Met deze knop kunt u, als u lid bent, artikelen toevoegen aan een leeslijst op uw persoonlijke pagina. Klik hier voor uw abonnement op maat.

De toekomst van religie

Dit is een hoofdstuk uit '50 inzichten religie', dat alleen vandaag voor € 7,50 (in plaats van € 24,95) te verkrijgen is. Meer informatie vindt u hier.
 
De overtuigde voorspelling dat religie haar tijd heeft gehad, een geluid dat sinds de negentiende eeuw steeds vaker werd gehoord, is voorbarig gebleken. Zelfs als we alleen naar Europa kijken, waar het aantal gelovigen zeker is gedaald, is God niet dood. Religie mag dan aan het begin van de eenentwintigste eeuw aan het veranderen zijn, zij is niet aan het verdwijnen. In Afrika, Azië en Latijns-Amerika zeggen juist steeds meer mensen dat zij een formele religieuze binding hebben.
 
Een negatieve kijk hierop ziet de band met religie alleen in termen van de reddingsboei die zij zogezegd zou zijn voor mensen die zich zorgen maken over zichzelf en die het einde van de wereld vrezen. Volgens degenen die dit standpunt delen, zou godsdienst alleen nog bestaan en floreren omdat de wereld zo’n chaos is. Wetenschappers vertellen ons dat onze planeet afstevent op een milieuramp. De kloof tussen rijke en arme landen wordt groter ondanks al onze pogingen die te dichten. En hoewel de wetenschap haar best doet, blijft de willekeur van het lijden ons verbazen.
 

Dat godvormige gat

In het Westen was een van de grote bezwaren tegen de georganiseerde religie het politieke en sociale gezag dat zij had. De Franse filosoof Jean‑Paul Sartre (1905‑1980) gebruikte de frase ‘een godvormig gat’ om die plek te beschrijven in het menselijke bewustzijn waar God zich altijd al heeft bevonden. Toch beweerde hij dat we God moeten afwijzen en het gat leeg moeten laten omdat religie persoonlijke vrijheid ontkent. Kort gezegd is de religie te veel aangetast door haar pogingen – vaak gepaard gaand met politieke macht – om ons haar wil op te leggen.
 
Toch lijkt het tijdperk waarin kerk en staat gezamenlijk met Gods zegen levens naar hun eigen inzicht vormgeven, voorbij, zeker in Europa en in toenemende mate ook in de Verenigde Staten. De bezwaren, opgeworpen door de christelijke leer, – en onverbloemd en vaak boos geuit door de christelijke leiders – tegen homoseksuele relaties, anticonceptie, seks buiten het huwelijk en, bovenal, tegen abortus, die door veel gelovigen wordt gezien als de toetssteen voor moraal en ethiek, zijn door de wetgevers en in toenemende mate door de publieke opinie overstemd.
 

Fundamentalisme

Welke plaats neemt religie dan in, met name in het Westen? Het materiële en spirituele, God en de mammon, blijven elkaar overlappen maar niet in dezelfde mate als vroeger. Veel gelovigen zien een dergelijke ontwikkeling als iets positiefs, een mogelijkheid voor religie om terug te keren naar het dienen van de mensheid in plaats van deze te dwingen.
 
Dit is vooralsnog alleen een trend en er zijn zeker tegengestelde stromingen. Zowel binnen het christendom als de islam is er bijvoorbeeld een minderheid die zich bedreigd, genegeerd of beledigd voelt door de hedendaagse wereld, haar seculiere waarden en zelfs door haar vrijheden. Als gevolg daarvan vallen zij steeds vaker terug op hun heilige geschriften om daarin geruststelling te vinden en lezen zij die steeds meer in letterlijke zin, met alle rampzalige gevolgen van dien.
 

