Log in

Wachtwoord vergeten?

Word lid Log in Contact

Filosofie.nl

Filosofie Magazine nr. 4/2006

Alleen de overheid gelooft nog in de calculerende mens

Peter Henk Steenhuis

De Nederlandse filosoof Mandeville schreef begin achttiende eeuw een gedicht waarin hij het eigenbelang bezingt. Waar Mandeville de ondeugd nog moest verdedigen in zijn tijd, is de calculerende mens tegenwoordig - helaas? - het uitgangspunt van bedrijfsleven en overheid.

Het is een ijskoude dag in april als een jonge dame op zoek gaat naar rode zijde. Slechts eersteklas kwaliteit is goed genoeg voor haar, al wenst ze daar vanzelfsprekend geen cent te veel voor te betalen. Ze meent de toekomstige verkoper ook wel te kunnen overtuigen, goed, ze is misschien niet de mooiste vrouw van het land, ze is beslist aantrekkelijker dan de meeste vrouwen die zij kent. De vrouw gaat op weg, de verkoper op wie zij stuit is een gentleman aan wie alles schoon en modieus is. Hij troont haar mee naar zijn winkel waar hij haar zijn stoffen toont. De handelaar houdt zich in, wil niet te veel sturen, maar als zij haar keuze eenmaal heeft gemaakt, prijst hij haar smaak hemelhoog. Eigenlijk is het idioot dat hij niet eerder gezien heeft dat deze stof veel beter is dan al het andere dat hij te verkopen heeft. Hij vlijt en paait, en zorgt ervoor dat zij haar eigen oordeel overwaardeert. Vervolgens begint hij over de prijs, dat heikele vraagstuk kan onmogelijk vermeden worden.

‘Hij had zich voorgenomen, zegt hij, van dat stuk geen afstand te doen onder een bepaalde prijs, maar zij heeft, meer dan iemand anders aan wie hij ooit heeft verkocht, de gave hem al pratend zijn goederen afhandig te maken. Hij bezweert dat hij verlies maakt op zijn zijde, maar omdat zij er smaak voor heeft en vastbesloten is niet meer te geven, mag zij het van hem hebben, liever dan dat hij een dame zou beledigen voor wie hij zo'n ongewone waardering heeft, en hij smeekt alleen dat ze hem het een volgende keer niet zo lastig zal maken.’
De uitkomst laat zich raden: de verkoper krijgt de prijs die hij wenst en de vrouw vertrekt met het idee een schitterende deal te hebben gesloten.

Philipiro

Deze nette zijdehandelaar en de jonge dame ontmoetten elkaar niet gisteren op de Amsterdamse Albert Cuyp maar treden op in het verzameld werk van Bernard Mandeville (1670-1733), dat nu voor het eerst in het Nederlands vertaald is. Deze Nederlandse arts en filosoof is wereldberoemd, behalve in zijn vaderland. Mandeville groeide op in Rotterdam, waar hij naar de Latijnse of Erasmiaanse school ging, studeerde in Leiden en promoveerde in de geneeskunde en de filosofie.

Aan een allesomvattende, wijsgerige theorie heeft Mandeville zich nooit gewaagd. Filosofie diende om de geest binnen de grenzen van de rede te houden, en eventuele fouten van die geest te genezen. Verder lijkt hij de wetenschap van het lichaam minstens zo belangrijk te vinden. ‘Wij moeten er daarom bovenal voor zorgen dat het niet alleen de geest is die gezond is, maar ook het lichaam. In feite kan als het lichaam niet gezond is, de geest dit zeker niet zijn.’ Niet verwonderlijk dat hij zich graag Philopirio, liefhebber van de empirie, noemde.
Na zijn studie trok Mandeville richting Engeland om zich als arts te vestigen in Londen. Daar specialiseerde hij zich in maagstoornissen, zenuwziektes en psychosomatische kwalen. En hij schreef, tot aan zijn dood publiceerde hij ruim dertig werken die samen zo’n 2700 bladzijdes beslaan. Van al deze boeken is het gedicht De morrende korf, of Eerlijk geworden schurken verreweg het beroemdst.

