Log in




Wachtwoord vergeten
Log in | Word lid | Service

Filosofie.nl

Filosofie Abonnement
FM nr. 4/1998

Geluk along the way

Met deze knop kunt u, als u lid bent, artikelen toevoegen aan een leeslijst op uw persoonlijke pagina. Klik hier voor uw abonnement op maat.

Erno Eskens

Plat vermaak of intellectueel vermaak. Het is om het even, stelde Bentham. Vermaak is vermaak. John Stuart Mill oordeelt anders: het ene geluk is het ander niet. Het relaas van een made man die het streven naar persoonlijk geluk uit zijn hoofd zette en gelukkig werd.

Het programma Teletubbies is wereldwijd een succes. Van Amerika tot ver in China kijken miljoenen peuters dagelijks naar de vier poppetjes die, van nature toegerust met antennes op het hoofd, figureren in een lichtvoetige peutershow. De Teletubbies doen niets. En daarbij praten niet, ze brabbelen. Hun kabbel- en brabbelbestaan bestaat uit louter vermaak. Plichten kennen de Teletubbies niet. Kijken naar de antennewezentjes maken de kids gelukkig volgens Anne Wood, maker van Teletubbies, en ‘kinderen hebben het recht het naar hun zin te hebben’. Vanaf 1 september kunnen ook de kinderen in Nederland en Vlaanderen de avonturen volgen. Zonder ondertiteling.
John Stuart Mill (1806-1873) bracht zijn peuterdagen door met een ongelooflijke stapel boeken. Zijn vader, die de opvoeding in eigen hand hield, leerde hem op zijn derde Grieks. Op zijn achtste had Mill zes dialogen van Plato, het complete werk van Herodotes, Xenophon, hoofdstukken uit Diogenes Laërtius en Aristoteles’ Retorica gelezen. En dat alles ‘met groot plezier’ schrijft Mill in zijn Autobiography. Op zijn achtste begon hij aan het Latijn en differentiaalrekening.
Vervolgens werden alle wetenschappelijke disciplines afgewerkt, waarbij Mill opmerkt dat hij op zijn twaalfde alle bekende drogredenen wist te ontmaskeren en zich de basisprincipes van de logica eigen had gemaakt. Mills eerste boek schreef hij toen hij veertien was. ‘En als ik nu van nature bijzonder snel van begrip was, of een zeer accuraat en goed geheugen had...’ Maar nee. ‘Wat de natuurlijke aanleg betreft, scoor ik lager dan gemiddeld. Wat ik kon, is voor iedere gezonde jongen of meisje zeker haalbaar.’ Na ’een volledige cursus politieke economie’ verhuisde Mill als jonge puber naar Frankrijk om filosofie te studeren. In die studie was hij zo succesvol dat hij op zijn zeventiende aan het hoofd stond van een vereniging rondom zijn eigen filosofie.
 
Slechte gewoonten
Mills vader - de filosoof, historicus en econoom James Mill - was een autoritaire en ongeduldige man die zijn zoon verre hield van gemakkelijk Teletubbiesvermaak. Soms werd de kinderziel misschien een tikje overbelast, maar Mill concludeert: ‘een peuter die nooit iets hoeft te doen wat zijn vermogens overstijgt, zal nooit alles doen wat hij kan.’ Vader Mill daagde zijn zoon intellectueel uit, liet hem zelf de wereld ontdekken en stuurde alleen een beetje bij door op het juiste moment de juiste informatie aan te reiken. Geen passieve veelweterij, feiten stampen bleef de peuter bespaard. De zone van de naaste ontwikkeling heet dat in hedendaagse pedagogische termen. ‘Alles wat je door te denken zou kunnen ontdekken, liet bij mij ook zelf ontdekken. En alleen als ik het echt niet wist, vertelde hij het me.’ Al met al een ’a happy childhood’: ‘Ik beleefde enorm veel plezier aan allerlei gedachte-experimenten’ en ieder nieuw boek bracht ‘grote vreugde’, ‘nieuw plezier’, ‘slim vermaak’, ‘sensaties zoals ik die nog niet hoeveelheden eerder beleefde’. John Stuart Mill was gelukkig. Daarin verschilde hij niet van de gelukkige kijkbuiskinderen van nu. Alleen had Mill zich wat kennis en een paar vaardigheden eigen gemaakt die hem zijn hele leven geluk schonken in ‘a continued mental progress’.

Verder lezen?