Met deze knop kunt u, als u lid bent, artikelen toevoegen aan een leeslijst op uw persoonlijke pagina. Klik hier voor uw abonnement op maat.

3 belangrijke denkers over waanzin

Shakespeare (1564-1616)
William Shakespeare laat waanzin regelmatig een rol spelen in zijn stukken, maar misschien nergens zo prominent als in zijn meesterwerk Hamlet. In de waanzinnige Hamlet zag de Duitse filosoof Friedrich Nietzsche de dionysische mens. De Deense prins heeft de gruwelijke waarheid dat het leven zinloos is aanschouwd en hij walgt nu van het bestaan. Toch zal hij de herculische taak op zich nemen om er betekenis aan te geven door te handelen. Dit moet de toeschouwers inspireren tot grootse daden en ze tegelijkertijd de noodzakelijke troost bieden. De tragedie was volgens Nietzsche de perfecte samensmelting van de twee oerneigingen in de mens: het apollinische en het dionysische. De eerste neiging doet ons verlangen naar orde in de wereld, terwijl de tweede ons juist vertelt dat elke vorm van orde gemaakt is en het bestaan niks meer is dan doelloze chaos.
 
Schelling (1775-1854)
Duitsland, begin negentiende eeuw. Het vertrouwen in de rede bevindt zich op een ongekend hoogtepunt. Filosofen construeren enorme denksystemen waarin ze beweren elk aspect van het bestaan rationeel te verklaren. De filosoof Friedrich Schelling valt tegelijkertijd binnen én buiten deze groep. Een levend systeem creëren, zo omschrijft deze Duitse denker zijn doel. Een systeem dat puur en alleen gebaseerd is rationele gronden is voor Schelling koud en steriel. Hoe krijgt hij dan een hartslag in zijn project? Zijn antwoord is strijd. Leven ontstaat wanneer twee ideeën met elkaar concurreren om de overhand te krijgen; de mens is geen uitzondering op deze regel. De menselijke intelligentie kan pas echt floreren als die de strijd aangaat met de waanzin. Alhoewel Schelling duidelijk maakt dat de grote denker de waanzin telkens overwint, mag dit dus nooit een permanente overwinning worden. Een intellect zonder waanzin is een koud intellect waar geen grootsheid uit zal voortkomen.
 
Friedrich Nietzsche (1844–1900)
De bekendste waanzinnige filosoof is Friedrich Nietzsche. De oorzaak van zijn waanzin is onbekend, al circuleren er meerdere theorieën. De een beweert dat hij krankzinnig werd door zijn eigen zware filosofie, waarin hij schrijft over een nieuwe tijd en een nieuwe mensheid. De ander meent dat zijn waanzin te wijten is aan een vergevorderd stadium van syfilis. Een derde beweert dat hij slachtoffer was van een hersentumor. Waar wel consensus over lijkt te bestaan is dat Nietzsche de laatste elf jaar van zijn leven in complete waanzin heeft doorgebracht. Vlak voor zijn ineenstorting schreef hij de autobiografie Ecce Homo. Hierin lijkt zijn gekte al door te klinken: de hoofdstukken dragen titels als ‘Waarom ik zo wijs ben’, ‘Waarom ik zo knap ben’, en ‘Waarom ik zulke goede boeken schrijf’. De vraag is of Nietzsche hier een ultieme vorm van ironie bereikt heeft of dat hij zichzelf reeds verloren was.

Meer waanzin? Kom op zaterdag 17 september naar ons Waanzin Festival!
Wilt u toegang tot alle artikelen van filosofie.nl? Word dan lid.
Met deze knop kunt u, als u lid bent, artikelen toevoegen aan een leeslijst op uw persoonlijke pagina. Klik hier voor uw abonnement op maat.