Dit gedicht is geen ooggetuigenverslag van het dagelijkse leven in de achttiende eeuw, het is een satire, een fabel over een ‘Een ruime korf, goed bevolkt met bijen/ Die in luxe en welbehagen leefden.’ Die bijenkorf staat natuurlijk voor een samenleving, mogelijk de Nederlandse, want in het gedicht is sprake een ‘grote, rijke en krijgshaftige natie die door een constitutionele beperkte monarchie gelukkig wordt geregeerd’. Deze omschrijving komt redelijk overeen met de machtige zeventiende-eeuwse Republiek.  
 
Bij eerste lezing van De morrende korf krijg je de indruk dat Mandeville een sombere visie op de maatschappij heeft. Deugdzaam is de mens van nature zeker niet, laat staan geschikt om vreedzaam met anderen samen te leven. Advocaten, zo schrijft Mandeville, wekken twisten op en splitsen zaken om zo meer werk te hebben. ‘Artsen hechtten meer waarde aan roem en rijkdom/ Dan aan de kwijnende gezondheid van de patiënt/ Of aan hun eigen bekwaamheid.’ Kleermakers houden stof achter en soldaten blijven thuis en ontvangen dubbele betaling.

Toch is dit gedicht geen klaagzang over de mensheid. In tegendeel: ondeugden zijn geen ramp maar een zegen. Als we allemaal strikt deugdzaam zouden leven, dan wordt het niks. Binnen de kortste keren zitten we met elkaar onder een boom en eten de noten die op de grond gevallen zijn. De wereld gaat aan deugd ten onder: 
 
Aldus bevordert ondeugd vindingrijkheid,
Die samen met tijd en nijverheid
De gerieflijkheden van het leven,
Zijn werkelijke genoegens, welstand, gemak,
Tot zo’n hoogte had gebracht dat de echte armen
Beter leefden dan de rijken voorheen.
 
Voor de schrijfster en filosofe M. Februari is dat laatste tegenwoordig de vraag. ‘Het opmerkelijke van Mandeville is dat hij de ondeugden van de mens niet buiten de economische theorie heeft gehouden maar ze in het hart ervan plaatste. Ik heb het idee dat we nu moeten proberen de deugd weer in het zadel te helpen.’
Is hier een moderne moralist aan het woord? ‘Nee. Maar ik denk wel dat het belangrijk is te wijzen op het verschil tussen Mandeville’s tijd en de onze. Je ziet dat in de zeventiende, achttiende eeuw meer schrijvers hun aandacht richtten op zogenaamd onwenselijk gedrag. Denk aan Daniel Defoe (1660-1731) en Jane Austen (1775-1807). Als je Austin leest, valt op hoe ongelooflijk schijnheilig die samenleving was. Iedereen deed alsof hij deugde. Daarom riep Mandeville zo veel weerstand op: hij legde de vinger op de zere plek. Mandeville’s analyse raakt ons nu minder.’

Omdat wij minder schijnheilig zijn? ‘Ja’,  zegt Februari, ‘In het voorbeeld over de nette zijdehandelaar zie je de koopman gebruikmaken van de ijdelheid van de jonge dame. Destijds was het nieuw die ijdelheid openlijk aan de kaak te stellen. Nu zal niemand meer ontkennen dat ondeugd vindingrijkheid bevordert, dat we allemaal ijdel zijn en dat koopmannen daar gretig gebruik van proberen te maken. Wij zijn het met Mandeville eens, wij handelen volgens Mandeville, ja, wij leven Mandeville. Het is nu niet de tijd berekenend gedrag verder aan te moedigen.’

Verder lezen?

In een tijd waarin autoriteit, waarheid en het publieke debat onder druk staan kan filosofie met heldere analyses richting geven. Met liefde en zorg werken wij iedere dag weer aan de beste verhalen over filosofie. Steun ons door lid te worden voor maar € 4,99 per maand. U krijgt daarmee toegang tot alle artikelen uit Filosofie Magazine en Wijsgerig Perspectief plus exclusieve achtergrondartikelen, interviews en portretten. Of bestel de losse editie na.

InloggenLid Worden