehaald. Waarom zou de ziel dan wel in volstrekt andere omstandigheden kunnen leven? Alles in de wereld verandert en vergaat. Is het dan niet ontzettend lichtzinnig om te denken dat zo’n zwakke levensvorm als de mens niet aan vergaan en ontbinding onderhevig zou zijn? We geloven alleen maar in het voortbestaan van de ziel, zegt Hume, omdat we bang zijn voor de dood en dolgraag willen doorleven.

Maar Hume is ook van mening dat er geen enkelvoudige, onveranderlijke menselijke persoonlijkheid bestaat. In een van indrukwekkendste hoofdstukken van de Verhandeling beargumenteert hij die opvatting.
Als er zoiets zou bestaan, zegt Hume, zouden we ons hele leven lang voortdurend dezelfde ‘indruk’ moeten hebben van onszelf. Maar geen enkele indruk is blijvend en onveranderlijk: ‘Pijn en genoegen, droefheid en vreugde, passies en gewaarwordingen volgen elkaar op en bestaan nooit allemaal op hetzelfde moment.’ We kunnen het idee van een ik nooit uit een dergelijke indruk afleiden, en dus is dat idee een illusie.

De eigen ervaring bewijst dat, aldus Hume. Als ik in mijn diepste innerlijk afdaal, stuit ik altijd op ‘percepties’ en gewaarwordingen van bijvoorbeeld warmte of kou, van liefde of haat enzovoort. En als die percepties tijdelijk wegvallen, bijvoorbeeld wanneer ik slaap, dan ben ik me gedurende die tijd niet van mezelf bewust en moet ik dus zeggen dat ik niet besta.

Het ik, zegt Hume, is niets dan een bundle or collection of different perceptions, een bundel of verzameling verschillende percepties, die met ontzaglijke snelheid op elkaar volgen. Zoals we de illusie hebben dat objecten buiten ons voortdurend identiek blijven, zo verkeren we ook in de illusie dat we zelf een blijvende en voortdurend identieke persoonlijkheid bezitten. Onze percepties lijken onderling zo sterk samen te hangen dat onze verbeelding er een eenheid van maakt: ‘Zo verzinnen wij het doorlopende bestaan van de percepties van onze zintuigen, om de onderbreking ongedaan te maken, en komen op de notie van de ziel, het Ik of de substantie, als camouflage voor de variatie.’

De meest aangewezen bron van onze persoonlijke identiteit zou het geheugen zijn. Maar dat faalt hier jammerlijk. Want we kunnen de identiteit van onze persoonlijkheid verder uitbreiden dan het geheugen reikt. Ook van ervaringen die we ons niet kunnen herinneren, veronderstellen we dat we ze hebben gehad. Het geheugen is dan ook niet de bron van onze identiteit, het geeft ons slechts aanleiding om die identiteit te construeren, doordat het ons toont dat onze reeksen percepties in elkaar overgaan.

Hume vergelijkt het ik met een theater, waar zich voortdurend verschillende scènes afspelen. Maar eigenlijk moet je spreken van scènes zonder theater, want: ‘Het zijn alleen de opeenvolgende percepties die de geest uitmaken; we hebben zelfs niet de minste notie van het gebouw waar deze scènes worden gespeeld of van het materiaal waaruit het zou zijn opgetrokken.’

Het bovenstaande tekstfragment komt uit het artikel Hume, de stierenmelker. Lees het volledige artikel hier (€ ).
Wilt u toegang tot alle artikelen van filosofie.nl? Word dan lid.
Met deze knop kunt u, als u lid bent, artikelen toevoegen aan een leeslijst op uw persoonlijke pagina. Klik hier voor uw abonnement op maat.