Nieuwe perspectieven

De opkomst van intolerantie mag niet de aandacht afleiden van het ware verhaal van religie zoals dat geldt voor de meeste mensen en niet voor de enkeling. In het recente verleden zijn nieuwe en positieve gezichtspunten ontstaan, binnen en buiten de geloven. Het historische Tweede Vaticaans Concilie van de katholieke kerk, gehouden van 1962 tot 1965, probeerde zoals initiatiefnemer paus Johannes Paulus XXIII het noemde ‘een venster op de wereld te openen’. Zo is er wederzijdse tolerantie ontstaan door een dialoog tussen kerken en tradities waartussen ooit vijandschap, argwaan en haat bestond. De kloof tussen de overwegend oosterse geloven en die van het Westen is verkleind met het verdwijnen van het kolonialisme. Door meer respect, kennis en communicatie worden meer ideeën uitgewisseld. Westerse christenen nemen nu sommige boeddhistische inzichten in hun spirituele leven op, en ook andersom.
 
Tegelijkertijd is de politieke druk die religie probeerde uit te roeien, afgenomen. De meeste, voornamelijk marxistische, regimes die religie probeerden te reduceren tot slechts een instrument van staatstoezicht, zijn gevallen of hebben hun koers veranderd. De Chinese communistische autoriteiten zetten Confucius nu in bij historische gebeurtenissen zoals de Olympische Spelen van 2008 in Bejing. Als op het gebied van religie één ding is gebleken in de laatste honderd jaar, is het wel dat elke poging tot afschaffing door middel van geweld alleen maar garandeert dat zij blijft voortbestaan.
 
Onze tijd wordt vaak gekarakteriseerd als het tijdperk van religieus extremisme, maar het is ook het tijdperk van de oecumene en interreligieuze initiatieven. Het eerste wordt vaker genoemd dan het tweede, maar het is de ontwikkeling van dialoog, tolerantie en begrip die de extremisten uiteindelijk de wind uit de  zeilen zal nemen. De acties van de fundamentalisten binnen de islam, het christendom en het hindoeïsme in hun pogingen om hun opvattingen aan anderen op te leggen, hebben overal waar deze hebben plaatsgevonden, geleid tot een tegenreactie van de meerderheid, die haar geloof wil terugwinnen en de ware principes van religie in ere wil herstellen.
 

De zoektocht naar God

De zoektocht naar God, goden, verlichting, theosis, tao, dharma en nirvana gaat door onder miljarden mensen over de hele wereld. De overweldigende meerderheid van de wereldbevolking kiest er nog steeds voor om binnen de institutionele religie te blijven. Veel meer mensen verkennen spiritualiteit buiten de conventionele structuren maar worden wel geïnspireerd door het beste van de geloofstradities. Deze zoektocht kan vele vormen aannemen en heeft veel namen, maar uiteindelijk gaat het steeds over hetzelfde: over individuen die via religieuze systemen proberen om betekenis en waarde in het menselijk leven te vinden. 

De in Duitsland geboren Amerikaanse theoloog en filosoof Paul Tillich (1868‑1965) beweerde dat religie noodzakelijk was voor de mensheid vanwege onze diepgewortelde angst. Deze angst is niet neurotisch en behoort tot ons mens‑zijn. Angst voor verlies en dood, schreef hij, is een natuurlijk onderdeel van het verouderingsproces van de mens en reageert niet op therapie. Tillich stond afkeurend tegenover het begrip van een persoonlijke God – traditioneel in westerse overtuigingen – en van een God die blijft ingrijpen in het leven van het universum, een concept dat westerse en oosterse tradities gemeen hebben. In plaats daarvan leerde hij dat door middel van religie naar een God boven de persoonlijke God moet worden gezocht. Volgens hem maakt dat deel uit van de menselijke emotionele of intellectuele beleving omdat de ‘God boven God’ essentieel is voor alle gevoelens van moed, angst, hoop en wanhoop.

Benieuwd geworden naar de rest van het boek? Meer informatie vindt u hier.
Wilt u toegang tot alle artikelen van filosofie.nl? Word dan lid.
Met deze knop kunt u, als u lid bent, artikelen toevoegen aan een leeslijst op uw persoonlijke pagina. Klik hier voor uw abonnement op maat.