Log in




Wachtwoord vergeten
Log in | Word lid | Service

Filosofie.nl

Filosofie Abonnement
FM nr. 10/1999

Fundamenten van de beschaving

Met deze knop kunt u, als u lid bent, artikelen toevoegen aan een leeslijst op uw persoonlijke pagina. Klik hier voor uw abonnement op maat.

Mariëtte Bakker

Wat is er over van de oudste fundamenten van de filosofie? Mariëtte Bakker reisde langs de ruïnes van West-Turkije en Griekenland, op zoek naar Thales, Heraclitus, Pythagoras, Plato & Socrates.

'Hier heeft Socrates zijn gifbeker gedronken. Gek eigenlijk dat deze plek geen bedevaartsoord is geworden.' 
Ik stel me voor dat Thales van Milete op deze plek heeft gezeten, terwijl hij zijn blik en gedachten liet uitwaaieren over lucht en water. In zijn tijd - hij leefde van 624 tot circa 545 voor Christus - moet hier, onderaan de Kebalak Tepè-heuvel, een drukke haven hebben gelegen. De kustlijn heeft zich inmiddels tien kilometer teruggetrokken, de heuvel is opgegaan in een zacht glooiend landschap en de ruïnes van de stad liggen half verzonken in een drassig moeras. Zelfs midden in de zomer staat de opgraving onder water. Er staan nog een paar tempels en muren overeind. De rest is gesloopt door de inwoners van de omliggende dorpen. Het witte marmer bleek uitstekend bouwmateriaal.

Milete is de plek waar de westerse filosofie is geboren en Thales geldt als 'de eerste filosoof'. Als bevoorrechte burger van een Griekse apoika ('een huis elders') moet hij over de nodige tijd en rust hebben beschikt. Daarin onderscheidde hij zich niet van de moderne toerist. Alleen maakte hij daar goed gebruik van. Hij bestudeerde de sterren en dacht na. Tegen de stroom van de vertrouwde mythologie in zocht hij, op basis van zijn eigen verstand en waarneming, naar een verklaring voor de wereld om hem heen. Hij meende in het element water als oerstof (archè) het antwoord te vinden. Natuurlijk maakt zijn antwoord - 'Alles is water' - geen indruk meer. Maar de wijze waarop hij de vraag stelde, de manier waarop hij eigenzinnig naar een antwoord zocht, dwingt respect af. Hij was in staat afstand te nemen van de opvattingen die in zijn tijd als vanzelfsprekend golden. Bij hem ontstond de kunst tot verwondering, die ons in staat stelt om nieuwe horizons open te breken. Het is nog altijd een belangrijke regel van het taalspel dat wij filosofie noemen.
 

'Het onbepaalbare onbepaalde'

Ook Anaximander, een leerling en vriend van Thales, moet hier hebben gewoond. Hij leefde van 610 tot 546 voor Christus en handelde op een voor filosofen kenmerkende manier: hij verschilde van mening met zijn leraar Thales. Volgens Anaximander was niet het water maar het 'onbepaalbare onbepaalde' (to apeiron) de oerstof of oorsprong. In het eerste bewaard gebleven fragment uit een filosofische tekst stelt hij dat uit dit onbepaalde 'door het te voorschijn treden van tegengestelden' de werkelijkheid ontstaat. Tjonge! 'Waaruit de dingen ontstaan', vervolgt Anaximander, 'daarin gaan ze naar behoren weer over bij hun vergaan.' En dan volgt die intrigerende toevoeging: 'Want ze geven elkaar recht en boete voor hun ongerechtigheid volgens de orde van de tijd.' Deze spreuk heeft hedendaagse denkers als Heidegger en Derrida opnieuw aan het denken gezet - misschien iets om me in Nederland nog eens in te verdiepen.
In de bus op weg naar het noorden overvalt me de willekeur van de overlevering. Dat ene citaat uit het werk van Anaximander kennen we door het werk van Simplicius, een Romein uit de zesde eeuw na Christus. Hoe betrouwbaar zou zoiets zijn? Van Heraclitus, naar wiens vroegere woonplaats Efeze deze rit mij voert, zijn via de schrijvers uit de Oudheid in ieder geval nog 126 spreuken of fragmenten overgeleverd. Dat is heel wat meer, maar de vraag is we of op grond van zo weinig materiaal iemands werk goed kunt interpreteren. Veel inleidingen in de presocratische wijsbegeerte zoeken houvast bij de komische anekdotes die Diogenes Laertius zo'n 250 jaar na Christus over Heraclitus wist op te dissen uit een toen al grijs verleden. In zijn prettig leesbare en weinig betrouwbare boek verschijnt 'de duistere' als de aristocratische snob die zich niet thuis voelde tussen zijn stadsgenoten en aan het einde van zijn leven voor een kluizenaarsbestaan koos. Gelukkig ligt op mijn schoot een prettige uitzondering op het al te grote leesgemak. Het is de vertaling van Heraclitus' spreuken door Cornelis Verhoeven met een uitgebreid commentaar. Verhoevens kunst om te lezen en de losse stenen als 'een snoer van spreuken opnieuw aan elkaar te rijgen' helpt me in contact te komen met het verleden.

Het was een vergissing, realiseer ik me, om Heraclitus als filosoof voor onderweg te beschouwen. Ik dacht recht te doen aan de denker van het kosmische 'worden' door hem in volle beweging (deze gammele bus is dat wel toevertrouwd) tot mij te nemen. Maar het beroemde panta rhei - door Verhoeven vertaald als 'alles stroomt en niets blijft' - is hoogstwaarschijnlijk niet eens van de meester zelf. Weer een illusie minder. De dynamiek van Heraclitus' denken blijkt niet uit de letterlijke verplaatsing te bestaan, noch uit de eenzijdige stelling dat de realiteit een onophoudelijk stromen en transformeren van elkaar bevechtende krachten, een permanent dynamisch wordingsproces, is.

'Het zijn dezelfde rivieren waar wij in stappen en het zijn niet dezelfde; wij zijn het en wij zijn het niet.' Met deze wijsheid van Heraclitus arriveer ik op de plaats van bestemming: Efeze. Het is een van de best bewaarde steden uit de Oudheid, compleet met wegen, huizen, beelden en theaters. Zelfs de beroemde bibliotheek staat nog grotendeels overeind. 'Wij zijn het en wij zijn het niet.' Is die stoffige bus waar ik zojuist ben uitgekomen, hetzelfde voertuig als dat waarin ik in Milete ben ingestapt? Ben ik nog dezelfde? Langzaam dringt tot me door waarom Heraclitus 'de duistere' werd genoemd - zijn woorden schreeuwen om interpretatie, om overdenking, om (zelf)onderzoek. Dat is precies wat zijn werk zo waardevol maakt. Hij weet mij met zijn raadselachtige uitspraken wakker te schudden en me aan het werk te zetten. Is dat niet sowieso de functie van de filosofie? Is de filosofische worsteling niet bij uitstek de strijd van het denken - gebonden aan de taal - met een wereld? Hoe is het mogelijk om met alledaagse woorden als 'ik' en 'bus' of 'rivier' de ontsnappende werkelijkheid te vatten? Het duizelt in mijn hoofd.

Verder lezen?