Log in




Wachtwoord vergeten
Log in | Word lid | Service

Filosofie.nl

Filosofie Abonnement
FM nr. 2/2001

Desiderius Erasmus: 'Ik wijk voor niemand'

Met deze knop kunt u, als u lid bent, artikelen toevoegen aan een leeslijst op uw persoonlijke pagina. Klik hier voor uw abonnement op maat.

Erno Eskens

Erasmus hield niet van ernst, regels en dogma's. De lol moest terug in het leven. En de nieuwsgierig­heid. Hij bestreed het juntaregime van een corrupte regel­ethiek en maakte zo een einde aan de zwaarmoedige Mid­del­eeu­wen. 'Klap maar in uw handen, leef en drink er vrolijk op los.' Dat is pas beschaving.

De hemel stond te koop. Tegen betaling kon je een verblijfsvergunning krijgen voor het hiernamaals, en dus tastte men diep in de buidel. De kloof tussen rijk en arm werd steeds groter: 'De kerk heeft gouden vaten, ter­wijl de arme sterft in de straten', dichtte Jacob van Maerlant. Rome was zo corrupt dat de geestelijken hun geloofwaardigheid ­verlo­ren. De ellende werd nog groter toen de Fran­sen in 1378 een eigen paus installeerden in Avig­non. In 1409 waren er zelfs even drie pausen.

Nederlan­ders zagen het verval met lede ogen aan. Ze waren godvrezend. Niemand riep om een revolutie, niemand durfde te tornen aan de macht van de kerk. Men hoopte op betere tij­den. Alleen de monniken uit Zwolle en Deventer roerde zich. Ze be­sloten uit de kerk te stappen. Eigen­lijk waren deze geestelij­ken, die bekend staan als 'moderne devoten', roomser dan de drie pausen bij elkaar. Ze lazen driftig in de bijbel en vreesden God, maar hadden meer dan genoeg van de zo vaak met voeten getreden regeltjes van Rome. Het kwam er niet op aan te ge­hoorzamen aan vage, dubieuze geboden van priesters, het ging erom deugdzaam te leven - sober, soli­dair, bijbelvast. In de 'fraterhuizen' die deze moderne devo­ten oprichtten, heerste de zelfverkozen armoede. Bezit was er gemeenschappelijk en alles wat men niet echt nodig had, werd verkocht. Een soort communes dus, waarvan de leden hun best deden om de door Christus vertolkte idealen zo goed mogelijk na te leven. Hoe dat moest, beschreef Thomas à Kempis (ca. 1379-1471), misschien wel de beroemdste moderne devoot, in zijn bestseller De Navolging van Christus. Dat boek heeft eeuwenlang oplages gehaald waar menig gevierd auteur nu alleen nog van durft te dromen.

Het leven zelf

Thomas à Kempis is vereeuwigd in de gevel van het eeuwenoude gebouw van de Lebuïnusschool in Deventer, opgericht door filo­soof Nicolaas van Kues, oftwel Cusanus (1401-1464). Net als Geert Groote, Alexander Hegius en Paus Adrianus VI. Maar het grootste portret in de gevel is dat van Deside­rius Erasmus (1466-1536), de renaissancehu­manist van Euro­pa. Boven zijn hoofd staat de kreet 'Non scho­lae sed vitae disci­mus'. Het is een leus van de Romein Seneca en kan worden vertaald als: 'niet omdat de school het wil, maar omdat het leven erom vraagt'. Het was een van Eras­mus' lieve­lingscita­ten en geeft een aardig beeld van het onderwijs zoals dat in Deventer werd gegeven: geen droge lesstof, geen einde­loze theologische disputen of wijsgerige haarkloverijen, nee: het leven zelf. Je moest er zelfstandig leren meten, weten, schrijven en denken.

 

Verder lezen?



Welkom op filosofie.nl!

Speciaal voor nieuwe bezoekers selecteerden wij negen inspirerende artikelen. Lees waarom onderzoek naar geluk niet deugt, zes soorten vervreemding op de werkvloer, hoe Socrates de opkomst van Trump al voorspelde, en meer...

Lees meer
Ik lees graag later

Als u hier uw e-mailadres achterlaat, dan sturen wij het kennismakingsdossier naar u toe. U kunt het dan op ieder gewenst moment lezen.